Netkwesties XS4ALL
Menu HomeWebgidsZoekenReageerNieuwsbriefForumColumns


DE ZWARTE KAT VAN NRC HANDELSBLAD

Als 'Lux et Libertas Ombudsman' voert freelance journalist Micha Kat sinds mei 2002 'oorlog' tegen NRC Handelsblad, waar hij tien jaar voor schreef. In periodieke epistels beschuldigt hij de krant van van alles en nog wat, inhoudelijke kritiek vermengd met persoonlijke details. Hoe ver kun je gaan met aantijgingen op internet? Wat zijn de drijfveren? Waar ligt de grens tussen kritiek en laster? En hoe reageert het 'lijdend voorwerp'?

In mei 2002 knapte er iets bij Micha Kat, als het om het NRC Handelsblad gaat dan. Op de avond van zes mei 2002 na de moord op Fortuyn leest hij, net als andere abonnees van het NRC Handelsblad, het hoofdredactioneel commentaar van Folkert Jensma over Fortuyn. Jensma schrijft vlak voor de moord in het Mediapark, over alles wat Nederland te danken heeft aan de bevrijding van de nazi-bezetting en 'dat Pim Fortuyn daar nog maar eens naar moet kijken'. Net als bij veel NRC-lezers schiet het stuk van Jensma, dat ze net ná de moord lezen, bij Kat in het verkeerde keelgat; zeker als Jensma in de New York Times een week na de moord ineens de mildheid zelve is over Fortuyn.

Kats haren rijzen te berge wanneer hij een week later op de opiniepagina van diezelfde NRC een stuk leest dat gericht is tegen de 'haatzaaiaanklacht' van het advocatenduo Spong en Hammerstein tegen onder andere de NRC-redactie. Dit artikel is geschreven door Egbert Dommering. Deze ondertekent met 'hoogleraar informatierecht aan de Universiteit van Amsterdam' maar laat na om te vermelden dat hij NRC Handelsblad verdedigde in rechtszaken. Kat stuurt een woedend mailtje aan hoofdredacteur Jensma. "De lezer werd opzettelijk bedrogen," vertelt Kat. "Toen wist ik: voor dit medium wil ik niet meer werken. Sindsdien ben ik op oorlogspad."

De 'oorlog' voert Kat op de site van Theo van Gogh, waarop inmiddels 28 delen van zijn Lux et Libertas-Ombudsman verschenen. Daarin beschuldigt Kat de krant onder meer van nepotisme, vooringenomenheid, journalistieke luiheid en het heulen met 'de macht' in het algemeen, en de rechterlijke macht in het bijzonder. Kat legt met name hoofdredacteur Folkert Jensma, die hij steevast aanduidt als 'Volkert', het vuur aan de schenen. Die noemt hij "een achterbakse leugenaar met slappe knieën".

Kat etaleert een voorliefde voor deze stijl. Daarin beweert hij ook hoe een redactrice seks gebruikte om carrière te maken, of dat een redacteur 'van de ene naar de andere stagiair of secretaresse sprong'; plus andere primaire en emotionele uitingen die wellicht niet exemplarisch zijn voor de krant in kwestie maar in combinatie met andere, onbewezen beschuldigingen, pittig overkomen.

Zwakste punt in de betogen van Kat is dat hij de verhalen die hij opvangt bij voorkeur niet checkt, als ze al te controleren zouden zijn. Hij geeft dat toe: "Ik check meestal niet voor de stukken op de site van Van Gogh, want die schrijf ik gratis. Het kost me al te veel tijd en geld. Bovendien ben ik er van overtuigd dat wat ik hoor waar is."

