Vint Cerf, de legendarische, inmiddels bijna 83-jarige mede-grondlegger, trad in 2005 in dienst van Google onder de eretitel Chief Internet Evangelist te helpen met ontwikkeling van internet. Hij is levende internetgeschiedenis.
Cerf is nog altijd methodisch, nog altijd precies, nog altijd bereid dingen te zeggen die de heersende stemming compliceren. Hij heeft niet alleen de eerste grote digitale infrastructuur mede gebouwd, maar vervolgens tientallen jaren nagedacht over de gevolgen van de uitvinding gebeurt: wanneer technische systemen sociale systemen worden, economische systemen, en uiteindelijk politieke.
Hij belt nu in voor een interview in de rol van medeoprichter van Innovation for Jobs, met kunstmatige intelligentie (AI) als thema. Vint begint direct met een boude vergelijking: “Het maken van grote taalmodellen lijkt een beetje op het maken van routers. Het zijn aanjagers die mensen in staat stellen een ongelooflijke verscheidenheid aan dingen te doen. Net zoals TCP/IP het platform internet schiep waarop alles kon worden gebouwd.”
Routers (hardware) vergelijken met software (AI)? Jawel, want AI is in de ogen van Vint Cerf geen instrument, en evenmin een categorie van toepassingen. Het is infrastructuur. En infrastructuur heeft een bijzondere eigenschap: ze verdwijnt precies uit het zicht op het moment dat ze onmisbaar wordt.
De bekende roes, de andere breuk
Het is zinvol te beginnen bij het ontwerp van het internet. En niet uit nostalgie, maar omdat de rest van het gesprek een bijzondere lading krijgt van een man die precies zo’n onomkeerbare verandering van binnenuit heeft meegemaakt. Cerf ontwierp de basis van internet, TCP/IP samen met Bob Kahn in 1973. Ze losten een specifiek probleem op: hoe laat je verschillende, onderling onverenigbare computernetwerken met elkaar communiceren?
De aanleiding was militair en wetenschappelijk. DARPA, het onderzoeksinstituut van het Amerikaanse leger, wilde universiteitscomputers koppelen zodat onderzoekers middelen konden delen. Kahn zag mogelijkheden voor mobiel bevel en controle over voertuigen, vliegtuigen en schepen. “Ik moest het probleemveld vertalen naar iets waar de promovendi aan wilden werken”, herinnert Cerf zich, met enige wrangheid. De Vietnamoorlog was nog gaande, en defensiefinanciering was geen populair onderwerp op de campus. Niemand was bezig met het ontwerpen van de toekomst van menselijke communicatie. Maar het delen van computerkracht sloeg spoedig aan in de wetenschap, een enorme doorbraak vanaf 1973
Het moment waarop het potentieel van het internet voor Cerf werkelijkheid werd, kwam pas 15 jaar later: in 1988, op de Interop-beurs in San Francisco, voor een drie lagen hoog Cisco-display van 250.000 dollar. “Ik herinner me dat ik daar stond met mijn mond open, en dacht: iemand moet verwachten dat er geld te verdienen valt met het internet.”
Vijf jaar later de volgende doorbraak, Mosaic-browser in 1993: “Verbijsterend, want het is een grafische interface; het internet ziet er ineens uit als een tijdschrift.” De browser brak door als Netscape, de dot-com boom volgde: “Risicokapitaal raakte opgewonden en gooide geld naar alles dat te maken leek te hebben met het internet, net zoals vandaag geld wordt gegooid naar alles met AI.”
De parallel die Cerf het meest toepasselijk vindt, is niet de triomfantelijke groei van het internet, maar zijn verontrustender adolescentie. Grote taalmodellen verhouden zich tot AI zoals routers zich verhielden tot het vroege internet: essentiële infrastructuur die een explosie van toepassingen mogelijk maakte.
Dezelfde speculatieve roes, dezelfde aanname dat schaal waarde creëert, dezelfde bereidheid om de moeilijke vragen vooruit te schuiven. Maar, erkent Cerf, AI creëert inhoud, TCP/IP niet. AI stelt waarheidsvinding op de proef.
Systeem vindt werkelijkheid uit
Cerf maakte dit die ochtend aan den lijve mee, in een vraag aan een AI-bot over een favoriete reeks Lensman (sciencefiction) die hij meerdere malen las. Het model noemde een planeet in het boek, maar die komt nergens in de boeken voor. Cerf daagde het uit. Het model aarzelde, en gaf toe: “U heeft gelijk. Die naam komt nergens in de romans voor. Ik moet dit verzonnen hebben.” Hij had het nooit opgemerkt zonder grondige eigen kennis. “De uitvoer van grote taalmodellen is vaak zeer overtuigend. Het is welsprekend. Het is goed georganiseerd. Het komt over als gezaghebbend.”
Wederom dreigt gemakzucht, een centraal dilemma. “Het gemak van de aanname is zo groot dat het onderzoeken en verwerpen meer werk betekent.” Het Reagan-adagium is van toepassing, zegt hij: vertrouw, maar verifieer alles. Advocaten deden dat niet en gaan onderuit. Ze zijn de enigen niet. Cerf: “Als ik zie hoe mensen hun telefoon trekken voor een berekening in plaats van een ruwe schatting uit het hoofd te maken, word ik er verdrietig van.”
