Minister Donner van Justitie stuurde onlangs de ontwerpwet Gegevensvergaring in de Informatiemaatschappij naar de Raad van State. Het rapport-Mevis lag hieraan ten grondslag. Maar professor Mevis bekijkt het ook van de andere kant: "Ik ben huiveriger geworden voor meer bevoegdheden voor de politie."
Paul Mevis, hoogleraar strafrecht van de Erasmus Universiteit Rotterdam en voorzitter van de commissie die het voorstel voorbereidde, schat dat ruim 80 procent van het rapport van zijn commissie Strafvorderlijke gegevensvergaring is opgenomen in de wetgeving. Het gevolg: bedrijven en instellingen zijn straks verplicht om persoonsgegevens af te dragen als de politie hierom vraagt. Professor Mevis zweeg tot nu toe, maar sprak met Netkwesties open over zijn overwegingen.
Is uw rapport over vernieuwingen in het vorderen van gegevens voor de opsporing nu een soort vrijbrief geworden waarmee alles opeens mogelijk is voor minister Donner?
Mevis: "Nee, het rapport is geen vrijbrief. Wij zijn in 2000 ingesteld door de vorige minister van justitie en ruim voor de aanslagen van 11 september om een probleem in de opsporing te beschrijven en hiervoor oplossingen aan te dragen. In het wetboek van strafrecht is nu wel geregeld dat er informatie bij de politie komt, maar de computertaal, namelijk beschrijving van 'gegevens', kende het wetboek van strafvordering niet."
"De aanleiding van de vorige minister van Justitie om deze commissie in te stellen, had niets te maken met een gevoel van 'goh er wordt nu anders gedacht over opsporing, laten we met wetten komen'. Er was een strafvorderlijk probleem met gegevensvergaring bij de opsporing. Dat was er begin jaren 90 al."
"Donners standpunt wijkt niet zoveel af van dat van zijn voorganger Korthals. De Tweede Kamer onderschreef het kabinetsstandpunt. Onlangs heeft Donner een wetsvoorstel voor advies naar de Raad van State gestuurd. Ik ken de inhoud daarvan niet, maar afgaande op verschillende berichten is zeker 80 procent van de aanbevelingen uit ons rapport overgenomen. De structuur zoals wij die bedacht hebben, heeft hij gewoon gevolgd."
"Nu is de situatie nog zo dat alle gegevenshouders (zoals telecombedrijven of banken) zelf moeten afwegen of ze informatie aan de politie willen overdragen. En wat gebeurt er in de praktijk: bedrijven vergewissen zich ervan of ze daadwerkelijk de politie aan de lijn hebben en geven vervolgens alles wat de politie wil. Dat werkt dus voor geen meter."
"Wij kwamen met oplossingen voor iets dat in de strafvordering nu nog slecht geregeld is en daardoor slecht functioneert. Het effect is wel dat er straks in de praktijk wel meer gegevens bij justitie terechtkomen. Maar zolang dit gebeurt binnen de in het rapport gestelde waarborgen, heb ik er ook niet zoveel op tegen."
Sfeer
Een Big Brother Awards-jurylid vermoedde dat Donner op een persoonlijke missie was om zoveel mogelijk privacyrechten van burgers af te pakken. NRC Handelsblad schreef in een hoofdredactioneel commentaar weinig vleiend over uw werk en heeft Donner meermalen bekritiseerd. Deelt u de mening van een aantal vakgenoten dat Donner grimmig bezig is?
"Donner zou moeten weten dat het oproepen van een bepaalde sfeer een zelfstandig argument gaat worden. En dat die sfeer, of het nu echt is of niet, vervolgens door politici en de media worden opgepikt. Daarom zou je dus eerder terughoudendheid van Donner verwachten, in plaats van dat hij dat nog eens versterkt."