De publicist loopt soms ook wat te hard van stapel. Zo maakte Kat zich tijdens een recent interview in het Parool Theater druk om een uitspraak van de Midden Oosten-correspondente van het NRC, Joris Luyendijk over marteling van Al-Qaida verdachten onder Amerikaanse regie in Arabische landen. Kat: "Waarom zegt Luyendijk zoiets wel in een tv-programma, maar heeft hij er nooit in de krant over schreven?" Voor Kat weer een voorbeeld van 'de slappe houding' van de krant. Archiefonderzoek leert evenwel dat de genoemde kwestie door Luyendijk al is genoemd in een NRC-artikel in april 2003, en door een collega reeds in januari.

Bedrog en banden

Kat publiceert echter ook fouten van de krant die zijn toegegeven en/of bekend zijn. Zo richtte hij zijn pijlen op voormalig NRC-correspondente Marjon van Royen. Zij pleegde in 2002 plagiaat met een letterlijk overgenomen deel uit een boek van de schrijver Naipaul. In de Volkskrant gaf ze ook toe dat dat 'een heel stomme fout' was. Van Royen is sinds de plagiaatkwestie geen correspondente meer voor de krant. Kat beschuldigt er haar nu ook van hele delen van artikelen te hebben verzonnen, niet alleen voor NRC maar ook voor de Geassocieerde Persdiensten (GPD). Bewijzen ontbreken nog, zowel van Kat als van de zijde van NRC zelf of een concurrent.

Kat trok direct de vergelijking tussen Van Royen en de recente plagiaataffaires bij Le Monde en de New York Times, die zelf grondig onderzoek deed naar een foute redacteur. "Die ontwikkeling is natuurlijk koren op mijn molen," zegt Kat. "Het zijn dezelfde soort elitekranten die samenspannen met de macht, precies zoals de NRC doet."

Een tweede feit betreft het lidmaatschap van NRC-redacteuren van de Commissie Aanstellen Leden Rechterlijke Macht, nu Maarten Huygen en eerder Frank Kuitenbrouwer. Kat exclameerde online dat "twee coryfeeën van de meest gezaghebbende krant van Nederland mede beslissen wie er in dit land rechter wordt, maar weigeren daarover te spreken."

Dit behoeft enige nuancering; beiden gaven (ons) uitleg. Maarten Huygen: "Het is een voorselectie van rechters. Als ik nou justitieredacteur was geweest, dan had ik het niet gedaan. Maar ik schrijf niet over de rechterlijke macht, dus is er geen sprake van een belangenconflict."

Frank Kuitenbrouwer zwakt de invloed van de redacteuren bij benoemingen af: "Je zegt toch ook niet tegen psychologen die aankomende rechters testen: u neemt rechters aan?"

Kat tracht keer op keer aan te tonen dat we de redactie van NRC Handelsblad tot de slippendragers van de rechterlijke macht in Nederland kunnen rekenen. De krant zou niet enkel 'primeurs' krijgen toegeschoven van onder meer het Openbaar Ministerie, maar de rechterlijke macht ook uit de wind houden. Huygen: "Kat doet net alsof er een soort permanent complot bestaat tussen rechters en de krant. Dat is onzin."

Schelden

In twaalf jaar schreef Kat als freelancer zo'n 150 artikelen voor NRC Handelsblad. "Met veel plezier," voegt hij er aan toe. "Maar de interne verrotting van dit eerbiedwaardig medium doet me ook verdriet. Ik gooi het er nu gewoon uit. Zo hard mogelijk, maar ik scheld niet om het schelden. Mijn enige reden voor mijn actie is dat ik de totaal gecorrumpeerde journalistieke cultuur bij NRC aan de kaak wil stellen."

De bronnen? "Diverse NRC-redacteuren lekken naar mij", zegt hij. Zulks kan de sfeer ter redactie geen goed doen. Uiteraard bagatelliseren NRC Handelsblad-redacteuren de aandacht voor de uitingen van Kat. Pas in tweede instantie geven ze toe (gedeeltelijk) op de hoogte te zijn.

