Van Zapruder tot Minneapolis:

Wanneer overvloed aan beelden en slachtofferkeuze het zicht vertroebelen

Bestaat gebalanceerde informatie niet meer als kant-en-klaar product?

De Zapruder-film van de aanslag op President Kennedy behoort tot het collectieve geheugen van de journalistiek en de politiek ten aanzien van het vertrouwen van de burger in beide. Niet omdat de film zoveel liet zien, maar juist omdat die zo weinig bood. Eén schokkerig fragment van enkele seconden, vastgelegd op 22 november 1963 in Dallas, werd decennialang beeld voor beeld geanalyseerd. Eén perspectief. Eén invalshoek. Eindeloze theorieën. Voor journalisten was de opdracht helder: context bieden, verifiëren en terughoudend zijn. Schaarste aan bewijs dwong tot discipline. De politiek bedacht de complotten er wel omheen.

Fast forward naar Minneapolis deze week, waar de dood van Renee Nicole Good vrijwel onmiddellijk werd vastgelegd door een veelheid aan camera’s. Smartphones van omstanders, dashcams en livestreams circuleerden binnen minuten online. Nog voordat een feitelijke reconstructie mogelijk was, verschenen uiteenlopende duidingen en morele conclusies. Waar de Zapruder-film journalisten destijds dwong tot vertraging, dwingt het hedendaagse beeldoverschot tot onmiddellijke betekenisgeving.

Het intuïtieve idee dat meer beelden automatisch leiden tot meer waarheid is aantrekkelijk, maar journalistiek riskant. Elk beeld is een uitsnede in tijd, ruimte en perspectief. Meer camera’s betekenen niet noodzakelijkerwijs meer context, maar vaak vooral meer fragmentatie. De berichtgeving rond Renee Nicole Good laat dat scherp zien. Afhankelijk van het gekozen fragment en het platform ontstonden uiteenlopende verhalen, die elk aanspraak maakten op feitelijkheid.

NOS en Vara's Joop

De NOS koos in haar berichtgeving voor een, human interest-benadering. Renee Good werd beschreven aan de hand van biografische gegevens en citaten van familieleden, waaronder haar moeder, die haar typeerde als zorgzaam en betrokken. De toon was empathisch en voorzichtig, haar activistische kant bleef onbelicht. Het feitelijke verloop van het incident werd daarnaast sober weergegeven, met expliciete terughoudendheid over conclusies. Het slachtofferschap werd niet expliciet vastgesteld, maar impliciet opgebouwd via persoonlijke context. De protesten erna werden breed uitgemeten.

Daartegenover stond de benadering van het Joop-platform van BNNVARA. In kop en toon werd het incident normatief geduid: Trump-gestapo. Beeldmateriaal werd gepresenteerd als doorslaggevend bewijs voor een morele conclusie. Formuleringen suggereerden dat de beelden geen ruimte lieten voor twijfel of alternatieve interpretatie. Juridische of feitelijke onzekerheden kregen weinig expliciete aandacht.

Aan de andere kant van het politieke spectrum richtten Amerikaanse conservatieve media zich juist op de wijze waarop beelden werden verspreid en geïnterpreteerd. Breitbart publiceerde een analyse waarin werd gesteld dat online circulerende beelden deels onjuist of misleidend zouden zijn gepresenteerd. De nadruk lag niet op de persoon van Good, maar op de bescherming van wetshandhavers en het corrigeren van vermeende beeldmanipulatie. Slachtofferschap werd daarmee niet ontkend, maar verplaatst.

Vance en Schiff

Politieke uitspraken versterkten deze uiteenlopende frames. Zo stelde vice-president J.D. Vance publiekelijk dat Good onderdeel zou zijn geweest van een breder activistisch netwerk dat federale agenten zou hebben gehinderd. Sommige media namen deze verklaring integraal over, andere plaatsten haar in context of lieten haar geheel buiten beschouwing. Aan de andere kant van het spectrum liet Adam Schiff van de Democraten zich horen: “Ongelukkig op het verkeerde moment op de verkeerde plaats die aardige mevrouw.” Opnieuw geldt: dezelfde beelden, uiteenlopende morele betekenissen.

