Over de wortels van de Toeslagenaffaire

Follow the Money versus De Correspondent: wie heeft de waarheid in pacht?

Onderzoeksjournalist Eric Smit meent dat Rob Wijnberg in zijn nieuwe boek ‘Voor ieder wat waars’ een onjuist beeld schetst: de ‘Bulgarenfraude’ van 2013 was niet de aanleiding voor streng anti-fraudebeleid met de Toeslagenaffaire tot gevolg. Deze kritiek is onjuist, laat De Correspondent van Rob Wijnberg weten.

Voor ieder wat waars verscheen op 19 september 2023 en scoorde direct veel instemmende publiciteit. Marketing regeert het uitgeven van boeken. Wijnberg houdt een actuele filosofische verhandeling over de teloorgang van wat ooit gold als ‘de waarheid’. Hij eindigt met “Waarheid is wat we delen”, op zichzelf een discutabele slotsom.

Wijnberg zelf deelt een grove onwaarheid, meent Eric Smit, chef van platform Follow the Money. Op X twitterde hij op 27 september 2023:

“Wantrouwen werkt ondermijnend, ook in een democratie. Goed dat @robwijnberg dit bespreekt. Helaas doet hij dat door opnieuw een feitelijk onjuiste theorie over het Toeslagenschandaal op te dissen die door collega Jesse Frederik werd bedacht.

De oorsprong van dat schandaal zou bij de 'Bulgarenfraude' liggen. Klopt niet. De fout van Frederik wordt keurig door Wijnberg in beeld gebracht. 'We schrijven de lente van 2013'. En daar gaat het meteen mis.

Het moment dat het tv-programma Brandtpunt onthult dat een groep Bulgaren voor enkele miljoenen aan toeslagen heeft ontvreemd leidde tot ophef in de Kamer (juist), maar het Toeslagenschandaal was toen al jaren aan de gang.

Dat bleek onlangs eens te meer tijdens de verhoren van de enquêtecommissie Fraudebeleid waar voormalig minister SZW Henk Kamp (van 2010 tot 2012) aangaf feiten te negeren en oud Ambtenaar Rob Krug aan de tand werden gevoeld.

Kamp negeerde de feiten over de fraudecijfers die het ministerie had verzameld, die waren naar zijn mening ‘in strijd met wat er in het land leefde’ en zorgde voor een keiharde fraudewet.

Die wet kwam dus niet na de 'Bulgarenfraude' tot stand, zoals Frederik en Wijnberg helaas blijven beweren, maar die ontstond daarvoor. Met die theorie van Frederik kwam ook het vingerwijzen naar 'de media', waar De Correspondent een handelsmerk van heeft gemaakt.

Kritiek op journalistiek werk is prima en houdt ons allemaal scherp, maar zorg er dan voor dat die kritiek klopt en hanteer daarbij zelf de correcte journalistieke methoden als hoor en wederhoor. En corrigeer iets wanneer je een fout maakt (dat overkomt ons allemaal wel eens).

Volhard in elk geval niet in een onjuiste lezing van de geschiedenis. Dat de Kamer een harde wet had gemaakt is juist, maar bij de Belastingdienst gingen ambtenaren veel verder dan nodig was, zo liet collega @janheinstrop 2,5 jaar geleden zien.

Ook op dat punt klopt de analyse van Frederik niet en dat blijkt eens te meer uit de verhoren van de enquêtecommissie Fraudebeleid.

Tot slot: enig wantrouwen jegens politici die hun oor vooral bij 'het volk' te luister leggen, is gerechtvaardigd. Het was de VVD'er Henk Kamp die op basis 'das gesunde Volksemfinden' bij de Belastingdienst een racistische, neo-liberale lynch mob-mentaliteit aanwakkerde.”

Wederhoor Rob Wijnberg

Andreas Jonkers, Hoofd redactie & pr van De Correspondent Uitgevers en eindredacteur van Wijnbergs boek, reageert op de vraag aan Wijnberg om wederhoor op deze kritiek. Hij stuurt Voor ieder wat waars van Wijnberg en Zo hadden we het niet bedoeld van Jesse Frederik, het diepgravend onderzoek naar de Toeslagenaffaire (ook in afleveringen). We mogen zelf de kritiek en beschuldiging van Smit toetsen.

