Wederhoor toepassen met louter raadpleging van een website volstaat soms. Dit oordeelde een voorzieningenrechter in een zaak tegen de krant TC/Tubantia. Hoe ver mag een journalist gaan in het baseren van stukken op internetbronnen?
"Niet gesteld noch gebleken is dat de uitlatingen in die bronnen onrechtmatig zijn en inmiddels zijn gerectificeerd. Indien Matthias Rath van mening is dat één van de door Tubantia genoemde bronnen onjuist is, moet hij deze doen rectificeren. Zolang deze rectificaties niet hebben plaatsgevonden, kan van deze bronnen gebruik gemaakt worden," stelde voorzieningenrechter H.J. Inden in Almelo vorige week in het vonnis van een kort geding tussen de bekende vitaminearts Matthias Rath en de krant TC/Tubantia.
Rath, die twee jaar geleden nog een spamverbod kreeg nadat via zijn site verstuurde spammails de server van de Tweede Kamer hadden platgelegd, sleepte de regionale krant TC/Tubantia in Enschede voor de rechter vanwege een artikel met de kop Ziek of niet? van 24 februari. Daarin schreef de krant over de strijd rond de genezing van een 8-jarig kankerpatiëntje op basis van de vitaminekuur van dokter Rath. In zijn eigen mediacampagnes en op de websites van Rath draaft het jongetje op als bewijs voor de helende werking van zijn pillen. Dat is schadelijk, vinden tegenstanders van Rath, want ze stellen dat je met zijn pillen geen kanker kunt genezen.
De regionale krant schreef vaker over Rath, omdat zijn distributiecentrum in Almelo staat. Rath was eerder ook sponsor van de plaatselijke betaald-voetbalclub Heracles. Wat de lezer van het artikel in de Tubantia niet weet, is dat het kritische stuk volledig is gebaseerd op internetsites. Redacteur Bert Janssen maakte voor het artikel gebruik van Duitse en Zwitserse sites, met name die van andere media, en van de sites van Rath zelf.
Wer austeilt, muss einstecken
Rath spande, verbolgen over de toon en inhoud van het negatieve stuk, maar weer een rechtszaak aan. Het ging niet alleen over de vraag of de inhoud feitelijk onjuist was, of dat de toonzetting door de beugel kon, maar vooral ook of de journalist gebruik mag maken van internetbronnen voor een dergelijk kritisch artikel. Het oordeel luidde van wel, omdat Rath eventuele onjuiste informatie op sites van deskundigen aldaar eerst maar had moeten aanvechten.
Het citeren van meningen van deskundigen op buitenlandse sites was voldoende, vond de rechter. "Het citeren van meningen of uitspraken van derden in het artikel is niet onrechtmatig. Met een citaat wordt geen mening van de journalist gegeven. Er bestaat dan ook geen plicht aan de zijde van de journalist het waarheidgehalte van het citaat te onderzoeken."
Dit sluit aan bij eerdere jurisprudentie aangaande journalistiek in andere media: als een beschuldiging eenmaal ergens is gepubliceerd, mogen journalisten deze, zolang die door de beschuldigde niet met succes is aangevochten, als waarheid aannemen. Nieuw is dat ook internet nu onder deze jurisprudentie valt.
De toonzetting van het stuk noemt de rechter wel "kritisch en enigszins badinerend", maar daarbij heeft "de schrijver geschreven in de stijl van zijn bronnen" (lees: de internetsites). En dat is toegestaan volgens de rechter, want "dat valt binnen de journalistieke vrijheid". Tussen de regels van het vonnis door proeft de goede lezers overigens wel dat de rechter het opvoeren van een 8-jarig patiëntje ook niet erg smakelijk vindt.
"Ook laat Rath zich op zijn eigen website vaak laatdunkend uit over de medische professie. Hij kan dan verwachten dat men op gelijke toon op hem reageert, of om met onze oosterburen te spreken: 'Wer austeilt, muss auch einstecken'," aldus de rechter.
