POLITIE WACHT OP DATABASE OM GSM-DIEFSTAL AAN TE PAKKEN
Maandelijks worden in Nederland zo'n 20.000 mobiele telefoons gestolen. Initiatieven van de politie om dit aantal structureel te verminderen stuiten op onwil en stroperigheid. De mobiele providers noch de Haagse overheden werken mee.
Dat het ook ander kan blijkt uit het Britse initiatief Immobilise.com. In overleg met en onder druk van politie en overheid hebben de Engelse mobiele providers de handen ineen geslagen en een database aangelegd met de zogenaamde IMEI-nummers van gestolen telefoons. De lancering van de database gaat gepaard met een anderhalf miljoen pond kostende voorlichtingscampagne.
Het IMEI (International Mobile Equipment Identity)-nummer is een unieke cijfercombinatie (op te vragen door *#06# in te toetsen) die door de producenten in elk toestel opgeslagen wordt. Het is in principe niet te verwijderen.
Als de rechtmatige eigenaar van een gestolen telefoon dat IMEI-nummer doorgeeft aan de politie of de mobiele provider, wordt het opgenomen in het Equipment Identify Register (EIR), een nationale database met nummers van gestolen telefoons. Daarna is het niet langer mogelijk om met het gestolen toestel gebruik te maken een van de Britse telefoonnetwerken. Dat maakt diefstal van een toestel in principe zinloos.
Om gestolen toestellen ook in andere landen onbruikbaar te maken, zouden nationale EIR-databases kunnen worden gekoppeld. De brancheorganisatie van Europese mobiele telecomproviders, de in Dublin gevestigde GSM Association is daar voorstander van. Het heeft zelfs sinds 1996 een Central Equipment Identify Register (CEIR), dat oorspronkelijk was opgericht om te voorkomen dat bellers ongewenst van provider konden veranderen. Voor deelname aan de CEIR was tot voor kort echter niet veel animo bij de mobiele operators. De Britse EIR-database is nu wel direct gekoppeld aan de CEIR.
Nederland
Een vergelijkbaar Nederlands initiatief om door middel van uitsluiting van gestolen toestellen diefstal te voorkomen is er niet, blijkt uit contact met Vodafone en KPN. Beide operators geven daarvoor een verschillende verklaring. 'Het staat nog niet op de agenda' zegt de woordvoerder van KPN. 'Bovendien is het de vraag hoe effectief een dergelijke database is. Uit onderzoek is gebleken dat er wereldwijd duizenden identieke IMEI-nummers bestaan.'
Volgens Vodafone is er in het regelmatige overleg tussen de overheid en mobiele providers, dat plaatsvindt naar aanleiding van het zogenaamde 'Handhavingsarrangement Telecomfraude', wel degelijk over een Nederlandse EIR-database gesproken. 'Het wachten is op wetgeving. Voor een dergelijke database moet de Telecomwet worden aangepast'.
De Nederlandse politie ziet ondertussen met lede ogen ze bij de bestrijding van diefstal van mobiele telefoons begint achter te lopen bij de Britse collega's. Regionaal projectcoördinator roof en overvallen Geert Draaistra van de politie Amsterdam Amstelland klinkt gefrustreerd: 'Toen wij twee jaar geleden begonnen met de actie om de SMS-bombardementen op gestolen mobieltjes uit te voeren, ben ik zelfs naar Engeland geweest om uitleg te geven. Maar nu zijn we ingehaald. Niet alleen door Engeland overigens, ook Spanje heeft al een nationale EIR-database.'
Yunu & Imei
Sinds oktober 2002 voert de Nederlandse wel de bewustwordingscampagne Yunu & Imei, waarbij bezitters van een mobiele telefoon wordt gewezen op mogelijkheden die zij zelf hebben om diefstal en misbruik tot voorkomen, variërend het invoeren van een pincode waardoor de telefoon niet met vreemde SIM-kaarten werkt tot het noteren van het IMEI-nummer. Onderdeel van de campagne is een website waarop bezoekers het IMEI-nummer van een telefoon kunnen invoeren om te controleren of het toestel al dan niet gestolen is.
Geert Draaistra: 'De campagne kende een zeer goede start, gemeten naar bezoek op de site. Maar langzamerhand neemt het aantal pageviews af. We tellen er nu nog zo'n 70.000 per maand. De IMEI-database is in totaal ongeveer 23.000 keer gecontroleerd. Momenteel gebeurt dat nog circa twee keer per dag.'
Hoeveel nummers de database precies bevat, wil Draaistra niet loslaten. 'Het zijn er tienduizenden, maar minder dan 100.000. Overigens werken niet alle politieregio's mee, in minder stedelijke regio's als Friesland speelt het probleem nauwelijks. En dat terwijl ze er wel een inspanning voor moeten leveren'.
Draaistra is een groot voorstander van een Nederlandse IMEI-database. 'Natuurlijk zal er wel eens wat misgaan, bijvoorbeeld dat iemand ten onrechte geen abonnement kan krijgen, maar dat weegt niet op tegen de voordelen. Maar alle betrokken partijen moeten wel willen meewerken. En zowel de providers als Justitie, belast met wetshandhaving, maken niet veel haast. Het kost de providers geld en menskracht en levert te weinig op. En een demissionair kabinet is ook niet goed voor een hoog tempo bij Justitie.'
Wetgeving?
Bij het ministerie van Justitie wordt onderstreept dat diefstal van mobieltjes een probleem is. Arno van Oosterhout, senior beleidsmedewerker bij de Directie Opsporingsbeleid, bevestigt wel dat de ambtenaren nadenken over preventiemaatregelen: 'Er is regelmatig overleg met politie, operators en fabrikanten van mobiele telefoons. Een centrale database is daarbij ook ter sprake gekomen. We zijn nu aan het onderzoeken hoe zo´n database kan worden ingevoerd. Daartoe wordt overlegd met Economische Zaken, dat verantwoordelijk is voor de Telecomwet.'
'Het is overigens de vraag of de wet wel moet worden aangepast. Een convenant met de betrokken partijen zou volstaan. Een termijn? Ergens deze zomer verwacht ik. Waarbij moet worden aangetekend dat, mocht wetgeving toch noodzakelijk zijn, er daarna nog wel enige tijd zal verstrijken voor daadwerkelijke invoering.'
Draaistra: 'Als er een filantroop zou opstaan die 5 miljoen euro zou meenemen, zou het allemaal binnen een maand geregeld kunnen zijn...'
[BK, 20 maart 2003]