Schermverslaving krijgt plotseling groot podium

Ineens ontvangen boeken en sprekers over schade van scherm- c.q. smartphoneverslaving ruime aandacht. Onder welke steen hebben media gelegen? En zijn de boeken de moeite waard?

Zeker vijf jaar geleden al zei m’n hoogbejaarde moeder dat treinreizen onplezierig werd. Contact met medepassagiers viel weg, druk als ze waren met hun schermpjes en zogenaamd ‘sociale media’. Ik moest haar snel gelijk geven. Een gevolg: zelf heb ik onderweg geen internet. Jammer dan, maar ik observeer, heb schaars contact met medepassagiers zonder scherm, lees en denk na. Jarenlang meewarig aangekeken als die ouwe zak – in termen van de verslaafden ‘fossiel’ – ben ik nu ineens hypermodern?

Kennelijk ontdekt het gros van de journalisten plotseling dat nagenoeg iedereen aan het mobieltje gekluisterd is. Ineens is er enorme media-aandacht voor scherm- en mobielverslaving. Ook in het programma van het grote Next Web-congres, dat – georganiseerd door verslaafden - tien jaar lang de loftrompet stak over digitalisering, is ruimte voor bezinning met James Williams over ‘The End of the Attention Economy’ en Amber Case over Calm Technology. (Een term uit 1995 al!)

Zo doet Williams een beroep op een prachtig citaat uit Brave New World van Aldous Huxley, van die over de verliezende verdedigers van vrijheid laat opmerken: zij ‘hadden gefaald om acht te slaan op de vrijwel onstilbare honger naar afleidingen van de mensen’.

Het ontwerp van de digitale technologie is volgens Williams eenzijdig gericht op het kapen van aandacht met afleidingen die onze psychologische kwetsbaarheid exploiteren. Teneinde ons te leiden naar doelen die we nooit zelf formuleerden.

Tot die doelen kun je komen met, volgens mij, eenvoudige vragen voor keuzes in het leven: maakt het anderen en mij rijker? Wat voegt het toe? Waarom eigenlijk? Die vragen leidden dus tot de de slotsom te komen om onderweg offline te zijn.

Fragmentatieboek

Deze fundamentele vragen ontbreken in Is daar iemand – Hoe de smartphone ons leven beheerst van Wouter van Noort, IT-journalist van NRC (foto). Het boek is grotendeels opgebouwd uit eerdere krantenartikelen die vanuit verondersteld logisch gebruik van technologie zijn geschreven; beurtelings bewonderend en kritisch zoals gebruikelijk in techverslaggeving.

In de zinnige inleiding haalt Van Noort bekende historische mediakritiek aan, van Socrates op het schrift, van Nietzsche op de schrijfmachine, Virginia Woolf op de massamedia tot Morozov en Helbing op digitaal mediagebruik. En hij zet de geneugten van mobiel internet voor de Afrikaanse economie tegenover Koreaanse overheidsprogramma’s gericht tegen smartphoneverslaving.

Van Noort volgt in Hoofdstuk 1 wetenschappers over sociaal gedrag. Robin Dunbar passeert met zowel diens theorie over de gewenste omvang van een kennissenkring (150 personen) als de aanmaak van het ‘gelukshormoon’ endorfine bij fysieke ontmoetingen. En Sherry Turkle met haar jarenlange kritiek op overmatige digitale communicatie – ook in De Macht van Facebook, 2011.

Ze kreeg geen groot podium kreeg. De auteur merkt op dat de kritische inzichten ‘langzaam maar zeker ook tot de buitenwereld doordringen’. Maar schrijft vervolgens dat zelfs de reclame hem voor was, met spotjes voor minder schermgebruik van mobielaanbieder Ben, Nike en Rituals.

Het boek gaat verder met uiteenzettingen over multitasken en de  absurde invloed van online beoordelingen, aan de hand van Daantje Derks, Ap Dijksterhuis en Anne Speckens die mindfulness propageert.