Naast de gevestigde media is er inmiddels ook een enorme hoeveelheid ‘duiders’ en ‘newsfluencers’ die hier een rol willen spelen met een sterke eigen mening. Zo is Kirsten Verdel er steeds als de kippen bij om haar mening te ventileren over alles wat er gebeurt in het ‘Amerika van Trump’: “Totale leugen. “Er zat geen auto vast in de sneeuw. Ze viel niemand aan. En al helemaal niet 'those surrounding them'. Ze probeerde weg te rijden. Dat was alles.” En aan de andere kant deelt Andy Ngo, NYT bestselling journalist. Senior editor @TPostMillennial: “The woman shot and killed by ICE in Minneapolis when she accelerated her vehicle toward an agent had been trained by far-left open-border extremists to "resist" federal officials.”

En er zijn zelfs ‘duiders’ die neutraliteit claimen in hun verslaglegging zoals Dr. Todd Grande die wordt aanbevolen in zijn analyse over het voorval.

Objectiviteit onder druk

Wat deze benaderingen gemeen hebben, is dat het beeldmateriaal zelden werd gepresenteerd als open onderzoeksobject. In plaats daarvan fungeerden beelden vaak als bevestiging van een vooraf gekozen narratief. De overvloed aan beeldmateriaal maakte het mogelijk om uiteenlopende frames te onderbouwen, afhankelijk van selectie, montage en commentaar.

Deze dynamiek sluit aan bij het onderscheid tussen ‘waardige’ en ‘onwaardige’ slachtoffers zoals beschreven door Noam Chomsky en Edward S. Herman in hun toonaangevende ‘Manufacturing Consent’. Niet de vraag of er sprake is van menselijk leed staat centraal, maar welke betekenis dat leed in het publieke debat krijgt. De casus-Good laat zien hoe snel empathie kan omslaan in narratieve sturing, en hoe objectiviteit daarmee onder druk komt te staan.

De combinatie van beeldoverschot en slachtofferframes werkt als katalysator voor polarisatie. Nieuwe informatie corrigeert zelden bestaande overtuigingen, maar versterkt deze. Sociale media versnellen dat proces, maar het risico ontstaat vooral wanneer gevestigde media meegaan in die logica en onzekerheid inruilen voor stelligheid.

Juist hier ligt de kern van de journalistieke opdracht. Goede journalistiek concurreert niet op snelheid of verontwaardiging, maar op methode. Zij vertraagt waar anderen versnellen, verifieert vóór zij versterkt en maakt expliciet onderscheid tussen wat vaststaat, wat aannemelijk is en wat onzeker blijft. Meer beelden vragen niet om snellere conclusies, maar om strengere discipline. In een omgeving waarin alles zichtbaar lijkt, wordt die discipline niet overbodig, maar onmisbaar.

Vertrouwen aangetast

Daarmee raakt de discussie direct aan vertrouwen en legitimiteit van media. Publiek vertrouwen ontstaat niet doordat media snel positie kiezen of morele helderheid uitstralen, maar doordat zij voorspelbaar zorgvuldig handelen. Journalistiek behoudt haar gezag niet door zekerheid te etaleren, maar door inzichtelijk te maken hoe conclusies tot stand komen — en waar kennis ophoudt. Transparantie over twijfel is geen zwaktebod, maar een voorwaarde voor geloofwaardigheid.

