“Verbied tieners niet om sociale media te gebruiken - Beperkingen doen meer kwaad dan goed”, luidde deze week de kop boven een verrassend commentaar van Economist, op grond van een journalistiek onderzoek naar het bewijs voor de schade, met als conclusie: dat is flinterdun.
De huidige wettelijke minimumleeftijd is al 13 jaar. Echter, die wordt niet gehandhaafd: de helft van de kinderen tussen de 10 en 12 jaar zit op Snapchat, nog veel meer op TikTok en in WhatsApp-groepen. Zonder hier acht op te slaan bepleiten politici voor uitbreiding, zonder eerst eens handhaving af te dwingen.
En onderzoek? “Sommige onderzoekers hebben een nieuwe medische aandoening voorgesteld, genaamd 'sociale media gebruiksstoornis', naar het voorbeeld van bestaande diagnoses voor verslaving aan gamen en gokken. De voorgestelde criteria omvatten verlies van controle over de drang om de apps te gebruiken, aanhoudende stress over het gebruik en verwaarlozing van essentiële functies (slaap, zelfzorg en contact met vrienden en familie) en verplichtingen (huiswerk en afspraken).
Uit een onderzoek onder 11- tot 15-jarigen in 27 Europese landen en Canada, gebaseerd op enquêtegegevens uit 2017-2018, bleek dat gemiddeld 7% van de jongeren aan een dergelijke verontrustende verslaving leed, variërend van 3% in Nederland tot 14% in Spanje.”
En pesten en mentale aandoeningen? “De meeste kinderen die online gepest worden, worden ook in de echte wereld gepest; de pestkoppen zijn vaak dezelfde in beide omgevingen. Uit een onderzoek onder 17- tot 25-jarigen met psychische problemen bleek dat wanneer ze drie weken lang geen sociale media gebruikten, hun welzijn licht verbeterde.”
Het meeste onderweg schiet volgens Economist domweg tekort omdat er niet gespecificeerd onderzocht is welke soorten gebruik bij welke soort personen schadelijk is. Niettemin zijn politici van links tot rechts voor verboden voor kinderen, niet op de laatste plaats omdat kiezers massaal voor zijn. Hun tegenspreken is niet gebruikelijk.
Handhaving problematisch
Maar het euvel treedt op met het formuleren en handhaven van wetgeving. Dat begint al met de begrenzing: wat valt er wel en niet onder? Australië heeft chatdiensten als iMessage en WhatsApp uitgesloten, wat tot klachten van Snapchat heeft geleid. En er is discussie over spellen als Roblox die veel sociale interactie tussen jongeren herbergen. En YouTube biedt ook veel educatief belangrijke filmpjes.
Vervolgens is daar de leeftijdsverificatie. In Australië proberen sociale media gebruikers jonger dan 16 jaar te identificeren met het vragen van een geboortedatum en met analyse van de (vermoedelijke) leeftijd van hun contacten en de toon en inhoud van hun berichten, met behulp van AI. Diensten Yoti en AgeKey doen leeftijdsverificatie voor Meta, met onder meer AI-beoordeling van foto’s, maar dat gaat niet goed. Bij zwarte meisjes gaat de foutmarge tot 1,5 jaar. En tieners worden handig in het bedotten van deze apps.
Leeftijdsverificatie met kopieën van ID’s is privacygevoelig. Zo begon Discord in de VS ermee, maar de ontvangen documenten werden gehackt. Maleisië voert verplichte authenticatie in bij registratie voor diensten, maar gevreesd wordt dat de overheid dat ook gebruikt voor controle van de bevolking.
Australië beweert niettemin dat een kleine 5 miljoen accounts gesloten werden, op een bevolking van 2,5 miljoen kinderen tussen 8 en 15 jaar. De meeste strikte controle op leeftijden voert China uit, maar dat willen Westerse landen niet.
