CPB adviseert regulering Facebook, Google en Twitter

Anonimiteit tegengaan en toezicht houden

Het CPB meent dat ‘de overheid’ met zes maatregelen de risico’s van distributie van misleidende informatie door platforms kan beteugelen.

Dat staat in het boeiende rapport Scientia potentia est: de opkomst van de makelaar voor alles (PDF) van de hand van Bas Straathof, Sander van Veldhuizen en Michiel Bijlsma van het Centraal Planbureau.

‘Scientia potentia est’ oftewel ‘kennis is macht’ impliceert de onwenselijk groot groeiende macht van platforms over onze kennisverwerving. Zo behoren Google, Facebook, Apple, Amazon, Alibaba, Microsoft en Tencent (WeChat) al tot de tien duurste bedrijven ter wereld.

Net als de overheid de regels voor de taxi- en hotelmarkt aanscherpt om de macht van Uber en Airbnb in te dammen, moet ze dat ook voor de platforms doen die de informatiemarkt in handen nemen.

Facebook en Google zelf schuldig

Google, Facebook (met Instagram en WhatsApp), Twitter en LinkedIn (Microsoft) verkrijgen snel meer macht doordat gebruikers gretig de ‘gratis’ vruchten plukken van deze ‘makelaars’. Zo krijgen echter ook meningen en onbetrouwbare informatie eenvoudiger dan voorheen de overhand, omdat journalistiek betaald moet worden en dus minder vrij beschikbaar is.

Het CPB suggereert dat platforms zoals Facebook en Twitter in hun aard stelselmatig meewerken aan verspreiding van misleidende informatie: ‘Ten eerste hebben platforms meer informatie dan hun gebruikers en daar kunnen ze misbruik van maken. Platforms hebben er bijvoorbeeld belang bij om advertenties niet al te herkenbaar te maken.’

Ook wordt een – meer passieve - schuld genoemd als tweede euvel, ‘…dat platforms onvoldoende prikkels hebben om ongewenst gedrag van hun gebruikers tegen te gaan. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de systematische verspreiding van nepnieuws door nepaccounts.’

Het CPB ziet vier manieren om de schadelijke machtsvorming van platforms aan te pakken:

1. Door beleid gericht op gebruikers;
2. Door concurrentie te bevorderen;
3. Door platforms transparanter te maken voor hun gebruikers;
4. Door platforms aansprakelijk te maken voor de externe effecten van hun gebruikers.

Da’s allemaal moeilijk, maar niet onmogelijk volgens het CPB: ‘Er zijn verschillende mogelijkheden om de transparantie van platforms voor hun gebruikers te vergroten en platforms aansprakelijk te maken voor de externe effecten van hun gebruikers.’

Omdat veel platforms snel groeien, kan de overheid beter voortmaken met maatregelen die sanctiemogelijkheden bieden en platforms transparanter maken voor hun gebruikers, vindt het CPB. Dat zijn deze zes

1. Vergunningenstelsel voor platforms.
Zodat toezichthouders grip krijgen op spelers in snel veranderende markten.

2. Maak transparant hoe het platform informatie prioriteert.
Inzicht in de werking van de algoritmen draagt bij aan in het inschatten van de betrouwbaarheid van het rangschikken en presenteren van berichten

3. Verplicht het markeren en filteren van schadelijke informatie.
Platforms kunnen verplicht worden om berichten met ongewenste of schadelijke informatie te markeren of te filteren.

4. Verplicht tot het faciliteren van gebruikersfeedback.
Feedback van andere gebruikers draagt bij aan het beter beoordelen van de betrouwbaarheid van informatie.

5. Identificatie van gebruikers.
Anonimiteit is een bron van ellende en moet worden beperkt. Dan wordt het moeilijker om een botnet met nepaccounts effectief in te zetten.

6. Verplicht tot herkenbare en uniforme politieke advertenties.
Politieke reclame moet als zodanig herkenbaar zijn en de inhoud mag niet per burger verschillen. (‘Nu kunnen politieke partijen naar de ene burger toe adverteren dat zij, bijvoorbeeld, de belasting voor hoge inkomens gaan verlagen, terwijl zij aan een andere burger toezeggen dat juist de belasting voor lage inkomens omlaag gaat.’)

Het zijn boeiende vondsten, die ver gaan en dus voorlopig niet haalbaar lijken. Hoe moet ze in praktijk worden gebracht? Daarover is het CPB niet kraakhelder. Wie moet het initiatief nemen? Voor de belangrijkste maatregel, een vergunningstelsel, ligt het primaat in Brussel. In een voetnootje zeggen de onderzoekers:

‘Momenteel is het overheden volgens de Europese richtlijn inzake elektronische handel niet toegestaan om ‘diensten van de informatiemaatschappij’ vergunningsplichtig te maken (artikel 4 lid 2).’Dat kan Europa opzetten, conform de vergunningplicht voor online kansspelen, vind thet CPB. ‘Voor kleinere platforms kan een lichte vergunning voldoende zijn en beperkt extra toetredingsbarrières.’

Het lijkt er sterk op dat de maatregelen 2 t/m 5 afhankelijk zijn van het vergunningstelsel. Met vergunningen kan het toezicht worden opgetuigd en kunnen platforms hun vergunning verliezen, als ze zich niet houden aan de resterende punten.

Het alternatief is beboeten wegens ‘onrechtmatigheid’ wegens aansprakelijkheid voor het verspreiden van onjuist informatie. Dan nog: de aloude stelregel dat niet de platforms zelf maar de gebruikers aansprakelijk, houden ze graag in ere.

Gepubliceerd

1 jan 2018
Netkwesties
Netkwesties is een webuitgave over internet, ict, media en samenleving met achtergrondartikelen, beschouwingen, columns en commentaren van een panel van deskundigen.
Colofon Nieuwsbrief RSS Feed Twitter

Nieuwsbrief ontvangen?

De Netkwesties nieuwsbrief bevat boeiende achtergrondartikelen, beschouwingen, columns en commentaren van een panel van deskundigen o.g.v. internet, ict, media en samenleving.

De nieuwsbrief is gratis. We gaan zorgvuldig met je gegevens om, we sturen nooit spam.

Abonneren Preview bekijken?

Netkwesties © 1999/2024. Alle rechten voorbehouden. Privacyverklaring

1
0