"Donner mist toch iets van de nuchterheid van zijn voorganger. Korthals kon nog roepen: 'Laten we even normaal doen, laten we een beetje nuchter blijven.' Bij deze minister klinkt er constant een zekere drang in door, daar moet hij wel een beetje voorzichtig mee zijn. Maar hij is zich denk ik wel bewust van dat effect, en hij past het bewust toe."
"Donner zegt bijvoorbeeld in Duitsland dat alle Nederlandse coffeeshopbezoekers een pasje krijgen, dan vraag ik me af: 'Hoe realistisch is dat plan.' Maar de tendens om veiligheid centraal te zetten is niet op conto van Donner te schrijven natuurlijk, dat begon al met Hirsch Ballin."
"En inderdaad, Donner doet het op een bepaalde manier, ja. Maar kijk ook eens naar de cijfers: het ophelderingspercentage van misdrijven is maar 15 procent. Je kunt Donner dus verwijten dat hij er op een bepaalde manier naar kijkt, maar uiteindelijk is die 15 procent een tamelijk laag percentage."
"Uiteindelijk kan Donner nooit op deze manier optreden, als niet een brede stroom in de Tweede Kamer hem steunt. Als zijn aanpak niet in goede aarde viel, dan was er wel een Tweede Kamerlid opgestaan om te vragen of het niet wat minder kan."
Maar we hebben het nu over wetten die digitale opsporing en de koppelingen van databases gaan regelen. De materie hierover is enorm complex, heeft u het gevoel dat kamerleden wel een goede afweging kunnen maken over deze kwesties?
"Dat vraag ik me ook af. Technisch is het een krankzinnig ingewikkelde materie. Wij als commissie hebben ook lang geworsteld om uit te zoeken hoe het technisch allemaal in elkaar zat. Een regel moet technisch uitvoerbaar zijn, het moet aansluiten bij de techniek. En het gevolg van een nieuwe wetgeving kan wel enorm groot zijn."
"Daar zit ook een zwakte: we hebben zelfs nog geen eenduidige termen, ook niet in de rechtspraak. De term 'gegevens' , het begrip 'verwerken' het begrip 'internetprovider'. Bij een huiszoeking weet iedereen wat er bedoeld wordt, iedereen kan erover mee praten. Maar deze materie is voor velen ongrijpbaar, het is lucht."
"Trouwens, wat we ook niet moeten hebben is dat de techneuten er met het recht vandoor gaan: ik bedoel dat als juristen debatteren over grenzen en over privacyinbreuk en dergelijke, dat een techneut niet zomaar kan zeggen: 'Ja, maar wat jullie willen kan helemaal niet. Want ik heb een ander nieuw systeem dat deze functie niet kan uitvoeren'."
"Kortom, juristen moeten wel snappen hoe het echt werkt en dat blijft lastig. We hebben nog geen goed begrip van de materie. Daar ligt een probleem."
Symboolwetgeving
Maar zelfs al snappen juristen en kamerleden deze zaken, effecten van technisch-juridisch vergaande maatregelen is ongewis. In een rapport dat in opdracht van Donner is gemaakt, staat dat het effect van de invoering van een identificatieplicht totaal onmeetbaar is. Waarom dan toch van dergelijke ingrijpende regels?
"Dat klopt, maar deze wetgeving moet je misschien niet tegen objectief meetbare doelen afzetten. Dit klinkt wat overdreven misschien, maar met die identificatieplicht is er toch sprake van een soort symboolwetgeving. Het komt tegemoet aan een groep binnen de overheid die graag iets zichtbaars wil doen. Preventief fouilleren is ook zo iets: de overheid kan een signaal afgeven. Of het vervolgens ook echt helpt is een tweede. Met deze zichtbaarheid van de overheid is op zich niet zoveel mis. Kennelijk is daar behoefte aan."
"En de politiek speelt daarop in door deze subjectieve behoefte aan zichtbaarheid uit te vergroten. In de Tweede Kamer wordt de beeldvorming rondom fouilleren en de identificatieplicht zaken niet afgeremd of bijgesteld."