Zoetjesaan wordt Wouters eigen verslaving op een vlotte en aansprekende manier in het boek verwerkt. Wat ook verbazing opwekt. M’n oude hoofdredacteur van Automatisering Gids zou zich hardop afvragen of de auteur wel helemaal toerekeningsvatbaar is als journalist.

Die vraag is in gematigde zin gerechtvaardigd. ‘Is daar iemand’ wordt minder naarmate meer artikelen worden toegevoegd. Het stapelen komt opbouw en structuur in de vorm noch diepgang en overweging ten goede. ‘Is daar iemand’ is helaas geen goed boek; te veel volgend en gehaast gemaakt. Wellicht een gevolg van de aandachtsfragmentatie van schermcommunicatie en De Wereld Draait Door. Hij moet als gast daarin ook snel scoren conform wetten van de aandachtseconomie.

Onderdeel zijn van de DWDD-mallemolen brengt ook grote voordelen: perfecte marketing. ‘Is daar iemand’ krijgt overal aandacht in interviews, advertenties en tv-programma’s; conform alle wetten van de bestsellermarketing, die meer en meer losstaat van inhoudelijke kwaliteit.

In ‘Is daar iemand’ passeren wel vrijwel alle boeken die wel de moeite waard zijn. Wouter van Noort heeft daar een fijne neus voor, wat ook blijkt uit zijn voortreffelijke nieuwsbrief . Zijn volgende boek wordt vast wel goed; ben benieuwd.

Onweerstaanbaar

Uitstekende marketing krijgt ook Superverslavend - Waarom smartphones, apps en social media zo verslavend zijn (en wat je eraan kunt doen)’ van Adam Alter. Zo sierde de arrogante blik de voorpagina van de Sir Edmund-bijlage van de Volkskrant, waarin ook een interview stond. ‘Een superverslavend boek’, zo zegt sterauteur Malcolm Gladwell op het omslag.

‘Superverslavend’ luidt de vertaling van de mooiere oorspronkelijke titel ‘Irresistible: The Rise of Addictive Technology and the Business of Keeping Us Hooked’ waarmee Adam Alter een groot mondiaal succes heeft. Zie bijvoorbeeld een interview in New York Times, gevolgd door een column van Ross Douthat. Ook in Amerika wordt kennelijk nu pas mainstream ontdekt wat er aan de hand is, wellicht in de hand gewerkt door blindheid voor de eigen verslaving.

Alle auteurs en recensenten noemen Steve Jobs die de verslavende iPhone en iPad bracht, maar zijn kinderen de schermen onthield. Ook al jaren bekend. Ook behandelt Alter net als Van Noort de app Moment, die mobiel schermgebruik meet, als duider van een eigen verslaving: 3 uur per dag, in 40 keer. Hij vermoedde vooraf de helft. (Van Noort kwam tot vier uur voor zichzelf.)

Vervolgens bouwt Alter in ruim 300 pagina’s een gedegen theorie met aardige voorbeelden op van ‘gedragsverslaving’: eerder viel in die categorie gamingverslaving (World of Warcraft!). Alter beschrijft de ‘ontdekking’ van gedragsverslaving door wetenschappers vanaf 1968, ook bij baby’s: we reageren vanaf de geboorte op beweging van voorwerpen met harde contouren, zonder ons te laten afleiden.

Baby’s met speelgoed als gedragsverslaafden. Zo erg is het niet volgens Alter. ‘Gedrag is alleen verslavend als de beloning die het nu oplevert uiteindelijk niet opweegt tegen de schadelijke gevolgen ervan.  Het is in feite ongecontroleerde hechting aan ervaringen; de obsessie en  dwang(neurose). Nog een stap verder: passie, en dan met name de obsessieve passie (zie Vallerand e.a., 2003) die afwijkt van de harmonieus beleden passie.