In het eerste hoofdstuk ‘de vergeten voorgeschiedenis’ beschrijft Frederik nuchter de tot enorme proporties aanzwellende politieke en publicitaire verontwaardiging in 2013 over de fraude met Nederlandse toeslagen door mensen met een Bulgaars paspoort.

Hij toont de mediacratie met spiralen van ophef in haar slechtste vorm in de media met Brandpunt, RTL Nieuws (Siebe Sietsma, Pieter Klein), EenVandaag en de hoogste gratuite verontwaardiging spuiende columnisten Nausicaa Marbe, Bert Wagendorp, Bas Heijne en later Sheila Sitalsing. Allen eisen de kop van staatssecretaris Frans Weekers van Financiën. Net als aan politieke zijde Jesse Klaver, Carola Schouten en Wouter Koolmees, aangevoerd door Pieter Omtzigt, die jagen op het hoofd van Weekers (VVD) van wie ze vermoeden dat hij liegt dat hij niets wist van de Bulgarenfraude.

Weekers overleeft dan de motie van wantrouwen – moet later wel vertrekken - maar kondigt in het debat aan dat voortaan de Belastingdienst “met zogeheten ‘risicoprofielen’ zal werken en zullen burgers meer bewijs­stukken moeten aanleveren voor ze in aanmerking komen voor toeslagen”. Met de waarschuwing: “We nemen hier een nieuwe horde…De goeden zullen onder de kwaden lijden.”

Frederik haalt ook boven water: “Vlak voor het debat van 14 mei 2013 had Weekers een bezoek afgelegd aan de afdeling Toeslagen van de Belastingdienst. Hij sprak er honderden medewerkers toe en vertelde hun dat ‘alles op alles’ moest worden gezet om misbruik te stoppen. ‘Voor mij is de maat vol, voor jullie is de maat waarschijnlijk al langer vol’, zei hij. ‘We hebben een systeem gebouwd dat heel sociaal oogt, maar niet zo sociaal uitpakt. Het doet pijn als je ziet dat het door crimi­nelen misbruikt wordt.’”

Dat past bij de teneur in de media, want: “Fraude is een nationale obsessie geworden…de lijst is indrukwekkend en eindeloos”, aldus Pieter Klein van RTL Nieuws op 26 juni 2013 in een column getiteld Nederland Fraudeland. Hij noemt een schadepost van acht miljard euro die niet is onderbouwd.

De Belastingdienst vormt in 2013 een Managementteam Fraude en premier Rutte een Ministeriële Commissie Aanpak Fraude, terwijl in de media fraude een terugkerend onderwerp wordt. Frederik beschrijft dus de ophef rond de Bulgarenfraude – die volgens hem “0,006 procent van alle toeslagen” à raison van 68 miljard betrof – dus met feiten als aanzet voor hard beleid.

Weekers zelf betoogde in het Kameredebat dat de jaren ervoor fraude ook hard was aangepakt: de Bulgarenfraude behelsde een van de 260 (!) grote onderzoeken tussen 2006 en 2013. In die periode al moest een derde van de ontvangers van toeslagen bedragen terugbetalen, noteert Frederik.

Wijnbergs waarheid

De inleiding op De Correspondent.nl onder de titel Hoe onze mediacratie een wantrouwenmachine werd bevat juist de passages over de Bulgarenfraude waarin Wijnberg de media op de korrel neemt, met Frederik als bron. Grotendeels dezelfde personen die in 2013 het hoofd van Weekers eisten en harde maatregelen tegen fraude, zoals Omtzigt, Marbe en Klein, uiten vanaf 2020 gelijkluidende verontwaardiging over het Toeslagenschandaal. Wijnberg ziet dat politici en columnisten die de Bulgarenfraude op hoge toon veroordeelden nu “in spiegelbeeld” diep verontwaardigd zijn over de Toeslagenaffaire.

Wijnberg meent: “De aanhoudende ophef in pers en Kamer zou uiteindelijk leiden tot het strengste antifraudebeleid uit de vaderlandse geschiedenis. Zero tolerance was voortaan het devies…Met instemming van bijna alle fracties én de media die de Bulgarenfraude hadden geagendeerd, worden vanaf 2013 snoeiharde fraudewetten aangenomen, met verregaande bevoegdheden voor de Belastingdienst en harde opbrengsteisen om de opsporing en vervolging mee te bekostigen.”