Als we kijken naar wetgeving die met name digitale opsporing moet regelen. Is hier ook niet sprake van een bepaald effectbejag? De regels kunnen uiteindelijk vrij simpel omschreven worden, terwijl de gevolgen voor burgers groot kunnen zijn.
"Als de nieuwe wetgeving rond is, zou het een groot gevaar kunnen opleveren omdat je allerhande gegevens kunt combineren. Maar aan de andere kant, om het eufemistisch uit te drukken: dit type digitaal rechercheren is bij de politie niet helemaal optimaal georganiseerd. De politie heeft geen enkel idee hoeveel gegevens ze nu zelf al in huis heeft. Zo is misdaadanalyse een van de minst ontwikkelde onderdelen van de politie. Maar een beetje chaos op dit gebied is niet zo erg. Dat remt ook af. Het gevaar zit vooral in de perfectie."
"Daarnaast komt er ook een nieuwe wet politieregisters. Maar ook hier geldt: het is soms lastig te begrijpen. Het is niet meer een papieren dossier dat van Leeuwarden naar Maastricht gebracht moet worden, het is een druk op de knop. Toch moet de koppeling van registers gereguleerd worden, dat is verdomd lastig want het is zo ongrijpbaar."
"Je kunt bevoegdheden niet uitvoeren zonder afspraken met de sector. In de telecomsector is het echt niet zo dat de eerste de beste opsporingsambtenaar een bedrijf kan binnenstappen en zeggen: doe mij eens wat gegevens. Daar zijn afspraken over, over wie geautoriseerd is om gegevens te vragen, en wie ze kan geven."
| De huidige situatie voor providers Nu is voor het vorderen van NAW-verkeersgegevens een machtiging van een rechter-commissaris nodig. Daarnaast bestaat de mogelijkheid voor telecommunicatiebedrijven om gegevens vrijwillig aan de politie te geven op basis van een uitzonderingsbepaling in de Wet bescherming persoonsgegevens. Deze uitzonderingsbepaling heeft jarenlang ruzie veroorzaakt tussen het Openbaar Ministerie (OM) en sommige internetproviders. Deze wilden namelijk geen gebruik maken van de mogelijkheid om vrijwillig gegevens over te dragen. Zij achtten zich niet in staat om te beoordelen of overdracht in alle zaken urgent en noodzakelijk was. Dat oordeel lieten zij liever aan een rechter over. [bron: Bits of Freedom] |
"Ja, klopt, dat gaat om NAW-gegevens. In dat voorstel wordt een bevoegdheid geregeld. Een soort basis, zodat de aanspraak helder is. Je kan dus niet tegen de boswachter zeggen: u bent niet bevoegd. Vervolgens stellen wij voortdurend met enige klem, dat daar afspraken voor moeten worden gemaakt met de branche."
Maar dat staat niet zo duidelijk omschreven in die wet, dat er afspraken met branche gemaakt moeten worden.
"Nee, wij menen ook dat dat een onderdeel is van de juridische norm voor een wet. Daarvoor moet gewoon een praktische uitvoeringsregeling komen. En dat willen we niet in het wetboek hebben, dat is veel te ingewikkeld."
Maar is het vreemd dat mensen ongerust raken: iedere ambtenaar met een opsporingsbevoegdheid mag straks je e-mail achterhalen staat er. Wat voor garanties zijn er op beperkingen in die uitvoeringswetten?
"In de eerste plaats kan de bevoegdheid alleen maar binnen bepaalde grenzen en ter opsporing van een bepaald feit worden aangewend. We hebben nadrukkelijk geen algemene voorstellen gedaan waardoor politie of justitie informatie kan gaan vergaren alleen maar om de eiegen informatiehuishouding uit te breiden. 'Snuffelen' zoals in de pers wel is gesuggereerd, is niet aan de orde. Het gaat verder om goede, beperkende afspraken met de branche. Het punt is dat de grenzen van de bevoegdheid straks goed omschreven staan in de wet. Wij willen vooraf al duidelijk stellen welke gegevens opgevraagd mogen worden. Dat is eigenlijk verkeerd in de beeldvorming in NRC Handelsblad. Zij stellen dat iedere politieagent straks een telecombedrijf kan bellen en zeggen 'doe mij alle informatie over meneer Janssen'. Dat is uitdrukkelijk niet de bedoeling."
