Vraag het eens aan je collega’s: “Mag ik door jouw prompts scrollen?” Op mijn werkplek werd er ongemakkelijk gelachen en kwamen schaamtevolle anekdotes omhoog. Wat zit daarachter? Ik noem het promptschaamte. Een symptoom van een grotere uitdaging.
Promptschaamte heeft ten minste twee varianten. Allereerst zijn mensen bang voor het oordeel van anderen over de ‘domme’ vragen in hun prompts. Het is de schaamte voor het gebrek aan kwaliteit van de in- of output.
Maar ook in de ‘slimme’ prompts en output geven mensen niet graag inzicht. Die onthullen namelijk dat wat jouw werk kwalitatief maakt niet uit jouw koker kwam, maar uit die van AI.
We schamen ons niet voor de output, maar voor het gebrek aan authenticiteit. Achter die schaamte zit een verlangen naar authentiek eigenaarschap. Want wat vertelt je werk nog over jou als het niet door jou is gemaakt?
Luie intelligentie
Het menselijk brein streeft op korte termijn naar gemak en genot. En alles om ons heen is hierop ingesteld: de output van ChatGPT, gamedesign, socialemedia-algoritmes en marketingcampagnes.
Filosoof Hans Schnitzler omschrijft hoe hij het probeert: “Ik hou mezelf dom met mijn telefoon, en misschien is dat wel slim.” Schnitzler benoemt de wrange ironie dat we onze apparaten ‘smart’ noemen naarmate wijzelf passiever worden. Een smart-gps vertelt je de route naar je werk en een AI-chatbot wat de snelste route naar succes is. Het resultaat? We verliezen ons eigen navigatievermogen.
Dit noem ik luie intelligentie. Intelligent, want het is slim, efficiënt en de uitkomst is steeds vaker van hoge kwaliteit. Maar ook lui, want het komt niet uit onszelf. We worden ertoe verleid, het langetermijneffect is onwenselijk.
Vicieuze cirkel
Zo viel er recent een opdrachtaanvraag op mijn digitale deurmat, duidelijk met AI in elkaar gezet. Door slim gebruik van AI zou ik binnen een dag een voorstel kunnen schrijven, waarna mijn stuk op de genoemde criteria beoordeeld zou worden met AI.
Zie daar de vicieuze cirkel van luie intelligentie. Niemand weet nog wat de ander eigenlijk denkt of waardeert. Dezelfde week zei een vriendin: “Als ChatGPT er was toen ik mijn scriptie schreef, was het veel sneller af.”
Ze heeft gelijk. Maar de les zit niet in het eindproduct, maar in de lange, eenzame dagen in de bibliotheek, de verlammende onzekerheid over die ene formulering. Dat is waar je leert twijfel om te zetten in resultaat.
Hoe werkt een koelkast?
Ons gebruik van generatieve AI legt een immense uitdaging bloot. Immens, want de uitdaging ligt niet buiten ons, maar in onszelf. Velen van ons gebruiken dagelijks AI voor werk, studie of privézaken, maar de output vermindert het gevoel van originaliteit over hetgeen je maakt. Veel AI-applicaties zijn zo gebouwd dat ze ons verliefd laten worden op de output, niet op het denkproces.
We kiezen voor de makkelijke weg. Omdat het werkt en verwacht wordt. Maar voel je de neiging om AI als shortcut tot succes in te zetten? Dan wordt je brein verleid tot luie intelligentie.
En voel je pijn bij het verlies van eigenaarschap? Dan moet je daar actief iets tegen doen.
Een vriend vroeg me ooit: “Hoe werkt een koelkast eigenlijk?” Zijn doel was niet om het antwoord te weten, want dat had hij kunnen googelen. Het ging om het gezamenlijk beredeneren. Zijn vraag stimuleerde niet luie maar actieve intelligentie.
AI-modellen zijn door mensen gebouwd; het is geen natuurkracht. Je kunt jouw eigen AI-interactie ontwerpen om jouw belang te dienen.
Vraag je eerst af: wat wil je op de lange termijn bereiken met AI? Veel Large Language Models bieden de mogelijkheid om instructies mee te geven. Mijn instructie aan Claude begint bij mijn gewenste einde: “Ik wil dat ik slimmer word na elk gesprek met jou. Het gaat me niet om de snelste output, maar dat ik eigenaarschap voel over de uitkomst.” Dit is niet de kortste route, maar de route waar ik iets van leer. Ik navigeer weer.
Begin bij jouw gewenste einde, niet het einde dat het algoritme voor je kiest.
*) Rogier van Koningsbruggen is gedragsontwerper, momenteel bij Behaviour Club in Amsterdam-Noord, dat onder meer de Nudge van het Jaar verzon. Dit opinieartikel verscheen eerst in de Volkskrant
**) Beeld: Nederlands Danstheater Joris-Jan Bos