Zware delegatie pleit voor meer waarborgen

Professoren tegen wetsvoorstel inlichtingendiensten

Inlichtingendiensten krijgen veel te ruime bevoegdheden voor het verzamelen en analyseren van informatie, vooral in bulk. Transparantie is onduidelijk en beperkt en het toezicht onder de maat.

Dit zijn de belangrijkste bezwaren van een groep wetenschappers tegen het voorstel voor een nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv). Ze schrijven dit in een open brief aan de Tweede Kamer, die deze week het wetsvoorstel bespreekt.

Eerder is op Netkwesties het wetsvoorstel uitgebreid beschreven, inclusief de bezwaren die in de consultatierondes zijn geuit, zoals door Pi.Lab, Ivir en Raad van State. Volgens de professoren is aan de kritiek onvoldoende gehoor gegeven door het kabinet en met name minister Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken.

De brief is ondertekend door een zware delegatie wetenschappers, in hedendaagse politieke termen: een ‘elite’, Onder wie personen die niet bekend staan om hun antipathie jegens inlichtingendiensten, zoals Beatrice de Graaf, Jeroen van den Hoven, Michel van Eeten en Constant Hijzen. Initiatiefnemers zijn Bart Jacobs (Radboud Universiteit) en Nico van Eijk (Universiteit van Amsterdam). Alfabetisch:

Axel Arnbak
Herbert Bos
Jelle van Buuren
Egbert Dommering
Yvonne Donders
Michel van Eeten
Nico van Eijk
Sandro Etalle
Janneke Gerards
Marieke de Goede
Beatrice de Graaf
Constant Hijzen
Mireille Hildebrandt
Jaap-Henk Hoepman
Simone van der Hof
Jeroen van den Hoven
Rob van den Hoven van Genderen
Bart Jacobs
Piet Hein van Kempen
Ronald Leenes 
Arno Lodder
Frank van Ommeren
Anja Oskamp
Aernout Schmidt
Bart Schermer
Jan Smits
Frederik Zuiderveen Borgesius
Gerrit-Jan Zwenne

Hun belangrijkste bezwaren volgens het persbericht, waaruit punten 4 en 5 in de aanhef van dit artikel is genoemd, daar dit de essentie vormt van de wet: wat mogen AIVD en MIVD straks verzamelen en hoe transparant is hun werk? Ook de uitwisseling van data met buitenlandse diensten is te ruim geformuleerd in het wetsvoorstel.

  1. Het toezicht wordt over te veel instanties verdeeld. Het toezicht vooraf zou zoveel mogelijk bij één instantie, bij voorkeur een gespecialiseerde rechter, moeten worden ondergebracht. Bovendien kan de onafhankelijkheid en oordeelsvorming van het toezicht beter worden gegarandeerd door bijvoorbeeld het raadplegen van deskundigen mogelijk te maken.
  2. Meer en meer informatie wordt gedeeld met buitenlandse diensten. De besluiten daartoe worden niet vooraf getoetst. Dit moet alsnog gebeuren.
  3. Het wetsvoorstel stelt niet zeker dat het toezicht over voldoende middelen beschikt en effectief/efficiënt zijn werk kan doen. Op onafhankelijke wijze – bijvoorbeeld door de Algemene Rekenkamer -  moet worden vastgesteld wat er nodig is aan geld en personeel.
  4. Er moet veel selectiever met het verzamelen en analyseren van informatie worden omgegaan, zeker wanneer het gaat om het verzamelen in bulk. Niet relevante informatie dient zo snel mogelijk te worden verwijderd (ook wel ‘select while you collect’ genoemd). Omdat niet vooraf te bepalen is wat de technologie gaat brengen, moeten nieuwe methodes afzonderlijk worden beoordeeld voordat ze kunnen worden ingezet. 
  5. Voor een goed draagvlak en controle, moet er zoveel mogelijk transparantie zijn. Het wetsvoorstel regelt nauwelijks iets over welke informatie naar buiten kan worden gebracht of worden opgevraagd. Evenmin is duidelijk wat bedrijven die betrokken bij surveillance mogen vertellen over hun betrokkenheid. 