In de Verenigde Staten zien we inmiddels hoe elk incident het potentieel heeft om uit te groeien tot een katalysator van verdere polarisatie en, in sommige gevallen, geweld. Ook nu. Beelden circuleren van burgers die na het incident rond Renee Good de straat op gingen om ICE-agenten uit te schelden en te intimideren; elders sloeg protest om in fysiek geweld. Het is aannemelijk dat dit niet het einde is. Wat deze reacties gemeen hebben, is dat zij niet worden gevoed door gebalanceerde informatie, maar door de versterking van al bestaande overtuigingen. Zo ontstaat een negatieve spiraal waarin emotie sneller circuleert dan inzicht.

In dat krachtenveld dringen zich onvermijdelijk vragen op. Hoe creëer je nog een gebalanceerd, neutraal en onafhankelijk beeld? Bestaat dat nog bij één bron, of moet de lezer het zelf bijeensprokkelen uit een overvloed aan fragmenten, frames en meningen? De ‘duiders’ en ‘newsfluencers’ hebben het antwoord paraat: bij hen ligt de waarheid. Tegelijkertijd zie je bij traditionele media steeds minder een herkenbaar neutraal vertrekpunt. Kleuring en expliciete keuzes sluipen steeds nadrukkelijker in de verslaggeving.

Geen ideologie, maar journalistiek

Wanneer een BNNVARA-redactie stelt dat een democratisch gekozen president een “Gestapo-achtige organisatie” inzet tegen de eigen bevolking, rijst de vraag wat dat doet met het begrip voor — of zelfs het vermogen om — beleidskeuzes te analyseren. Draagt zo’n framing bij aan de rol van de publieke omroep als verbinder, of versterkt zij juist de bestaande loopgraven? Het zijn vragen die niet ideologisch, maar journalistiek van aard zijn.

De les van Zapruder geldt nog steeds. Alleen is het gevaar vandaag niet dat we te weinig zien, maar dat we denken dat alles zien ons ontslaat van zorgvuldig denken. Journalistiek die haar legitimiteit wil behouden, moet soms weigeren mee te bewegen met de snelheid van het moment. Zij moet zichtbaar maken hoe en waarom sommige slachtoffers aandacht krijgen en andere minder — wie impliciet als ‘waardig’ wordt gepresenteerd en wie niet. Dat is geen zwakte van de journalistiek, maar haar bestaansrecht.

Wanneer de journalistiek die rol niet (meer) kan vervullen, legt dat een zware wissel op de burger. Die staat dan voor een ongemakkelijke keuze. Of hij volgt zijn gevoel, en zoekt daar de bronnen bij die dat gevoel bevestigen — een route die snel leidt tot zelfgekozen werkelijkheden en verdere polarisatie. Of hij gaat zelf aan het werk. Dat betekent: bewust vertragen waar de informatiestroom versnelt, feiten scheiden van interpretaties en emotionele duiding, uiteenlopende perspectieven raadplegen om framing zichtbaar te maken, en actief letten op wat ontbreekt aan beelden, stemmen en onzekerheden. Dat is geen lichte opgave. Maar in een landschap waarin journalistiek haar rol als primaire gids dreigt te verliezen, wordt deze vorm van zelfdiscipline geen luxe meer, maar een democratische noodzaak.

 

Wanneer overvloed aan beelden en slachtofferkeuze het zicht vertroebelen

Gepubliceerd

10 jan 2026
Netkwesties
Netkwesties is een webuitgave over internet, ict, media en samenleving met achtergrondartikelen, beschouwingen, columns en commentaren van een panel van deskundigen.
Colofon Nieuwsbrief RSS Feed Twitter

Nieuwsbrief ontvangen?

De Netkwesties nieuwsbrief bevat boeiende achtergrondartikelen, beschouwingen, columns en commentaren van een panel van deskundigen o.g.v. internet, ict, media en samenleving.

De nieuwsbrief is gratis. We gaan zorgvuldig met je gegevens om, we sturen nooit spam.

Abonneren Preview bekijken?

Netkwesties © 1999/2025. Alle rechten voorbehouden. Privacyverklaring

1
0