Assange als bronnenhandelaar; zelfcensuur New York Times

27 januari 2011  |  De VS vs. Wilileaks is één van de belangrijkste netkwesties van afgelopen jaren; de staat als 'oude macht' versus de publieke macht van internet. Het gevecht rond Julian Assange vertroebelt de kwestie, en media worden zelf partij. Tijd voor OpenLeaks?

Julian Assange moet 'asiel' in Nederland, oordeelde opiniesite Joop.nl razendsnel toen de voorman van Wikileaks in gevaar kwam vanwege vervolging door Zweden met mogelijk gevaar voor uitlevering aan de VS. Daarmee werd de persoon Assange het onderwerp van discussie en dat hield niet meer op. Vóór- en tegenstanders de hacker/journalist buitelen over elkaar heen met publicaties.

Meest opvallende in deze strijd rond Assange is de kentering in de verhouding tussen Europa en de Verenigde Staten. Terwijl de laatste traditioneel de vrijheid van meningsuiting als het Eerste Grondrecht vergaand verdedigden, schoven ze dat argument nu eenvoudig terzijde. Daarentegen wierp vooral Europa zich op voor de uitingsvrijheid, ondermeer via het Europees Parlement dat overigens qua handelen niet anders dan machteloosheid kon etaleren.

Het verloop van de feiten is bekend: de Britse rechter plaatste Assange in huisarrrest in Engeland in afwachting van een definitief besluit over het uitleveringsverzoek van Zweden. Hij wordt daar verdacht van zedendelicten verdacht, ondermeer het vrijen zonder condoom dat er strafbaar kan zijn.

Ondertussen begonnen The Guardian en New York Times ook hun partner te bekritiseren, bijvoorbeeld met een portret in NYT dat Assange als 'smadelijk betitelde. Een journalist met wie Assange nauw samenwerkte voor de publicatie van de 'cables, Nick Davies, publiceerde uitgebreid de Zweedse aanklacht. Dit werd gezien als dolk in de rug van Assange door Davies, die forse kritiek ontmoette. De kern: Davies schreef al te gemakkelijk politierapporten over terwijl hij had moeten onderzoeken in hoeverre de verklaringen door manipulatie tot stand waren gekomen.

In een doorwrocht artikel zette Vanity Fair de vertroebeling an de verhoudingen tussen Assange en The Guardian uiteen. De Wikileaks-baas wordt neergezet als een paranoïde neuroot. Dat gebeurde gisteren wederom in een lang artikel van Bill Keller, hoofdredacteur an New York Times als voorpublicatie van een te verschijnen e-boek.

Vooral dat laatste verhaal is fascinerend, in verschillende opzichten. Op de eerste plaats wordt het paranoïde gedrag van Assange beschreven inclusief de persoonsbeschrijving: "intelligent, goed opgeleid, technologisch zeer bedreven, maar arrogant, met een dunne huid, samenzweerderig en merkwaardig goedgelovig." Het misstaat niet in een roddelblad.

Ze hebben de buik vol van Assange, zo veel is wel duidelijk. The Guardian noch The Times kan als objectieve bron worden beschouwd. Ook 'onze' NOS liet zich bij monde van hoofdredacteur Hans Laroes kennen als journalistiek instituut dat de eigen rol moest benadrukken bij het verkrijgen van de 'cables'. NRC Handelsblad en RTL Nieuws verkregen de bronnen via een Noorse krant.

Tegenover het Kuifje-gehalte van dit soort verhalen staan kritieken zoals het Bijvoorbeeld het onderzoek over en interview met Assange van John Pilgers op Truth-Out. Hij kiest de kant van Assange, vooral op grond van de strijd die in de VS tegen hem wordt gevoerd.

Er is al een jury in de VS gevormd voor de berechting van Assange, en Pilgers bestrijdt deze vervolging. Rop Gonggrijp is in dit onderzoek betrokken, als verdachte of getuige. Ik vond de actie van de VS, geholpen door De Telegraaf, ver gaan en schreef een pleidooi vóór Gonggrijp en tegen de VS, te meer daar Gonggrijp met de 'cables' niets van doen had maar met de video Collateral Murder des te meer.

Handel en wandel van Assange

De vraag of de persoon Assange nu deugt of niet, is niet zo belangrijk, ofschoon wel duidelijk is dat ijdelheid hem drijft tot handelen dat voor hem persoonlijk gunstiger is dan voor de zaak Wikileaks. Maar journalisten doen dat net zo goed en al veel langer. De betrokkenen publiceren nu boeken om meer geld en aandacht te krijgen, nog steeds louter mogelijk vanwege onthullingen door anderen. Bradley Manning verdwijnt wellicht voor lang achter de tralies terwijl journalisten zich beschermd weten door wetten en de schijnwerper, en Assange door de laatste.

Niettemin: Assange heeft met Wikileaks bronnen in handen gekregen en behandelt die alsof hij er eigenaar van geworden is. Hij bepaalt in onderhandelingen de voorwaarden waaronder de 'cables' gepubliceerd mogen worden. Dat heeft praktische gronden, bijvoorbeeld de noodzaak om te inhoud te onderzoeken. Maar er komt ook manipulatie bij kijken. Zo kreeg de NOS de bronnen van Assange mede daar publicatie het besluit van Nederland om al dan niet verder te vechten in Afghanistan zou kunnen beïnvloeden. Het is onnodig te stellen dat het onjuist is van Wikeleaks en Assange om die rol te spelen.

