'Met de privacy is het gedaan zodra de band is aangebracht'

Strafrechter aan de enkelband

Strafrechters leggen het regelmatig op: elektronisch toezicht. Sommige mensen vinden dat soft, maar is dat wel terecht? De Rotterdamse strafrechter Janneke van Dort liet zich een week vrijwillig aan banden leggen om te ervaren hoe dat is.

(Foto's: Bas Kijzers)

Janneke van Dort stroomde begin dit jaar door van familierecht naar strafrecht en werd daarom bijgeschoold. ‘Op een van de cursusdagen was een medewerker van de reclassering aanwezig die over elektronisch toezicht vertelde’, zegt ze. ‘Ik hoorde allerlei dingen die ik niet wist. Bijvoorbeeld dat je elke dag drie uur bij een stopcontact moet zitten om de band op te laden.’ Toen de reclasseringswerker vroeg of iemand de enkelband een week op proef wilde dragen, stak ze haar hand op. ‘Ik wou wel eens weten welke impact dat heeft.’

Kort voor haar proefweek legde Van Dort een half jaar elektronisch toezicht op aan een verdachte die een voorwaardelijke straf kreeg (zie kader). Als hij zich niet aan de voorwaarden houdt, gaat hij alsnog de cel in. ‘De enkelband maakt het mogelijk daar toezicht op te houden zonder dat hij wordt opgesloten’, zegt de rechter. ‘Gevangenisstraf heeft ingrijpende gevolgen. Gedetineerden raken heel vaak hun baan kwijt, hun sociale leven, alles. Het is mooi als je dat kunt voorkomen.’

Hemd van het lijf

Elektronisch toezicht begint met een intakegesprek bij de reclassering. ‘Daar vragen ze het hemd van je lijf’, zegt Van Dort. ‘Of je werkt, hoe je daar komt, hoe laat je thuis bent, hoe je sociale leven eruit ziet, of je kinderen aan sport doen. Dat is allemaal van belang bij het bepalen van je weekprogramma. De reclassering werkt met verschillende regimes, die in strengheid variëren. Daarbij wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met werk en gezinsleven, want dat zijn stabiliserende factoren die helpen om op het rechte pad te blijven.’

Soms blijkt tijdens de intake dat de enkelband als vervanging voor het verblijf in een cel niet mogelijk is. ‘Als je veel huisgenoten hebt - bijvoorbeeld in een instelling voor begeleid wonen - komt de privacy van anderen in het geding. Met de privacy is het namelijk gedaan zodra de enkelband is aangebracht, bleek toen ik een demonstatie kreeg van hoe het toezicht in zijn werk gaat.’

Van Dort kreeg een scherm te zien waarop mensen met een enkelband van minuut tot minuut gevolgd kunnen worden, in de vorm van pijltjes. ‘Aan zo’n pijltje is te zien waar je bent en of je snel of langzaam beweegt. Het pijltje is groen zolang je geen regels overtreedt. Maar had je binnen moeten zijn, of kom je in een buurt waarvoor een gebiedsverbod geldt, dan kleurt het pijltje rood.

Vervolgens kan de reclassering preciezere satellietbeelden oproepen, een soort Google Maps. Daarop is veel meer te zien: ‘Hee, hij rijdt naar een loods op een verlaten industriegebied, wat doet hij daar?’ Mensen herken je daar niet op, maar wel de terrastafel en de kastanjeboom in mijn tuin. Ik besloot die zaterdag niet in pyjama de was buiten te hangen, zoals ik gewend ben.’

Sportschool

De reclassering bepaalt hoe streng het regime is dat aan de band wordt gekoppeld. ‘Ik kreeg een gemiddeld regime, anders zou ik mijn werk niet kunnen doen’, zegt Van Dort. Ze moest doordeweeks van half tien ’s avonds tot half acht ’s ochtends thuis zijn. ‘Een avondklok van acht uur is gebruikelijker, maar ik voorzag problemen met uitlopende rechtszaken op de rechtbank. Je kunt toch moeilijk met een trillende enkel zitten en een controletelefoontje van de reclassering beantwoorden terwijl je met een verdachte in gesprek bent.’

In het weekend mocht ze maximaal acht uur per dag naar buiten. Ook kreeg ze een gebiedsverbod. ‘In het midden lag mijn sportschool; daar zou ik maar foute vrienden ontmoeten. Maar in dat gebied doe ik ook mijn boodschappen en twee vriendinnen wonen daar.’

Groot obstakel

Toen de reclasseringswerker met een technicus naar haar huis kwam om de enkelband aan te brengen, schrok ze. ‘Ik had een band met ingebouwde GPS, vanwege het gebiedsverbod. Wat een obstakel is dat. Ik kon ineens geen jurk of rok meer aan en een broek was ook lastig, want die zijn momenteel allemaal strak. Laarzen dragen ging niet meer, ik had maar één paar schoenen waarbij dat apparaat niet in de weg zat.’

Slapen met de band om viel haar mee. ‘Lastiger vond ik het om drie uur per dag vast te zitten aan een snoer in een stopcontact. Dat  opladen deed ik zoveel mogelijk tijdens mijn werk, want het mag niet ’s nachts omdat het snoer makkelijk loslaat als je ligt te woelen. Ook de mails waarmee de reclassering bevestigt dat je op je werk bent aangekomen, vond ik lastig. Ik voelde heel sterk dat ik geen privacy meer had.’