Ook hoofdredacteur Folkert Jensma laat in eerste instantie per e-mail weten dat hij niet wakker ligt van de aantijgingen: "Over Kat haal ik m'n schouders op. Ik reageer niet tenzij journalisten denken dat het waar is wat hij schrijft. In de praktijk blijken dat doorgaans HP De Tijd, VN, de Volkskrant en Business News Radio, die allemaal media-achterklaprubrieken moeten vullen. Inmiddels is het iedereen wel duidelijk hoe die stukjes moeten worden gewogen, als haatdragende verzinsels."

In een tweede, telefonische reactie, spelen echter ook bij Jensma de emoties op. Inhoudelijk vraagt Jensma om zijn toelichting alleen 'off-the-record' te gebruiken. Als reden noemt hij dat 'alles wat hij tot nu toe over de schrijfsels van Kat heeft gezegd tegen hem wordt gebruikt'. De NRC-hoofdredacteur doelt daarmee onder andere op ontkennende citaten van Jensma zelf en twee andere NRC-prominenten die Kat steevast bovenaan zijn tirades plaatst.

Kat bevestigt Jensma's dilemma: "Die citaten moet je ook zien als 'testimonial'. Hoe harder ze roepen dat alles wat ik schrijf gelogen is, hoe meer ze me in de kaart spelen."

Maarten Huygen wil er wel iets over kwijt, ook in het kader van de vergelijking met de genoemde missers bij de New York Times en Le Monde: "Juist de meest zorgvuldige media krijgen altijd de meeste kritiek. Dat is natuurlijk goed, maar het moet wel terecht zijn."

De commentator noemt Kat 'notoir onbetrouwbaar'. "Ach, soms moet ik er wel om lachen, niemand neemt het serieus. Waar 160 mensen met elkaar werken, wordt altijd gekletst en geroddeld. Dat houd je toch."

Wrok

Rancune jegens een ex-werkgever, een veelvuldig voorkomende drijfveer voor een strijd, kan een rol spelen. Kats laatste NRC-artikel verscheen in februari 2002, enkele maanden voor zijn serie een aanvang nam. Dat stuk ging over de 'laatsten der postzegelspaarders', maar Kats specialismen zijn advocatuur en accountancy. Kat heeft volgens een NRC-redacteur vergeefs gedongen naar een vaste opdracht om deze terreinen voor het Economiekatern van de krant te volgen.

Kat: "Ik ben nooit bij NRC in dienst geweest, dus zo'n portefeuille is nooit aan de orde geweest. Het is triest dat ze er steeds maar vanuit gaan dat criticasters door haat en frustratie zijn gedreven en wrok koesteren."

Kats handel lijdt er niet onder. Zijn juridisch human interestblad 'Amice' mislukte al jaren geleden, maar als gevolg van de NRC-serie is Kat geen enkele opdrachtgever kwijtgeraakt. De hoofdredacties van De Accountant, Management Team, Intermediair, FEM Business en het Algemeen Dagblad ondervonden, op een uitzondering na, geen problemen met de betrouwbaarheid van Micha Kat. Ze kenschetsen hem als een 'vastbijtertje' die vlot vermoedens en verdenkingen uit, maar deze ook natrekt. Zijn stukken in eigen beheer over NRC bestempelen ze als 'privé' en 'columns'.

Hoeveel bronnen heeft de schrijver voor de serie beweringen in zijn NRC-feuilleton zoal? Kat: "Dat hangt af van de zwaarte van het feit, soms zijn het er drie, soms nul."

Nul bronnen, zelf verzonnen? Kat: "Ik ken die krant goed, ik heb er lang rondgelopen, ik weet veel dingen zodat ik ook op eigen gezag zaken aan de kaak kan stellen. Dat past goed bij het karakter van de Theo van Gogh-site. Dat is een beetje een haatsite."

Van Gogh is wellicht juridisch aansprakelijk voor de uitingen van Kat, die in feite daarvoor schuilt bij van Gogh. Maar dat is volgens de schrijver nimmer een onderwerp van gesprek geweest.