Alter haalt psychiater Allen Frances die meent dat als een meerderheid van de bevolking gedrag vertoont je dit niet als afwijkend dus verslavend kunt kenschetsen. Het is geen medisch maar een sociaal probleem. Alter is het daarmee eens.

Alter verklaart uitvoerig en plezierig hoe ontwerpers van apparaten, spellen en apps ons in hun vallen willen lokken. Maar vergeet de brede context. Op de keper beschouwd doen ook Feijenoord en Arnon Grunberg en ieder ander die publiek wil boeien niet anders: je proberen te verleiden. Maar met software is de opzet ingebakken. Dirk Kuyt denkt bij een pass niet na wat het legioen ervan zal vinden noch zal de leidende gedachte van Grunberg bij het formuleren of schrappen van een zin de  mogelijk reactie van de lezer zijn.

Maar wel kun je het vergelijken met productie van veel amusement: het centrale woord is ‘effectbejag’: van de vroegere (?) fruitautomaat tot de gasten in DWDD; de makers programmeren doelgericht met als uitgangspunt ons kluisteren aan hun ding. Bovendien is er, aldus Alter, gewoon een noodzakelijk gebruik: ook om pizza, verblijf of taxi te regelen, heb je dat ding nodig.

Leuk is zijn teruggrijpen op Neanderthalers bij wie gen DRD-7R dat verantwoordelijk zou zijn voor de hang naar sensatie en noviteiten. Van ons mensensoort heeft nog 10 procent een afgeleide, DRD-4R, wat hen vatbaarder maakt voor verslaving. Zo komt Alter ook op verslavingen aan cocaplanten en onze moderne drugs. Het is een kleine stap naar de verknoping van tienerlevens met schermcommunicatie, zoals van Catherine Steiner-Adair en Nancy Jo Sales en het verhaal 13, Righ Now.

Afleiding en stops bouwen

Een grote sprong naar de vraag: hoe kom je ervan af? Door ‘elimineren of ombuigen’. Dat kan ook weer, uiteraard, met behulp van apps. Afleiding helpt ook goed. Belangrijke gebeurtenissen ook. Maar net als videocamera’s bij geboorten gemeengoed schijnen te zijn geworden, sms’te recent iemand me tijdens een uitvaartdienst. De man was streng Gereformeerd, ook dat nog.

In zijn epiloog vraagt Alter zich af of de top (= dieptepunt) van de verslaving aan schermen is bereikt, of dat we, gezien wat ons te wachten staat (virtual reality!) nog meer verslaafd gemaakt zullen worden.

Hoe dan ook wordt het noodzakelijk of zowel aan de kant van gebruik als van aanbod tot beperkingen te komen. Bedrijven kunnen bijvoorbeeld hun mail ’s nachts afsluiten, games moeten met pauzes worden gemaakt.

Maar, zo besluit Alter, we kunnen ook proberen om (jongeren vooral) te leren dat de warmte van directe sociale omgang meer biedt dan beeldschermen. Terwijl onze cultuur ruimte maakt voor, en waarde hecht aan (vrije) tijd zonder schermen. Daar kun je gewoon, zo besluit Wouter van Noort ook, gewoon zelf mee beginnen. Wat een ontdekkingen, niet? Wat dacht je van de uitknop en de la?

Schermverslaving krijgt plotseling groot podium

Gepubliceerd

7 mei 2017
Graag kort en bondig. Kwetsende, discriminerende en/of commerciële uitlatingen worden verwijderd.
 

Nieuwsbrief ontvangen?

Ja, stuur mij de nieuwsbrief. We gaan zorgvuldig met je gegevens om. Je krijgt ook gelijk toegang tot alle plusartikelen.

Controleer nu je e-mail

Je ontvangt een bericht met instructies om je e-mailadres te bevestigen. Zonder deze bevestiging sturen we je geen nieuwsbrief, doe het dus gelijk even!

asdas sdf fs dfsdfsf sdffsd
Netkwesties © 1999/2017. Alle rechten voorbehouden. Privacyverklaring
Ehio Media content marketing
1
0
1