Niet de bedoeling zegt u, maar het zou dus wel kunnen. Elke politieagent die iets op internet tegenkomt wat hem niet bevalt, kan in principe gegevens vorderen?
"Elke politieagent mag vrij surfen en openbare bronnen nazoeken. Wij willen de overhandiging van gegevens uit niet-openbare bronnen regelen. Vervolgens is er een bandbreedte waarbinnen de politie kan opereren. Ik besef dat die kant er wel aan zit, de bevoegdheid is wel gegeven. Het is ook een feit dat de politie soms wel meer doet dan waartoe ze bevoegd is."
"Maar daar ging ons rapport niet over, want nu hebben we het over onrechtmatig verkregen bewijs. Wat ik een zorgelijke ontwikkeling vind is dat de Hoge Raad in toenemende mate onrechtmatig verkregen bewijs toelaat."
"Dat is ook de reden dat ik iets huiveriger ben geworden voor het geven van nieuwe bevoegdheden voor de politie. Ik vond de Hoge Raad altijd wel een mooie achtervanger. Dat als de politie over de schreef gaat, ze dit direct snappen: dat de officier van justitie naar de politie belt, en zegt: ja luister eens, ik sta hier af te gaan in de rechtszaal dankzij het onrechtmatig verkregen bewijs, als je nog eens een keer iets leuks weet.."
Dus ook bij de Hoge Raad verandert de sfeer met betrekking tot opsporing?
"Ja, dat is inderdaad aan het veranderen, en dat vind ik eigenlijk veel erger dan het politieke spel van Donner die weer iets roept in Duitsland over de invoering van een pasjessysteem voor coffeeshops. Iets dat een onuitvoerbaar en onrealistisch plan is."
Bent u nog betrokken bij adviezen aan de overheid inzake opsporing?
"Nee, ik sta nu vooral voor de klas, ik volg natuurlijk de ontwikkelingen met interesse. Maar de wetgeving heeft zijn eigen dynamiek. Ik ben niet meer betrokken bij deze wetgeving. Nu zijn er andere dingen die mijn onderzoeksagenda vullen."
Tot slot, onlangs bij de Big Brother Awards-uitreiking werd u aangekondigd als een van de aanwezigen. Wilde u een soort signaal afgeven door naar deze uitreiking te gaan?
"U weet, wij hebben vorig jaar zelf een Award gekregen. Het was wel de bedoeling om dit jaar te komen. We waren ook aangemeld maar een volle agenda verhinderde me. Nee, het was geen signaal, maar gewoon pure belangstelling..."
[Ambroos Wiegers, 30 oktober 2003]
Warning: include() [function.include]: open_basedir restriction in effect. File(/home/sites/www.netkwesties.nl/web/templates/artikel_kolomscheider.php) is not within the allowed path(s): (/home/netkwestie/:/tmp:/usr/local/lib/php/) in /home/netkwestie/domains/netkwesties.nl/public_html/editie72/artikel1.php on line 29
Warning: include(/home/sites/www.netkwesties.nl/web/templates/artikel_kolomscheider.php) [function.include]: failed to open stream: Operation not permitted in /home/netkwestie/domains/netkwesties.nl/public_html/editie72/artikel1.php on line 29
Warning: include() [function.include]: Failed opening '/home/sites/www.netkwesties.nl/web/templates/artikel_kolomscheider.php' for inclusion (include_path='.:/usr/local/lib/php') in /home/netkwestie/domains/netkwesties.nl/public_html/editie72/artikel1.php on line 29