Juridische voetangels

De kans dat NRC juridische stappen onderneemt is klein: velen zien af van rechtszaken wegens smaad om nog meer rumoer te voorkomen. Uiteindelijk werkt dit meer publicaties in de hand waarin feiten, fictie en beschuldigingen door elkaar heenlopen.

In een eventuele rechtszaak zou tenminste voor een deel op tafel moeten komen waar Kat de feiten met voeten treedt en waar ze wel kloppen. Dit vereist bewijsvoering en leidt wellicht tot getuigenverhoren. Ook dat is een angst van NRC Handelsblad, nog afgezien van het rumoer. Kat tart zijn muis: "Ze moeten wel een keer reageren, er zijn nu te veel feiten. Ze kunnen dit niet eindeloos volhouden."

Inhoudelijk ligt het probleem voor het lijdend voorwerp in kwestie veel moeilijker dan voor Kat. Niet enkel voor de lezer is de grens tussen feiten en fictie onduidelijk, ook een rechter komt daar niet één-twee-drie uit. Maar hoe liggen de juridische kansen voor een slachtoffer in deze?

Rechtsfilosoof Arend Soeteman van de Vrije Universiteit, deskundige op het gebied van vrijheid van meningsuiting, wikt en weegt: "Die vrijheid moet in principe ook gelden voor ergerlijke meningen. Een eventueel onderscheid tussen de inhoud van de mening en de nodeloos grievende vorm is niet goed houdbaar: de vorm wordt gekozen omdat de auteur de inhoud onder de aandacht wil brengen en is, van hem uit gezien, zelden nodeloos."

De NRC zou volgens Soeteman wel naar de rechter kunnen stappen om schadevergoeding te eisen of 'stopzetting van de lasterpraat'. "Waar ligt de grens tussen geoorloofde kritiek en ongeoorloofde smaad? Er bestaat een mogelijkheid tot schadevergoeding als onjuiste belastende feiten worden verspreid, zonder dat onvoldoende aannemelijk is dat de verspreider aanvaardbare redenen had om aan te nemen dat die feiten waar zouden zijn."

Advocaat G.J Kemper, die veel smaadzaken deed, zegt in januari 2003 nog een kort geding over laster op internet te hebben gewonnen. "Een Duitser liet zich op een website onrechtmatig uit over mijn cliënte." Dat vonnis is echter niet gepubliceerd, maar de stelling dat op internet alles mag is niet houdbaar, aldus de raadsman.

Enigszins vergelijkbaar is volgens Kemper ook een uitspraak vorig jaar tegen personen die zich op een website onrechtmatig uitlieten over medewerkers van de Stichting Jeugd en Gezin Flevoland, door die onder meer met Hitler te vergelijken. Dit biedt wellicht houvast, want in een van z'n stukken beticht Kat journalist Piet Hagen die sinds het begin van het jaar in het NRC Handelsblad als 'extern criticus' commentaar levert op de krant, van het hebben van "een NSB-mentaliteit".

Internet als vrijhaven?

Een van de vragen die speelt is of Kat zich kan beroepen op het verschoningsrecht als journalist: kan hij zijn bronnen verhullen? Hier komt men aan de angel van dat verschoningsrecht, dat toch al zwak staat. Immers, wie is er als journalist te bestempelen? En zijn in dat geval al Kats publicaties in eigen beheer op internet als journalistiek te bestempelen?

Kat: "Goede vraag, of het journalistiek is heb ik nog nooit goed over nagedacht. In een rechtszaak zou ik me zeker op het verschoningrecht beroepen en geen bronnen noemen." Volgens een juriste van de NVJ is het verschoningsrecht buitengewoon complex.

Jurisprudentie zou ook moeten uitwijzen of op internet andere regels gelden. Kat vermoedt van wel: "Op internet schrijf ik natuurlijk wel heel anders dan voor papieren media," geeft Kat toe. "Maar de informatie is wel serieus bedoeld. Ik ga niet alleen maar roepen: Jensma is een klootzak. Ik heb er altijd een onderbouwing bij. Zolang je dat doet mag alles op internet."