En dan was er nog de buitenwereld. Toen Van Dort besloot toch naar een (andere) sportschool te gaan, voelde ze de priemende blikken zodra op de roeimachine haar broek iets omhoog kroop. ‘Ik zag mensen met elkaar smiespelen en zich omdraaien. Ik heb mijn rondje afgemaakt en ben daarna naar een vriendin gefietst – per ongeluk via mijn vaste route. De band begon te trillen, de reclassering belde. Als je echt iets op je kerfstok hebt, kan het ook zijn dat de politie meteen achter je aankomt.’

Meewarige blikken

Een etentje voor vrienden wilde ze niet afzeggen. Dus moest ze zich de dag daarvoor haasten om na het werk alle boodschappen te doen en op tijd binnen te zijn. Bij het verlaten van de winkel ging het mis: de detectiepoortjes piepten. ‘Een reactie op de zender om mijn enkel. Ik legde uit wat er aan de hand was, maar dat leverde vooral meewarige blikken op. Aan de hand van de kassabon werden al mijn inkopen gecontroleerd, en dat waren er heel veel. Ik stond behoorlijk te kijk en kwam te laat thuis.’

Toen ze besloot haar wekelijkse gang naar het zwembad gewoon door te zetten, zonk de moed in haar schoenen. ‘In de gemeenschappelijke kleedruimte keek een klein meisje nieuwsgierig naar dat apparaat om mijn enkel en vroeg aan haar moeder: ‘Wat heeft die mevrouw?’ De vrouw zei niets, maar trok haar kind gauw de kleedruimte uit. Dat was pijnlijk. Toen ben ik toch maar naar huis gegaan. Je wordt met de nek aangekeken.’

Heel leerzaam

Het was een heel leerzame ervaring, zegt Van Dort. ‘Ik vond het echt pittig, vooral omdat de band zo ingrijpt op je normale routine. Even spontaan kranten en flessen wegbrengen en een boodschap doen, is er niet bij. Je moet overal bij nadenken. Bij mij is het in een week drie keer misgegaan, terwijl ik echt mijn best deed.’  Aan haar positieve oordeel over de enkelband heeft de week niets afgedaan. ‘Dit dient echt een doel. Voor de verdachte, die niet meteen alles kwijtraakt, maar ook voor de samenleving.’

 

CV Janneke van Dort (1968)

Voltooide in 1994 haar rechtenstudie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Daarna wekte ze  eerst kort als docent recht aan de hogeschool en vervolgens zes jaar bij het Bureau voor Rechtshulp.

In 2000 kwam ze als stafjurist bij de vreemdelingenkamer van de rechtbank in Dordrecht. Een jaar later stapte ze over naar Rotterdam, waar ze nu nog werkt. Eerst als stafjurist bestuursrecht, vervolgens als rechter in opleiding (2009), familierechter (2010) en strafrechter (sinds januari 2017).

Wanneer elektronisch toezicht?

Elektronisch toezicht kan in drie fases van het strafproces worden opgelegd. Als een verdachte in voorarrest zit, kan de rechter-commissaris besluiten hem naar huis te sturen met een enkelband. Wordt iemand veroordeeld, dan kan de strafrechter elektronisch toezicht opleggen als bijzondere voorwaarde bij een voorwaardelijke straf. Soms in combinatie met een locatiegebod (verplicht thuisblijven), een gebiedsverbod, een contactverbod of verplichte dagbesteding. Daarover adviseert de reclassering, die het toezicht ook uitvoert.

De rechter maakt altijd een individuele afweging, zegt Janneke van Dort. ‘Je kijkt goed naar de persoon van de verdachte - is hij gemotiveerd, is er een vluchtrisico? – en de ernst van het feit. Als de rechtsorde ernstig geschokt is, ligt gevangenisstraf meer voor de hand.’

Ook langgestraften krijgen soms een enkelband, zodat ze de laatste fase van hun detentie met toezicht naar huis kunnen. ‘Dat is vaak beter dan mensen pats-boem weer op straat zetten’, zegt Van Dort. In dit laatste geval beslist niet de rechter, maar de Dienst Justitiële Inrichtingen.

*) Dit artikel verscheen eerder in Rechtspraak Magazine

 

Strafrechter aan de enkelband

Gepubliceerd

2 jun 2017
Graagkort en bondig. Kwetsende, discriminerende en/of commerciële uitlatingen worden verwijderd.
 

Nieuwsbrief ontvangen?

Ja, stuur mij de nieuwsbrief. We gaan zorgvuldig met je gegevens om. Je krijgt ook gelijk toegang tot alle plusartikelen.

Controleer nu je e-mail

Je ontvangt een bericht met instructies om je e-mailadres te bevestigen. Zonder deze bevestiging sturen we je geen nieuwsbrief, doe het dus gelijk even!

asdas sdf fs dfsdfsf sdffsd
Netkwesties © 1999/2017. Alle rechten voorbehouden. Privacyverklaring
Ehio Media content marketing
1
0
1