Voordelen zien
Opvallend is het verzet van twee Britse organisaties voor kinderen tegen een verbod, de Molly Rose Foundation National Society for the Prevention of Cruelty to Children. De laatste stelt: “Hoewel het uit goede bedoelingen voortkomt, is een algeheel verbod voor tieners om sociale media te gebruiken niet de oplossing om kinderen online veilig te houden. Voor talloze jongeren kunnen sociale media een reddingsboei zijn. Een plek waar geïsoleerde tieners een gemeenschap vinden, waar LGBTQ+-jongeren worden geaccepteerd en waar neurodiverse kinderen manieren vinden om te leren en contacten te leggen.”
De Kids Research Institute Australia twijfelt al langer: “Leert u kinderen zwemmen op jongere leeftijd, of gooi je ze in het diepe als ze 16 worden? Dit instituut gaat nu samen met universiteiten de effecten van het Australische verbod onderzoeken.
Evenmin genoemd is recent meta-onderzoek van Jay Van Bavel (New York University) en Valerio Capraro (Milan-Bicocca) onder 120 experts over effecten van gebruik van mobiele telefoons en sociale media op jongeren, aan de hand van stellingen. De conclusies zijn voorzichtig, want er lijkt vooral sprake van correlatie terwijl causaal verband lastig te bewijzen is. Onder meer:
De Nederlandse expert Wouter van den Bos breekt de staf over dit onderzoek, waarin volgens hem vooral kritische wetenschappers over telefoon- en sociale mediagebruik ontbreken. De vraagstelling is niet goed: “De vragen naar causaliteit zijn zeer zwak gesteld, en dit zorgt voor verdere problemen."
In elk geval hebben de dreigende verboden tot gevolg dat Meta, Google en TikTok zelf hun media Instagram, TikTok en YouTube veiliger proberen te maken. Netkwesties wees al op de teen accounts van Meta die begin 2025 werden geïntroduceerd.
‘Niet verbieden dus’
Op grond van deze afwegingen komt Economist tot de slotsom dat het verbod voor tieners er niet moet komen. Het blad noemt het zwemles-argument, maar ook: “De voorstanders van een verbod negeren dat ze kinderen daarmee de voordelen van sociale media ontnemen. Sociale media zijn een zegen voor kinderen die zich geïsoleerd voelen, bijvoorbeeld vanwege hun woonplaats, hun seksualiteit of omdat hun hersenen anders werken dan die van anderen.
Sociale media kunnen de horizon van jongeren verbreden en kinderen van alle achtergronden een kijkje geven in nieuwe omgevingen en mensen. Of we het nu leuk vinden of niet, sociale media zijn tegenwoordig een van de belangrijkste manieren waarop kinderen informatie (en desinformatie) over actuele zaken verkrijgen.”
Over de bedoelde effecten van een verbod is Economist cynisch: “Tieners die van TikTok worden verbannen, zullen niet meteen in bomen gaan klimmen of zich over boeken buigen. Velen zullen langer voor hun spelcomputers en streamingdiensten blijven hangen.
Een van de redenen waarom ze zoveel uren online doorbrengen, is dat hun ouders hen al lang geleden niet meer buiten met vrienden hebben laten rondhangen. Nu ze hen naar binnen hebben gejaagd, moeten volwassenen twee keer nadenken voordat ze hun vrije tijd nog meer beperkingen opleggen.”
Dit lijkt een wat curieuze omkering van oorzaak en gevolg, maar interessant voor debat. Economist vindt overigens dat politici zich wel moeten inspannen om de sociale media veiliger te maken, en niet louter voor kinderen. Zo moet er een einde komen aan aanbod dat verslavend scrollen in de hand werkt.
Ondertussen zegt de helft van de 14 miljoen Nederlanders (van 15 jaar en ouder!) dat sociale media schadelijk voor hen is. Echter, 5,5 miljoen mensen ‘proberen’ te minderen.
“Bijna twee op de drie Nederlanders (63 procent) zijn inmiddels voor een verbod op sociale media onder de 16 jaar. Vorig jaar was dat nog 57 procent.
Onder elke leeftijdsgroep neemt die steun toe. Maar onder gen Z'ers, tussen de 16 en 28 jaar, groeit de steun het hardst. Daar vindt inmiddels 60 procent dat er een verbod moet komen. Vorig jaar was dat nog 44 procent.”