Citaten uit de brief:

‘De toename aan mogelijkheden en de toename aan gegevens betekenen dat hoge eisen moeten worden gesteld aan toezicht, werkwijze en verantwoording/accountability. Dat is nodig om te voldoen aan ethische en juridische normen die wij binnen onze democratische rechtstaat hebben gesteld.’

‘Het toezicht vooraf op de activiteiten van de veiligheidsdiensten [wordt] weliswaar uitgebreid, maar op een buitengewoon rommelige wijze. Sommige bevoegdheden komen bij de rechter te liggen, voor andere wordt een nieuwe toetsingscommissie in het leven geroepen…Al met al is het toezicht gefragmenteerd en weinig transparant geregeld.’

‘Zo moet er toegang zijn tot alle relevante informatie en moeten deskundigen kunnen worden gehoord zodat tegenspraak gegarandeerd is.  Zo mogelijk wordt een aparte functionaris aangesteld die naar de publieke belangen kijkt (een ‘public advocate’).’

‘Wanneer er bijzondere bescherming voor bepaalde verschoningsgerechtigden (advocaten, journalisten) nodig wordt geacht dan dient deze ook aan andere verschoningsgerechtigden of daarmee gelijk te stellen personen te worden gegeven. Maar het zou natuurlijk nog beter zijn wanneer alle burgers op eenzelfde hoogstaande wijze beschermd worden.’ 

 ‘…het verzamelen en analyseren van data [moet] selectief, doelgericht, en met zorg plaatsvinden en moeten niet-relevante gegevens (nevenvangst) direct verwijderd worden. Deze werkwijze, ook wel  ‘select while you collect’ genoemd, dient nadrukkelijker in de wet verankerd te worden en door de diensten structureel, met digitale ondersteuning en toezicht, gerealiseerd te worden.’

‘Omdat niet te voorzien is wat voor mogelijkheden de technologische ontwikkeling gaat brengen, dient een nieuwe methode voorafgaand aan de inzet getoetst te worden ten aanzien van de ethische en rechtstatelijke aspecten...waarbij de inbreng van deskundigen en maatschappelijke organisaties mogelijk is. Even zozeer behoren bestaande methoden regelmatig op vergelijkbare wijze te worden geëvalueerd.’

‘In het wetsvoorstel ontbreken afdoende waarborgen ten aanzien van informatievoorziening over de activiteiten. Daarbij gaat het om de informatieverstrekking door de overheid, de mate waarin informatie door burgers kan worden opgevraagd en de wijze waarop door betrokken organisaties kan worden gerapporteerd over hun betrokkenheid bij de inzet van surveillance.’

‘Er is maximale transparantie gewenst in het geheel van voorafgaande toestemming, niet zozeer met betrekking tot concrete gevallen, maar wel waar het informatie zoals het aantal goed- en afgekeurde verzoeken of methodes betreft. Voor betrokken organisaties moet voldoende duidelijk zijn wat zij over hun medewerking kunnen berichten.’

 

Professoren tegen wetsvoorstel inlichtingendiensten
Professoren tegen wetsvoorstel inlichtingendiensten

Gepubliceerd

13 dec 2016
Graag kort en bondig. Kwetsende, discriminerende en/of commerciële uitlatingen worden verwijderd.
 

Nieuwsbrief ontvangen?

Ja, stuur mij de nieuwsbrief. We gaan zorgvuldig met je gegevens om. Je krijgt ook gelijk toegang tot alle plusartikelen.

Controleer nu je e-mail

Je ontvangt een bericht met instructies om je e-mailadres te bevestigen. Zonder deze bevestiging sturen we je geen nieuwsbrief, doe het dus gelijk even!

asdas sdf fs dfsdfsf sdffsd
Netkwesties © 1999/2017. Alle rechten voorbehouden. Privacyverklaring
Ehio Media content marketing
1
0
1