Een feestje vieren waarop een minister aan je stoelpoten komt zagen. Daarop leek vandaag de bijeenkomst in Den Haag van de Stichting Domeinregistratie (SIDN). Maar de discussie was overdreven. "Het gaat nergens over".
Minister Brinkhorst kwam op het SIDN 1 miljoen-congres in het Congresgebouw met de nodige complimenten aan het adres van de SIDN. Maar hij bracht ook een onheilstijding, zo leek het althans: "De continuïteit van internet-domeinnamen onder 'punt.nl' moet met meer waarborgen worden omkleed. Hierover ga ik een voorstel doen. Het voorziet voor een deel in aanpassing van de Telecomwet."
'Overheidsbemoeienis', zo sidderde het door de zaal van voornamelijk technici die het afgelopen decennium er eigenhandig voor zorgden dat internet in Nederland - technisch gezien - nu op het hoge niveau functioneert dat we al zo alledaags vinden. De minister riep nog wel dat hij de zelfregulering niet om zeep wil helpen, maar de teerling was geworpen.
Later, in de gezellig opgezette discussie onder leiding van tv-presentator Paul Witteman, specificeerde Mark Frequin, de hoogste telecomambtenaar van Brinkhorst, nog eens exact de beweegredenen van Economische Zaken om de domeinuitgifte aan een elastiek te willen binden:
De discussie ging voornamelijk over het eerste punt, terwijl eventuele inmenging in de uitgifte zelf en in de heffingen op den duur van meer invloed kunnen worden. Zo zou een discussie over de kosten van domeinregistratie de bijeenkomst (met in de avond nog een exuberant feest) interessant kunnen zijn: in de domeinhandel ging al veel geld om bij elkaar, met over 2003 voor de SIDN een overschot van 1,8 miljoen euro op een omzet van 5,9 miljoen, en een veelvoud van die omzet voor de leden of wederverkopers van de domeinen. Vindt de overheid dat juist? Anderzijds zou met wat fantasie onder het derde punt de invoering van een soort van onroerend goedbelasting op virtuele bezittingen op termijn mogelijk kunnen zijn.
Het ligt in de bedoeling, zei Frequin, om met een aanwijzing te komen voor de SIDN, een erkenning van de rol bij de uitgifte van domeinnamen. SIDN mag dan haar monopolie behouden, maar zou dat in geval van misbruik of mismanagement kunnen verliezen. Zoiets gebeurde juist nu in Ierland, waar de domeinuitgifte is geprivatiseerd. En in Libië lag internet net een paar dagen plat door ruziënde partijen over domeinnamen. Dat kan de overheid in Nederland niet hebben - net als voor het vaste telefoonnet moet ze in geval van een calamiteit ten minste de voortzetting van het functioneren kunnen waarborgen.
Volgens telecomjurist Van Eijk is een domeinnaam ongeveer gelijk aan een telefoonnummer en zou je er dezelfde regels en hetzelfde instrumentarium voor kunnen optuigen onder de Opta. Frequin vond dat in principe juist, maar 'op dit moment' nog wat ver gaan.
Geen Finse toestanden
Hendrik Rood schreef bij adviesbureau Stratix het rapport over de kwetsbaarheid van de domeinnamen. Hij schreef dat in het ergste geval, bij langdurig uitval, een schade van bijna een half miljard euro het gevolg kan zijn, en bij een lichte uitval kan dat bedrag al oplopen tot 75 miljoen euro. Dat is koren op de molen van een overheid die de teugels wil aanhalen, dus die reproduceerde kritiekloos de uitkomsten. De opdrachtgever was content. Rood verdedigde: "Wat je als land wilt is de kwaliteit waarborgen. We moeten niet naar Finse toestanden toe waar het verkrijgen van een domeinnaam vier maanden in beslag nam, waardoor men massaal namen in het buitenland registreerde. Dat leidt ook tot kapitaalvlucht."
Maar Ted Lindgreen, een van de grondleggers van internet in Nederland en nu zelfstandig adviseur, vindt het rapport van Stratix overdreven: "Het grootste risico is niet de registratie, maar dat zijn de root servers en daarover lees ik niet. En bovendien is weinig rekening gehouden met het zelfregulerend vermogen van internet. Ik denk dat als er centraal iets volledig misgaat bij SIDN, 90 procent van de domeinhouders er niets van zal merken, want de informatie is openbaar en onder meer internetproviders zullen de routering dan snel herstellen."
Ook Paul de Graaf, ICT-man van VNO/NCW, vindt de beoogde overheidsbemoeienis niet goed. "Waar is dit voor nodig. Je moet niets willen repareren dat niet stuk is." Maar toen Frequin benadrukte dat het juist voor het bedrijfsleven nodig kan zijn om ten minste een geringe waarborg van continuïteit te hebben van het domeinnamensysteem, bond De Graaf enigszins in. Hij vindt het onderwerp echter meer iets voor de discussie over kwetsbare infrastructuren die de overheid over de volle breedte voert, ook over bijvoorbeeld het stroomnet. Op de achtergrond speelt ergens angst voor terrorisme mee.