New York Times zelfcensuur

Slechts enkele media krijgen preferente toegang tot de bronnen, behalve The Guardian en New York Times ook Der Spiegel en El Pais. Vooral de wijze waarop New York times zichzelf als superieur medium ziet tegenover de bron waaruit ze drinkt, is opvallend. Keller schreef gisteren, nogal pedant:

"...we voelden een enorme morele en ethische verplichting om het materiaal op verantwoorde wijze te gebruiken. Terwijl we ervan uit dat we weinig of geen invloed konden uitoefenen op de publicaties door Wikileaks zelf, laat staan wat er zou gebeuren als dit materiaal werd losgelaten in de echokamer van de blogosfeer, bevrijdde ons dit niet van de noodzaak om zorgvuldigheid te betrachten in onze eigen journalistiek. Vanaf het begin hebben we afgesproken dat in onze artikelen en in alle documenten die we zouden publiceren uit het geheim archief, we materiaal weg zouden laten dat levens in gevaar zou kunnen brengen.

Geleid door verslaggevers met een uitgebreide ervaring op dit terrein, lieten we de namen weg van gewone burgers, lokale ambtenaren, activisten, academici en anderen die gesproken hadden met de Amerikaanse soldaten en diplomaten. We lieten details weg met aanwijzingen over lopende inlichtingenoperaties, militaire tactieken of locaties van materiaal ligt dat door terroristen gebruikt kan worden."

Hier schrijft de meest vermaarde krant ter wereld niet enkel dat ze individuen beschermt, dat wil zeggen personen die Amerikanen hielpen, maar ook informatie over het Amerikaanse inlichtingenwerk en de Amerikaanse militaire tactiek. Die laatste zelfcensuur gaat ver en daarmee plaatst de krant zich in de militaire conflicten aan de kant van het 'eigen' land.

OpenLeaks

Wikileaks als neutraal doorgeefluik is gezien de handel door Assange een gepasseerd station voor het neutraal klokkenluiden. Bovendien maakt de publicatie door New York Times, maar ook de exclusieve toedeling van documenten aan de NOS door Assange, duidelijk dat het niet goed is om maar een deel van de pers toegang te geven onder voorwaarden. Het werkt beperking van selectie of zelfs manipulatie in de hand, en bemoeilijkt controle.

Bovendien gaan deze media ermee aan de haal voor eigen roem en ze bekommeren zich geen seconde om het lot van hun bronnen. Zie ook het geval van de Nederlandse klokkenluider Ad Bos die berooid in een caravan eindigde, zonder dat nog één van de media die van hem gebruikgemaakt hadden het voor hem opnam.

Er moet een betere basis komen voor publicatie door klokkenluiders, zoals op Netkwesties ook betoogd door Geert Lovink en Patrice Riemens. Zij zien meer in OpenLeaks. En na een maand van talmen en zoeken is OpenLeaks nu online, als platform waar klokkenluiders terecht kunnen voor verspreiding van hun materiaal op internet.

OpenLeaks gaat door met de principes van Wikileaks, en steunt ook op een aantal personen die daaraan meededen maar bonje kregen met Assange. Het doel is enerzijds om die klokkenluiders te beschermen en anderzijds echt open toegang tot documenten tot stand te brengen. OpenLeaks beschouwt zichzelf als een doorgeefluik ('mere conduit') en niet als medium.

OpenLeaks is goed gefundeerd voor verspreiding van documenten, maar kan klokkenluiders geen absolute bescherming bieden. Hun acties, te weten het bemachtigen c.q. ontvreemden van gevoelig materiaal en vervolgens het publiceren met hulp van aan OpenLeaks, blijven hachelijk en wellicht traceerbaar. OpenLeaks is daar duidelijk over:

Bronnen worden beschermd, dat wil zeggen dat hun namen niet bekend worden bij OpenLeaks en niet te vorderen zijn door Justitie, maar garanties voor klokkenluiders zijn er verder niet.

"Elke klokkenluider moet zich ervan bewust zijn dat we geen gezaghebbend juridisch advies kunnen geven...en dat alle content binnen onze Knowledge Base lokaal moet worden gecontroleerd en/of geverifieerd om problemen te voorkomen.

Naast het verstrekken van een beter inzicht in de juridische implicaties per regio, kan onze dienst daadwerkelijk helpen om onze leden te beschermen tegen zowel de gerechtelijke als buitengerechtelijke vervolging....Er moet echter rekening mee worden gehouden dat de bescherming die journalisten wel genieten in veel democratieën niet altijd van toepassing is op hun bronnen."

Assange, Gonggrijp en anderen schreven een IJslands wetsvoorstel om klokkenluiders daar absolute bescherming te bieden, maar dat is nog altijd maar een voorstel en geen wet.

Dus doen klokkenluiders die iets te vrezen hebben er wellicht nog altijd goed aan om het internet niet te gebruiken voor het doorgeven van hun onthullende materiaal, noch om erover te communiceren via internet...
 

Onderwerpen
Extra
Gepubliceerd
 
Naam
E-mailadres
Mijn reactie
Neem de letters van het plaatje…
Typ deze hier in