Benadering door FTM en Ellen Pasman

Inderdaad heeft Jan-Hein Strop aangetoond dat de Toeslagenaffaire zijn wortels niet in 2013 had, maar veel eerder, met wetgeving van 2005, met soms harde behandelingen bij vermeende fraude en met rechtszaken over de uitvoering van de wetten met terugvorderingen van toeslagen en hoge boetes.

Strop baseert zich op het boek Kafka in de rechtsstaat van advocaat Ellen Pasman, een analyse van de juridische gang van zaken in het Toeslagenschandaal. Zij zegt, desgevraagd tegen Netkwesties, over de tegenstelling tussen Smit/Strop van FTM en Frederik/Wijnberg van De Correspondent: “De Correspondent heeft vooral de houding van de media en politici benadrukt en daardoor veronachtzaamd wat er juridisch bij toeslagen al jaren speelde, namelijk stopzetting en terugvordering van toeslagen in strijd met de wet.”

Het betrof de uitvoering door de Belastingdienst van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (AWIR) en de Wet Kinderopvang (WKO), aangenomen in 2005. Geen van beide wetten bood een grond voor de exorbitante terugvorderingen volgens Pasman: “De WKO kent eenvoudigweg geen grond voor het ‘alles of niets’ als de eigen bijdrage door ouders niet geheel was betaald. Noch kent de andere wet, AWIR, een verplichting om dan de volledige toeslag terug te vorderen. Dat is de kern.”

De verantwoordelijkheid voor het Toeslagenschandaal legt Pasman op de eerste plaats bij de uitvoerende Belastingdienst en vervolgens de rechtspraak: “De hoogste bestuursrechter heeft dit buitenwettelijk beleid in stand gelaten in plaats van vernietigd. En zo is de wet onjuist geïnterpreteerd.”

Wel een verharding vanaf 2013

Echter, erkent Pasman, vlak voor en sedert het tumult over fraude in 2013 zoals beschreven door De Correspondent, trad er een ongekende verharding op in de handhaving van met disproportionele boetes en vergrijpboetes – op grond van het ‘Boetebesluit Socialezekerheidswetten’ en later op grond van de ‘Wet aanpak toeslagen en fiscaliteit’. De proportionaliteit was in het geding: geringe tekortkomingen in de aanvraag, zoals niet ingevulde informatie, leidden direct tot het stempel fraude met de zwaarste boetes.

Pasman: “Die wetgeving heeft met de stopzetting en terugvordering van toeslagen tot het Toeslagenschandaal geleid. De Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW is door de Centrale Raad van beroep al in 2014, huiselijk gezegd, aan repen gesneden. Die wet was hartstikke fout, net als de overwegingen daartoe, zoals we hebben kunnen opmaken uit het verhoor van ex-minister Kamp.” (Uitspraak Centrale Raad)

Smit contra Wijnberg, wie wint?

Eric Smit volgt de analyse en uitleg van collega Strop en advocaat Pasman om te stellen: “Die wet kwam dus niet na de 'Bulgarenfraude' tot stand, zoals Frederik en Wijnberg helaas blijven beweren, maar die ontstond daarvoor. Met die theorie van Frederik kwam ook het vingerwijzen naar 'de media', waar De Correspondent een handelsmerk van heeft gemaakt…het Toeslagenschandaal was toen al jaren aan de gang.”

Jonkers van De Correspondent wijst namens Wijnberg dat deze in zijn boek schrijft: “Maar zoals journalist Jesse Frederik uit de doeken doet in zijn boek Zo hadden we het niet bedoeld. De tragedie achter de toeslagenaffaire begon de toeslagenaffaire jaren eerder pas echt met maandenlange ophef in de media en de Tweede Kamer over precies het omgekeerde: fraude met toeslagen.”

Jonkers wijst op de woorden ‘pas echt’ waarmee Wijnberg duidt dat de Toeslagenaffaire eerder begon, maar pas vanaf 2013 ontspoorde. Afgaande op de feitelijke weergave van Smit, Strop van Follow The Money en Pasman, is dat te kort door de bocht van Wijnberg. Dat blijkt eens te meer uit de huidige parlementaire enquête, zie onder.

Strop zelf schreef bij Follow the Money dat de kwestie in 2013/2014 politiek belangrijk werd: “Tienduizenden ouders zijn sinds 2005 getroffen door het hardvochtig terugvorderen van hun kinderopvangtoeslag. Dit is het verhaal over politici en ambtenaren die sinds 2014 wisten van de ernst van dit probleem, maar niet ingrepen.”