Citeren site niet genoeg
Advocate Ebba Hoogenraad van kantoor Steinhauser Hoogenraad in Amsterdam, die optreedt namens Rath, is tegenover Netkwesties niet erg te spreken over het vonnis. Natuurlijk omdat haar cliënt geen gelijk heeft gekregen over de in zijn ogen "feitelijke onjuistheden" in het artikel, maar ook omdat de uitspraak volgens haar "nog wel eens gevolgen kan hebben voor andere mensen waarover de media negatief schrijven".
Het wekt haar verbazing vooral dat journalisten volgens deze uitspraak mensen over wie ze beschuldigingen opschrijven niet direct contact hoeven op te nemen om hen deze voor te leggen. "Over iets wat de naam en eer van een persoon aangaat, kan je niet volstaan met het citeren van een website", aldus Hoogenraad.
Ook stelt ze dat de beschuldigende citaten afkomstig waren van een Zwitserse site en dat dat niet afdoende is. Tegen enkele internetsites die als bron golden voor het Tubantia-artikel, waaronder die van het gerenommeerde Der Spiegel, heeft Rath in Duitsland nog klachten lopen, zegt Hoogenraad.
"De rechter vindt dat zolang er geen rectificatie op een site staat je er als journalist kennelijk van uit mag gaan dat het klopt wat er staat. Maar je kan toch niet verwachten dat mijn cliënt alles wat media over hem schrijven moet gaan bijhouden om geen rectificatie te missen? Dit lijkt mij een essentiële discussie."
Hetzelfde liedje
Antonio Robustella van Van Veen Advocaten in Ede, die zaken van journalisten van uitgever Wegener doet, is het daar uiteraard niet mee eens. "De journalist heeft gebruikgemaakt van feiten op diverse sites van met name Duitse en Zwitserse media. Moet hij er dan van uitgaan dat de site van Der Spiegel onzin schrijft?"
Bovendien zet Dr. Rath op zijn eigen sites uitvoerig zijn visie uiteen, aldus Robustella. "Op zijn site staat voldoende wat hij van de zaak vindt, dat het niet per se nodig was bij hem aan te kloppen. Het hoor- en wederhoorprincipe houdt niet in dat je altijd je publicatie vooraf aan een betrokkene moet voorleggen."
Deze zaak is volgens Robustella ook een erkenning van het medium internet. "Ik heb niet eerder een zaak gehad waarbij het over internetsites als bron ging. Maar dit past goed in de ontwikkeling die internet doormaakt. Veel mensen zetten hun standpunten uitvoerig op eigen websites. Daarbij hoef je dus volgens de rechter ook als journalist niet apart contact op te nemen, als je ervan uit kan gaan dat het de persoon zelf is die dat op internet schrijft."
Bij TC/Tubantia vonden ze de werkwijze van schrijver Bert Janssen geoorloofd. Adjunct-hoofdredacteur Ger Dijkstra licht toe: "Rath beweert al jarenlang hetzelfde en we hebben ook vaak over hem geschreven. Het bellen van Rath vonden we in dit geval niet nodig, omdat we al precies weten wat zijn standpunt is. Bovendien heeft onze redacteur nauwkeurig bijgehouden welke sites hij heeft gebruikt en wanneer hij ze heeft bezocht. Raths mening is ook voldoende weergegeven in het artikel."
Dijkstra vindt overigens niet dat in alle gevallen zo gemakkelijk internet als bron kan worden opgevoerd. "Er is natuurlijk wel een grens. Je kunt niet een verhaal op één internetbron baseren." De adjunct-hoofdredacteur vindt merkwaardig dat Rath de uitgever en schrijver van het artikel zelf daagde en niet de hoofdredactie. "Dat is verkeerd. Alle artikelen die in de krant staan afgedrukt worden immers gesanctioneerd door ons, de hoofdredactie. Hij moet niet bij de individuele journalist zijn."
Ethische kwestie
Natuurlijk is de zaak van de vitamineboer versus de regionale krant een beetje merkwaardig, toch kan men de algemene vraag stellen: mogen journalisten zich louter baseren op internetbronnen als het om kritische artikelen gaat waarin beschuldigingen staan? En is dat voor het '(weder)horen' van betrokkenen het citeren van hun websites afdoende?
