Netkwesties XS4ALL
Menu Home Webgids Zoeken Reageer Nieuwsbrief Forum Columns

GOOGLE DE TWEEDE SUPERMACHT

Google heeft een machtige positie verworven als meest gebruikte zoekmachine. Hoe gaat Google met die positie om? Zelfs al hebben de eigenaren geen machtsgebruik op het oog, dan nog kan Google een bedreiging gaan vormen; tot en met het programmeren van ons collectieve geheugen.

Pas afgelopen maand barstte in de Verenigde Staten de discussie over Google in de algemene pers los, mede als gevolg van het gebruik van het begrip 'second superpower'. In de New York Times schrijft linguïst Geoffrey Nunberg een artikel over hoe je als bedenker van zo'n begrip uit het zicht kunt raken. Of misschien moet ik zeggen: hoe iemand een auteur uit beeld kan laten verdwijnen.

De term 'second superpower' was in een voorpaginacommentaar in de New York Times door journalist Patrick Tyler namelijk gebruikt om aan te geven dat de wereldwijde publieke opinie rond de oorlog in Irak een tegenwicht vormt voor de macht van de VS. De term werd snel overgenomen door anti-oorlogs actievoerders en even later ook door Verenigde Naties-voorman Kofi Anan.

James F. Moore van Harvard gebruikte dezelfde woordcombinatie in een essay. Hij gaf het een iets andere inhoud. Hij sprak van internet als een ''shared collective mind'' en daarmee een supermacht in wording. In zijn weblog verwees Moore naar zijn essay om meer persoonlijke reacties te ontlokken.

Dat lukt uiteraard, maar ook in de pers ging de discussie verder. Andrew Orlowski schreef bij The Register over het essay van Moore. Hij wijst er op dat de term 'second superpower' eerder door Tyler was gebruikt. Bij Google was bij zoeken op 'second superpower' van het oorspronkelijke artikel in de New York Times echter niets meer te vinden. Daarentegen kon je de verwijzingen naar Moore niet missen. Orlowski sprak van 'Googlewashing' en zag het als een bewuste poging van Moore om zich het begrip publiekelijk toe te eigenen en er in het voorbijgaan een andere betekenis aan te geven.

Uiteraard kwamen er weer reacties op Nunberg en daarmee op Orlowski. Daarin wordt de discussie soms ideologisch. Dave Winer wijst er bijvoorbeeld op dat oude artikelen in de Times alleen tegen betaling te raadplegen zijn terwijl het essay van Moore in het openbaar op internet staat. Lees: informatie moet openbaar en gratis zijn en als je dat niet wilt moet je de gevolgen accepteren.

Ik heb deze hele discussie met buitengewone interesse gevolgd, en ik verwijs er zo uitvoerig naar daar die zich niet leent om snel een 'columpje' over te schrijven in een krant. De bronnen in originele vorm zijn in deze onmisbaar.

Er zitten immers heel wat aspecten aan deze discussie. Het hele Googleverhaal gaat onder meer over een probleem dat altijd bestaan heeft: goede ideeën zijn niet zomaar beschermd. Gebruik van een combinatie van woorden in een bepaalde context was altijd al over te nemen zonder bronvermelding. Wordt iets gepubliceerd in een besloten medium en neemt iemand dat zonder verwijzing over in een ander veelgelezen medium dan loop je risico's. Je krijgt niet de credits die je verdient of de briljant gevonden woordcombinatie krijgt alsnog een andere betekenis. Voorlopig is de zichtbaarheid van dit probleem met dit soort discussie alleen maar groter geworden.

Natuurlijk vinden in dit geval veel mensen het vermakelijk dat een gezaghebbend medium als de New York Times het bij Google verliest van een stel bloggers. Daarbij moet je wel aantekenen dat deze bloggers niet de eerste de besten zijn.

Reacties wijzen er op dat Google maar een beperkt instrument is en dat Google veel verwachtingen, zoals het verwijzen naar de bron, niet per definitie hoeft waar te maken. Daar staat tegenover dat een goed begrip van wat Google is en hoe het werkt ook niet voor iedereen is weggelegd. Een grondig stuk over de werking van Google beslaat al 56 pagina's en leest niet makkelijk.

Ook is er al veel geschreven over bloggen, links in blogs en de invloed in de zoekresultaten van Google. Deze discussie is niet verminderd toen Google besloot om Blogger te kopen. De combinatie is te misbruiken. Aan de andere is het niet zo makkelijk als wel eens wordt voorgesteld. Veel links op internet naar dezelfde bron van informatie betekent niet automatisch dat deze bron een betere positie bij Google's resultaten bemachtigt.

Gelukkig is er ook enige 'geruststelling' voor auteurs met goede ideeën. De meeste specialisten over Google-pagerankings concluderen dat je het beste met regelmaat werkelijk zinnige inhoud op je site kunt zetten. Dat levert uiteindelijk een echt hoge, standvastige notering op bij Google.

Naar analogie kun je als auteur het best regelmatig goede dingen publiceren, dan kom je met of zonder Google wel bovendrijven.

[30 mei 2003]