Kees Prins, voorzitter van de SIDN, verweerde zich tegen al te vergaande plannen van de overheid om zijn stichting onder toezicht te stellen. Nu zijn de deelnemers nog de baas, dat wil zeggen de paar honderd partijen die domeinnamen wederverkopen. "Ik geloof niet dat het voornemen van de minister concrete voordelen met zich mee zal brengen. Het loopt nu goed, er is goede controle van betrokkenen en ik zie geen problemen. Je weet maar nooit wat er gebeurt als de domeinuitgifte in politiek vaarwater komt."
Maar over dit onderwerp ging wel drie kwartier discussie. "Die ging inderdaad nergens over", beaamde Kees Prins. Maar Prins mijdt de discussie met de overheid niet. Hij voorziet geen groot probleem op de korte termijn, wellicht later. Ook Paul Verhoef, Nederlander die werkt voor de internationale domeinorganisatie Icann, vindt de eis van de Nederlandse overheid om de SIDN in het oog te houden, niet exorbitant.
Internationaal probleem
Internationaal liggen de zaken veel gevoeliger dan in Nederland, en dat bleek wel tijdens het congres voorafgaande aan de discussie. In veel landen speelt momenteel het probleem van ingrijpen door overheden, zo vertelde Mirjam Kühne van de Isoc tijdens de SIDN-bijeenkomst. Dat is mede een gevolg van de WSIS-bijeenkomst, waarover we eerder schreven. Daar heerste een sfeer die gericht was op het beperken van de zelfregulering die internet tot nu toe kent, al wist nog niemand hoe precies. Ook in enige bijeenkomsten die daarna over het onderwerp 'internetbestuur' plaatsvonden, proefde Kühne de behoefte van landen om internet te reguleren. "Steeds weer bleken de pleitbezorgers daarvan niet in staat om hun wens te concretiseren. Ze wisten niet precies wat ze nu in handen willen krijgen."
Bovendien is het volgens haar niet zozeer een zaak van internationaal beheer, omdat internet onderwerp van politiek is in verschillende landen. Internationaal bestaan gremia voor afstemming en gaat het vooral om de techniek.
Paul Twomey, de Australische algemeen directeur van de internationale organisatie voor domeinnamen Icann.org, toonde met landkaarten van de wereld aan welke enorme technische interdependentie er met internet tot stand is gebracht zonder dat overheden daar veel aan moesten doen, en nog aan kunnen doen. Wat hem betreft doen de internationale organen niet zo veel met internet, anders dan alledaags gebruik. "Internet kun je zien als een gebouw in wording, met een stevig technisch fundament en daarop verdiepingen voor juridische kwesties, ontwikkeling en economie en cultuur. Daar treden natuurlijk spanningen op en daarvoor is zeker coördinatie nodig, maar geen bestuur. Wij maken geen beleid in politieke zin."
Eurocommissaris Erkki Liikanen liet zich vertegenwoordigen door een hoge ambtenaar die kwam vertellen dat de Europese Commissie enerzijds wel wat meer bemoeienis wil met internet, maar aan de andere kant zelfregulering wil handhaven: "Onze afhankelijkheid van internet is zo groot geworden dat het desastreus zou zijn als er een destabilisatie komt, maar we moeten het unieke experiment van zelfregulering dat internet in feite is, niet afbreken. Je moet het net doen als met de Europese Unie, het noodzakelijke centraal doen en de rest niet."
Brussel streeft naar internet als 'neutraal platform', maar zou in deze ook graag duidelijkheid hebben over het Amerikaanse standpunt. De Amerikaanse overheid beheerste immers, zij het indirect, de 'regulering' van internet, gaf die min of meer uit handen, maar schept geen duidelijkheid over haar wensen nu. De Aziatische landen zijn duidelijk: ze willen internet stevig reguleren - China voorop.
Kraaijenbrinkprijs
Vergeleken met deze mondiale dreiging van meer grip op internet was de ophef over de wensen van Brinkhorst en Frequin een storm in een glas water, en de discussie een beetje overdreven. Het loopt in Nederland waarschijnlijk zo'n vaart niet.
Nog een aardig detail van de bijeenkomst: Prins maakte bekend dat de SIDN voortaan jaarlijks een Hans Kraaijenbrinkprijs zal toekennen, bestemd voor de persoon met bijzondere verdiensten voor internet. Kraaijenbrink was tot zijn plotselinge dood vorig jaar voorzitter van de SIDN en voorheen ook bestuurslid van de Icann. Instemming van de zaal was het gevolg.
[Peter Olsthoorn, 15 april 2004]
Warning: include() [function.include]: open_basedir restriction in effect. File(/home/sites/www.netkwesties.nl/web/templates/artikel_kolomscheider.php) is not within the allowed path(s): (/home/netkwestie/:/tmp:/usr/local/lib/php/) in /home/netkwestie/domains/netkwesties.nl/public_html/editie91/artikel3.php on line 65
Warning: include(/home/sites/www.netkwesties.nl/web/templates/artikel_kolomscheider.php) [function.include]: failed to open stream: Operation not permitted in /home/netkwestie/domains/netkwesties.nl/public_html/editie91/artikel3.php on line 65
Warning: include() [function.include]: Failed opening '/home/sites/www.netkwesties.nl/web/templates/artikel_kolomscheider.php' for inclusion (include_path='.:/usr/local/lib/php') in /home/netkwestie/domains/netkwesties.nl/public_html/editie91/artikel3.php on line 65