De rechter vond in dit geval duidelijk van wel, maar wat vinden ze daarvan in de journalistiek? We legden de vragen voor aan enkele deskundigen op het gebied van internetjournalistiek en journalistieke ethiek.
"Vanuit een principieel standpunt zou ik antwoorden dat dit niet voldoende is", vindt Mark Deuze, communicatiewetenschapper en onderzoeker van internetjournalistiek. "De journalistieke kwaliteit is wel altijd gediend met het zo uitgebreid en zorgvuldig mogelijk verifiëren van bronnen - welke bronnen dan ook. Dit klinkt als gemakzucht - en dat is een journalistiek fenomeen dat de komst van het web op de werkvloer heeft versneld."
Daar is Huub Evers, docent mediaethiek aan de Fontys Hogeschool, het niet per definitie mee eens. "Het is aan de journalist om uit te maken of hij een bron heeft leren kennen als voldoende betrouwbaar. Dat kunnen ook internetbronnen zijn wanneer ze aan die criteria voldoen. Wanneer de beschuldigde al uitvoerig de kans heeft gehad en ook heeft benut om op een internetsite op die beschuldigingen te reageren, mag dat als wederhoor worden overgenomen. Ik zou zelf voor alle zekerheid altijd proberen om de betrokkene te bellen, zeker wanneer het om stevige beschuldigingen gaat."
"Soms is een site uitstekend als primaire en desnoods enige bron bruikbaar, soms is dat volstrekt niet het geval", vindt Henk Blanken, hoofdredacteur bij het Dagblad van het Noorden en voormalig internetchef bij de Volkskrant. "Als ik beweer dat iemand een gevaarlijke hacker is en verwijs naar de website van Theo van Gogh die dat beweert, ben ik daar zelf voor juridisch aansprakelijk. Ethisch blijft het dubieus, want als journalist ben je toch primair zelf verantwoordelijk voor je bewering."
Meer openheid
Hoe ernstiger een beschuldiging, hoe hoger de noodzaak van wederhoor, stelt Blanken. "Bij hele ernstige beschuldigingen kan een website van een persoon bijna nooit als enige bron van wederhoor kan dienen. Tenzij de betrokkene aangeeft alleen via zijn site te willen reageren en je als journalist voldoende reden hebt om aan te nemen dat die site betrouwbaar, dus niet gehackt is."
Evers denkt niet dat het citeren van zinnen op een website van iemand, voldoende is als wederhoor in een artikel over die persoon. "Want de volgorde is dan precies verkeerd. De betrokkene heeft niet de kans om te reageren op iets, maar de journalist grijpt terug op iets wat vooraf al geschreven werd en op de website gezet. Dan gaat 'wederhoor' vooraf aan 'hoor'. Wederhoor betekent dat je iemand iets voorlegt en hem om bevestiging vraagt en meestal ook om commentaar."
Mark Deuze denkt wel dat internet juist meer openheid van zaken kan geven over de bronnen van een journalist. "Persoonlijke homepages, weblogberichten met gevoelige informatie, posts op openbare mailinglists - het voordeel is dat je dit soort materiaal kunt gebruiken én ter verificatie aan de lezer kan aanbieden - en dat is iets wat met de meeste bronnen van de journalistiek nooit gebeurt."
[Tonie van Ringelestijn, 3 juni 2004]
Warning: include() [function.include]: open_basedir restriction in effect. File(/home/sites/www.netkwesties.nl/web/templates/artikel_kolomscheider.php) is not within the allowed path(s): (/home/netkwestie/:/tmp:/usr/local/lib/php/) in /home/netkwestie/domains/netkwesties.nl/public_html/editie98/artikel3.php on line 77
Warning: include(/home/sites/www.netkwesties.nl/web/templates/artikel_kolomscheider.php) [function.include]: failed to open stream: Operation not permitted in /home/netkwestie/domains/netkwesties.nl/public_html/editie98/artikel3.php on line 77
Warning: include() [function.include]: Failed opening '/home/sites/www.netkwesties.nl/web/templates/artikel_kolomscheider.php' for inclusion (include_path='.:/usr/local/lib/php') in /home/netkwestie/domains/netkwesties.nl/public_html/editie98/artikel3.php on line 77