Follow the Money versus Jesse Frederik

Belangrijker is de vraag of Jesse Frederik er in zijn grondige analyse van de Toeslagenaffaire naast zit, zoals Smit beweert. Miskent hij eveneens het gewicht van de wetgeving en uitwassen ervan tussen 2005 en 2013? Frederik is kort geschoold bij Follow the Money onder Smit, die hij spoedig verliet om voor Wijnberg en de meer opiniërende Correspondent te gaan schrijven.

Frederik schrijft dat staatssecretaris Frans Weekers al 260 fraudeonderzoeken naar toeslagen sinds 2006 meldde aan de Tweede Kamer. Frederik maakt ook afdoende duidelijk dat media en parlement in wisselwerking vanaf 2013 een strengere aanpak afdwongen: “Naar aanlei­ding van de Bulgarenfraude – en de daaropvolgende mediastorm – verzocht de Kamer in 2013 om strengere handhaving van de re­gels rondom toeslagen. Die strengere handhaving kwam er met de Wet aanpak fraude toeslagen en fiscaliteit.” (p.38)

En ook: “Op 28 mei 2013, twee weken na het urenlange debat waarin Weekers bijna het veld moest ruimen, komt het Managementteam Fraude voor het eerst bij elkaar. De ambtelijke crème de la crème van de Belastingdienst zullen [SIC] bijna maandelijks samenkomen in dit nieuw opgerichte overlegorgaan, met als doel om ‘meer focus op fraudebestrijding te leggen’.”

Dit team fungeert naast een Combiteam Aanpak Facilitators (caf) van de Belastingdienst om de frauderende tussenpersonen (bedrijven, gastouderbureaus) aan te kunnen pakken. Dat was overigens al gebeurd met de Bulgarenfraude met een Turks-Nederlands paar. (Bulgarije kent een aantal Turkstaligen.)

Frederik behandelt de periode 2005-2013 beperkt. Hij verwijst ook naar de Awir-wet en de foutieve interpretatie door de rechters van de Raad van State van bepalingen in de Wet Kinderopvang. (Hoofdstuk 4). Staatssecretaris van Financiën Joop Wijn (CDA) had in zijn wetsvoorstel een door de Raad van State geadviseerde coulance-paragraaf ["hardheidsclausule"} niet opgenomen, de Tweede kamer sputterde alleen een beetje. En vervolgens: “En juist déze wet zou in 2013, na de Bulgarenfraude, door de Kamer nog verder worden aange­scherpt.

Frederik benoemt de jaren van 2005 tot 2013 niet als aanvang van het Toeslagenschandaal, maar miskent de invloed van de wetgeving in die jaren allerminst. De aanval van Eric Smit op het boek van Frederik is in dit licht overtrokken.

Ook is niet duidelijk waarover hij precies spreekt als hij over ‘de wet’ schrijft, het ging om een serie wetten in twee etappes, in 2005 en in 2012-2013, en plus een serie rechtszaken met jurisprudentie tot gevolg.

Wel/niet zo bedoeld

Zonder meer onjuist is echter de titel van het boek van Frederik “Zo hadden we het niet bedoeld”. Pasman toont onbegrip over de titel. Wat wil Frederik beweren? De Correspondent antwoordt: “Die antifraudewetgeving, met de Toeslagenaffaire als gevolg, was niet zo bedoeld. Maar ook de rol van de media en de Tweede Kamer, die met hun dynamiek de ophef versterkten, was achteraf niet zo bedoeld. Net zoals de rol van de Raad van State, die daar later excuses voor aanbood. Dit gaat voor alle betrokkenen op, zou je kunnen zeggen.”

Op de eerste plaats is het niet aan journalisten om onschuld te bepleiten van begane wandaden. Het is, vind ik, onmogelijk om een intenties van daden te duiden, laat staan te vergoelijken. Ook zeggen excuses niets over de aanvankelijke intentie. Bovenal heeft ex-minister Henk Kamp gezegd dat de exorbitante fraudeaanpak juist wel de bedoeling was. Anderen zoals minister Lodewijk Asscher en series hoge ambtenaren en rechters, grepen niet in. Het was niet één groot ongeluk. Frederik citeert notabene zelf Weekers met “De goeden zullen onder de kwaden lijden”. Zo krijgt een goed boek een verkeerde titel.  