Volgens Jensma zijn de publicaties zoals die van Kat typerend voor de aard van het wereldwijde computernetwerk. "Internet is een wonderbaarlijk medium. De meeste informatie is volstrekt ongeverifieerd."

NRC-commentator Huygen vergelijkt Kat met de Amerikaanse internetjournalist Matt Drudge, die in 1998 'primeurs' over de zaak-Monica Lewinksy op z'n site meldde. "Behalve dan dat de president seks met haar had, hielden geen van de zaken in de rechtszaal stand. Maar wat je in de media zag: dat ineens de aantijgingen zelf nieuws werden."

Kan Kat geen kritiek op NRC uiten zonder beweringen over seks van redacteuren? Kat: "Seksuele escapades zijn belangrijk voor beleidsbeslissingen, zoals bij NRC. Zie Clinton, maar ook de zaak Cor Boonstra en Sylvia Tóth."

Kat zegt juist het dagblad op de korrel te nemen omdat NRC in hoog aanzien staat. Op zich verdient zo'n medium het om zeer kritisch gevolgd te worden, en niet slechts geloofd omwille van de reputatie. Hoofdredacteur Jensma speelde nog niet met de gedachte om zelf online de kwaliteit van de krant ter discussie te stellen: "Wie weet komt dat er nog." NRC beantwoordt wel een selectie van kritische vragen van lezers, al staat de rubriek op de website enigszins verdekt opgesteld.

Continuing story

Ondertussen komen twee merkwaardige feiten over de hoofdrolspelers aan het licht:

Micha Kat wordt hier en daar aangeduid met de term mr Kat. Dat is onjuist. Kat verzet zich daar niet tegen: "Klopt, ik ben afgestudeerd in de klassieke taal- en letterkunde. Iedereen die mij per se meester wil noemen mag dat."

Ook over NRC treedt een merkwaardig voorval aan het licht, dat zelfs Kat over het hoofd zag: in het NRC-dossier over Pim Fortuyn ontbreekt het gewraakte commentaar van Folkert Jensma van 6 mei 2002.

Jensma beaamt de omissie: "De reden valt niet meer te achterhalen: dossiers bevatten vaker selecties. Maar aangezien dit commentaar omstreden is geweest en het niet-opnemen juist vragen oproept is het er inmiddels fluks aan toegevoegd."

Een aanval van Kat op deze dossierselectie van de krant hoeft de hoofdredacteur van NRC Handelsblad op korte termijn niet te verwachten. De Lux et Libertas Ombudsman is inmiddels met 'zomerreces'.

Maar Kat is niet klaar met z'n ex-opdrachtgever. "In augustus ga ik er weer met volle kracht tegenaan. Het plezier in het schrijven van de stukken is het wat mij betreft al 100 procent waard. Internet is een uitkomst. Ik kan publiceren wat ik wil en iedereen kan het lezen en reageren."

Het einde aan Kats 'oorlog tegen de NRC' is niet in zicht, evenmin als matiging van de stijl en dubieuze methoden. Tot genoegen van de liefhebbers van dit genre, tot plezier van Kat zelf, tot tandenknarsen van menig NRC-redacteur, tot verwondering van lezers. En tot dubbele gevoelens bij eenieder die zich afvraagt wanneer hij aan de beurt is om door een boze buurvrouw, ex-werknemer of -vriend virtueel te worden afgeslacht.

[Tonie van Ringelestijn / Peter Olsthoorn, 12 juni 2003]

 



Headlines


- De zwarte Kat van NRC Handelsblad
- Binnenlandse Zaken vergevorderd met landelijke persoonsdatabase
- Minder openheid over softwarefouten?
- Microsoft veroorzaakt aardverschuiving in anti-virusland
- Faits Divers
- Column van Kees-Jan Kuilwijk
- Kort nieuws