Patti Valkenburg was een van ‘s werelds meest vooraanstaande onderzoekers naar de invloed van sociale media op jongeren, en altijd bereid tot maatschappelijk debat. Ze hield niettemin consequent vast aan haar standpunt dat het gebruik slechts voor een kleine groep jongeren problematisch is en zich daar de aandacht op moet richten. Dat werd ruimschoots gecompenseerd door positieve uitschieters, dus gemiddeld gezien was er geen probleem.
Criticasters menen dat ze te zeer vasthield aan een positieve blik op grond van de uitkomsten van onderzoek. Valkenburg ging niet mee in wat ze als ongegronde ‘paniek’ bestempelde. Iets van een veranderend inzicht treedt echter naar voren in een afscheidsinterview met Patti Valkenburg van Simoon Hermus en Kaya Bouma in de Volkskrant van dit weekend.
Lachen om Teletubbies
Valkenburg verwierf bekendheid met haar onderzoek naar de mogelijk schadelijke invloed van tv kijken door hele kleine kinderen. In een interview met NRC in 2008 naar aanleiding van een Frans verbod op tv voor de allerjongsten:
“Belangrijk is volgens Valkenburg dat baby’s en peuters niet te lang televisiekijken. Maar elke dag een half uurtje Teletubbies (een Engels programma gemaakt voor baby’s) kan echt geen kwaad. Valkenburg: „We hebben nauwgezet geturfd hoe ze naar verschillende programma’s kijken, van de Teletubbies tot het nieuws. Bij de Teletubbies zaten baby’s van negen maanden al te schaterlachen. Dat is toch niet erg? Volwassenen ontspannen toch ook bij een grappig programma?”
In die groef is Valkenburg een groot deel van haar loopbaan blijven zitten: media hebben gemiddeld nauwelijks schadelijke invloed, dus het maken van grote zorgen onjuist. Bij NWO:
Vraag: Sociale media hebben hun aantrekkelijke kanten, maar fungeren ook als kanalen voor de verspreiding van online haat, nepnieuws en complottheorieën. Uitgerekend in die omgeving zijn jongeren bovenmatig vertegenwoordigd. Sterker, een doorsnee tiener draait zijn hand niet om voor een schermtijd van pakweg vijf uur per dag. Gaat onze jeugd naar de bliksem?
Antwoord Patti Valkenburg. “Nee, de meeste jongeren doen het goed op sociale media en ondervinden er geen hinder van. Een kleine groep wordt er gelukkiger van – een bescheiden positief effect dus – een andere kleine groep juist niet.”
Uitstekende methode
Ze had een op het oog voortreffelijke onderzoeksmethode om jongeren met software op de telefoon te volgen in hun sociale media-gebruik, en vervolgens via vragen over hun welbevinden de effecten te boekstaven.
“Niet één, maar liefst zes keer per dag stelden ze jongeren indringende vragen. Bijvoorbeeld of ze zich eenzaam voelden en hoe het met hun zelfvertrouwen stond. Hun sociale mediagebruik kwam niet alleen in de dagelijkse telefoonvragenlijstjes ter sprake, maar werd ook voortdurend getrackt via speciale software.
In totaal ging het om 252 metingen per tiener. Klinkt als een flinke belasting, maar met financiële beloningen, loterijen en dagelijkse grappige memes lukte het om ze bijna allemaal bij de les te houden.”
Valkenburg ging dus sterk af op de antwoorden van jongeren zelf over de effecten, zoals in project Awesome. Daarin kwamen individuele verschillen tevoorschijn, maar over het geheel was er geen reden voor een negatieve conclusie: “De uitkomsten uit die overzichtsstudies laten zien dat de invloed van social media op het welzijn van jongeren klein is. Het statistische effect ervan ligt rond de 0.10. Zo’n effect, dat in theorie van 0.00 naar 1.00 loopt, noemen we klein.”
Telefoongebruik in ere houden
Ook in internationale vergelijkende studies vond Valkenburg bewijs voor haar stelling: “Het gevaar van sociale media wordt overdreven.” Slechts circa 10 procent van de jongeren werd volgens Valkenburg en collega’s negatief beïnvloed, maar dat kwam niet specifiek door sociale media maar doordat dit sowieso kwetsbare kinderen zijn die gemakkelijk somber of gepest werden. Aan deze kinderen moet extra aandacht worden besteed.
Kortom, geen beperking invoeren, ook niet op scholen: “Jongeren helemaal weghouden van sociale media is niet verstandig, omdat alles daar voor ze gebeurt. De contacten die ze daar hebben zijn superbelangrijk op die leeftijd.”
Dus clubs als Smartphonevrij Opgroeien van Thekla Reuten en anderen kregen geen steun van Valkenburg en haar onderzoeksschool. Niettemin kwam er wel een telefoonverbod in schoolklassen ondanks dat Valkenburg zei dat de telefoon terecht en goed gebruikt wordt voor het onderwijs zelf, bijvoorbeeld voor het bijspijkeren van kinderen met leerachterstanden.
Hyves? TikTok!
In het afscheidsinterview met de Volkskrant stelt Patti Valkenburg dat ze heel vroeger met Hyves en MSN geen problemen zag: “Ja, aanvankelijk was ik voorstander van sociale media, maar dan heb ik het over het begin van het millennium. MSN, Sugababes, Hyves. Dat heette in onderzoek in 2006 nog ‘friend networking sites’.
Bovenstaande citaten tonen echter aan dat ze ook de afgelopen 20 jaar toen Hyves al lang vervangen was door Facebook, Instagram en TikTok, meende dat het wel meeviel met de effecten van de verslaving aan sociale media en telefoons voor 90 procent van de kinderen. Boven een interview in Psychologie Magazine stond: “Het gevaar van sociale media wordt overdreven”.
De risico’s van telefoongebruik en gamen werden in het publieke debat consequent te somber voorgesteld volgens Valkenburg, en ernstige uitingen waren vooral paniek en niet wetenschappelijk onderbouwd. Steeds weer ging ze het debat aan in de samenleving met dit standpunt, integer en open maar met het vasthouden aan haar standpunten.
Nu legt ze een ander accent: “Maar als ik nu een afweging maak, zou ik zeggen dat de potentiële negatieve effecten van sociale media de positieve overschaduwen…Het is gewoon te véél. Voor ons volgende onderzoek namen we ook diepte-interviews af met vierhonderd middelbare scholieren, waarbij ze me hun schermtijd via een videoverbinding lieten zien. Ik schrok me rot. Sommigen halen 14 uur per dag.”
Nu meent Valkenburg dat sociale media “onze autonomie ondermijnen”. Het woord verslaving aan telefoons komt in het hele interview niet voor, ook niet dat de ouders waarop Valkenburg vertrouwt om kinderen goed gebruik bij te brengen (“dr. Spock-effect”), veelal zelf verslaafd zijn. Valkenburg blijft dus tegen een sociale mediaverbod voor jongeren in Europa:
“‘Ik zie het als een wanhoopsdaad van de Europese Commissie. Ik denk dat ze bang zijn dat alle landen hun eigen regels gaan bedenken. De Europese Commissie vindt terecht dat er een eind aan de tijdlijn moet zitten, dat eindeloze scrollen in zo’n gepersonaliseerde feed, maar daar verzetten techbedrijven zich fel tegen omdat het hun businessmodel ondermijnt. Wetgeving blust de branden van gisteren.”