Met terugwerkende kracht had Frederik meer nadruk mogen leggen op de verkeerde politieke besluiten en dito rechtspraak in de periode 2005-2013, zeker gezien de wijsheid achteraf van de parlementaire enquêtes. Juist dezer dagen worden beide periodes in perspectief met elkaar verbonden, bijvoorbeeld in het verhoor van premier Rutte en rechters.

Het eerdere Tweede Kamer-rapport Ongekend Onrecht toonde al dat de harde aanpak met terugvordering van toeslagen vanaf 2009 plaatsgreep en niet pas vanaf 2013. Het Coalitieakkoord van Rutte-II van VVD-PvdA van 2012 zette in op scherpere fraudebestrijding.  

De ‘Wet aanpak toeslagen en fiscaliteit’, blijkt uit de (altijd uitstekende) weergave van de Eerste Kamer, is in november 2013 zonder één tegenstem in de Tweede Kamer aangenomen, en een maand daarna al door de Eerste Kamer. Echter, al in 2012 is de Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW door de Tweede en Eerste Kamer aangenomen. In de Tweede Kamer stemden behalve VVD, SGP, ChristenUnie, CDA en PVV ook GroenLinks en D66 voor. In de Eerste Kamer haakte GroenLinks af, terwijl VVD-coalitiegenoot PvdA in beide Kamers nog tegenstemde.

Langere termijn

Frederik en De Correspondent en Pasman - gevolgd door Follow the Money - leverden uitstekende bijdragen aan de kennis over het Toeslagenschandaal. Historisch besef en aandacht voor wetgeving en feitelijke debatten daaraan voorafgaand schieten echter doorgaans tekort in de journalistiek. Dat geldt voor Follow the Money van Eric Smit net zo goed als voor Rob Wijnberg met De Correspondent, en zeker voor alle dagbladen. Frederik analyseerde wel Kamerdebatten, maar vooral vanaf 2013.

Arnold Heertje en Harry Cohen schatten in Het officieuze circuit het aandeel zwart geld in de Nederlandse economie op 15 procent van het nationaal inkomen; elders geldt circa 5 procent. De huidige inzet op witwasbestrijding levert nieuwe percentages op. De regeling voor Toeslagen nodige volgens belastingambtenaren te veel uit tot fraude.

Het ‘tillen van de belasting’ was immers een breed beoefende hobby die maatschappelijk niet alom in een slecht daglicht stond; met uitzondering van ‘uitkeringstrekkers’ die ‘bijklussen’. De Belastingdienst harnaste zich vanouds tegen fraude door burgers en bedrijven, voor zover traceerbaar, veel minder tegen sluwe ontwijking door rijken en bedrijven zoals Follow the Money keer op keer aantoont. Vele (rechts)personen kregen aantekeningen bij verdenkingen of vastgestelde ontduiking, want de dienst kan niet zonder geheugen.

Fraudebestrijding met de nieuwe toeslagen ging over de kop vanuit gestold wantrouwen en gebrekkige mogelijkheden om rechtmatigheid vooraf te toetsen. Tegelijkertijd vindt de Belastingdienst fraudebestrijding belangrijker dan eigen naleving van regels, bijvoorbeeld die over databescherming in de AVG. Wettelijk mag de Belastingdienst al veel en intern worden grenzen genegeerd of opgerekt bij gebrek aan controle, zoals met de gestopte en bestrafte FSV-lijsten. De dienst sloot tientallen convenanten af voor datadelen.

Vermoedelijk wacht daar belangrijk werk voor goede onderzoeksjournalisten als Frederik, Smit en Strop. Voor zover de conclusie nog niet helder was, voeg ik die achteraf (2 november 2023) nog even toe: De kritiek van Eric Smit op Rob Wijnberg van De Correpondent op zijn analyse van het Toeslagenschandaal als eenzijdig gevolg van de ophef over de Bulgarenfraude van 2013 is terecht; Smits kritiek op Frederik maar gedeeltelijk. Frederik grijpt wel degelijk tgerug op de periode 2005-2013, zij het dat het - achteraf bezien - meer had kunnen zijn.

 

Gepubliceerd

9 okt 2023

Registreren en de nieuwsbrief ontvangen?

We gaan zorgvuldig met je gegevens om. Je krijgt ook gelijk toegang tot alle plusartikelen en je kunt reageren op de artikelen.

asdas sdf fs dfsdfsf sdffsd

Netkwesties © 1999/2023. Alle rechten voorbehouden. Privacyverklaring

Ehio Media content marketing
1
0
1