De diepere zorg betreft niet individuele fouten, maar collectieve waan. Het tempo van die verschuiving is zodanig dat we in de hang naar gemakzucht vaardigheden verliezen sneller dan we begrijpen wat we verliezen.
Risicokloof tussen VS en Europa
Dan is er het bestuur, een tegenstelling tussen Europa en de VS die Cerf met een mengeling van begrip en ongemak beschouwt. In Europa, betoogt hij, grijpt vooraf naar regelgeving: iets kan misgaan, dus handelen. Amerika is reactief: iets is misgegaan, dus nu handelen. Europa damt risico’s in, de Verenigde Staten ontdekt eerst. Cerf ziet een deels historische verklaring: de Europeanen die naar de VS trokken waren risiconemers. Degenen die daarna de oostkust verlieten voor het westen, waren dat nog eens. “Tegen de tijd dat je in San Francisco bent, ben je omringd door mensen die risico’s durven nemen.”
Deze inmiddels diepgaande culturele kloof bepaalt -wederom – de technologiebenadering, nu voor AI. Cerf opteert voor een praktische oplossing van het grote probleem: niet of AI bestuurd moet worden, maar hoe je verantwoordingsplicht inbouwt in bestaande systemen.
Hij wil een overeenkomst over de “gewenste eigenschappen van een AI-ecosysteem” — een set principes zoals die ooit de architectuur van het internet bestuurden. Centraal daarin staat verantwoordingsplicht met audits die juridisch bekrachtigd zijn. “Zodra een AI-agent beschikbaar komt, voor kennis of een zelfrijdende auto, moet je daarop kunnen terugvallen en vertrouwen.”
De vragen rond deze verantwoording stapelen zich snel op. Wiens agent is het? Heeft het een uniek ID? Wie beheert de audits? Cerf: “Vooral als meerdere agenten met elkaar in wisselwerking opereren moet vaststellen wie voor welk deel aansprakelijk is.” Het gaat immers om snelgroeiende schaal, met miljarden interacties per seconde.
Clouds zouden met de verwerking van die miljarden operaties onvervalsbare audits moeten vastleggen, met cryptografische handtekeningen. Cerf ziet hobbels: “Zijn digitale handtekeningen hier je vriend? Hoe lang houden ze het vol voordat de kwantumcomputers ze kraken?”
De infrastructuur voor AI-verantwoording ontbreekt ondanks groeiende afhankelijkheid. Ze zal waarschijnlijk door mislukkingen en schade tot stand komen, niet door ontwerp vooraf. “We zullen er strompelend invallen. We zullen problemen, mislukkingen en schade ondervinden.”
Schaal als blootstelling
Google geeft in 2026 alleen al 185 miljard dollar uit aan AI-infrastructuur, ruwweg het dubbele van 2025. Dat bedrag, merkt Cerf op, is “eigenlijk moeilijk uit te geven”. Kunnen kleine partijen daartegenop? Zijn antwoord is tegenstrijdig. Kleinere partijen kunnen infrastructuur huren en zijn flexibeler.
De AI-golf lijkt op de beginjaren van internet qua wilde investeringen, de speculatieve roes, de kloof tussen vermogen en bestuur. Maar AI, stelt Cerf is onvoorspelbaarder: “Je kunt niet goed anticiperen, als het mis gaat ben je al te ver op het.”
Of we terechtkomen in een wereld waarin AI het menselijk vermogen vergroot, of in één waarin het dat stilletjes verdringt, is naar zijn overtuiging een keuze, geen lot. Toch oppert hij optimisme. “Ik geloof dat deze AI-mogelijkheden aanjagers zijn om voor bijzondere prestaties voor mensen en de mensheid. Ik ben verbaasd over wat mensen deze agenten nu weten te laten doen.”
Dus AI is voor Vint Cerf geen plotselinge breuk noch een simpele volgende evolutionaire stap in digitalisering. Het patroon is vertrouwd, de snelheid wederom ongewis, maar met diepere gevolgen voor kennisverwerving, handelen en beslissen. De eigenlijke uitdaging is niet het bouwen van systemen die werken, maar systemen die we kunnen vertrouwen, begrijpen en uiteindelijk ter verantwoording kunnen roepen. Dat is een infrastructuurprobleem. En infrastructuur, weet Cerf beter dan de meesten, is nooit echt af.
*) Vint Cerf neemt deel aan de Paraidox Sessions op 23 april, 17:00–18:00 CET, samen met Joerg Blumtritt, dr. Tamás Dávid-Barrett en Gregorio Ameyugo. Aanmelden voor deelname: events.teams.microsoft.com. Dit interview werd afgenomen voorafgaand aan het evenement als onderdeel van de Paraidox-achtergrondreeks voor de i4j- en PCI-communities.
**) Beeld: Guido van Nispen met Vint Cerf aan het scherm