Het Openbaar Ministerie, de politie en de veiligheidsdiensten
willen over meer 'data' beschikken om terroristen te kunnen
vangen. In een rapportage maken de betrokken van politie en
justitie precies duidelijk welke wetten moeten worden aangepast
en opgerekt om het opslaan en uitwisselen van informatie over
niet-verdachte burgers mogelijk te maken.
Stel dat er gisteren een gecoördineerde terroristische
aanslag was gepleegd op belangrijk Nederlands doel. Hoeveel
vragen zullen er dan achteraf gesteld worden over de terroristen,
die bijvoorbeeld bleken te wonen in een bij de Sociale Dienst
bekend staand illegalenpakhuis?
En had het Meldpunt Ongewone Financiële transacties
niet dienen te waarschuwen dat de daders inderdaad een ongewoon
financieel patroon hadden? En waarom wist de Aivd niet tijdig
dat ze naar Iran of Saudi-Arabië belden met een satelliettelefoon?
En had de Rabobank of de groothandel via de pintransacties
niet moeten zien dat ze zakken kunstmest en liters dieselolie
inkochten, terwijl het CRI opviel dat ze met hun Hotmail-account
gecodeerde berichten rondstuurden? Er zouden heel veel vragen
worden gesteld over 'geklungel' en gebrek aan samenwerking
tussen allerhande instanties. Als opsporingsdiensten voorkom
je dat liever.
Minister Donner van Justitie schiet ze te hulp. Hij wil
erin voorzien dat de genoemde diensten archieven kunnen aanleggen
over personen. Daarin kunnen allerhande overheidsinstanties
hun informatie in deponeren, een soort van digitale mapjes
waar bonnetjes, transacties, foto's en andere 'zachte informatie'
onbeperkt kan worden bewaard, en waar elke opsporingsambtenaar
vervolgens in kan rondneuzen. Donner beval het Openbaar Ministerie,
de politie en de veiligheidsdiensten rond de tafel te gaan
zitten en met voorstellen te komen die een dergelijk scenario
mogelijk maken. Het rapport van de werkgroep Gegevensuitwisseling
en Terrorismebestrijding dat vervolgens verscheen, laat aan
duidelijkheid niets te wensen over.
Het rapport,eveneens met de titel Gegevensuitwisseling en
Terrorismebestrijding, is een wensenlijstje van met de politie
en de geheime diensten. Zij willen graag de mogelijkheid om
zogenaamde 'themaregisters' op te stellen van burgers die
in principe niet van een misdaad verdacht zijn. Dit register
moet gekoppeld worden met bijvoorbeeld informatie van Meldpunt
Ongewone Financiële Transacties, allerhande registers
en databanken van de politie.
Op die manier zijn de politie en de Aivd gezamenlijk in
staat om per van elke burger een 'onbeperkt houdbare' dossier
op te bouwen. En dan zouden controlerende instanties zoals
College Bescherming Persoonsgegevens en zelfs 'de wetgever'
(lees:het Parlement) zich, als het even kan, niet langer inhoudelijk
met de dossiervorming moeten bemoeien. Ze mogen alleen nog
maar kijken of de procedures juist zijn:
De wet zou dan kunnen volstaan met het beschrijven
van de procedure en de waarborgen die in acht moeten worden
genomen voor de besluitvorming over de inhoudelijke criteria
voor de opslag van gegevens en het gebruik daarvan...Met een
dergelijke regeling gebaseerd op procedurele waarborgen zal
makkelijker kunnen worden ingesprongen op nieuwe ontwikkelingen
die zich in de toekomst kunnen voordoen. De bemoeienis van
de formele wetgever is alsdan niet steeds vereist.'
In het rapport zelf wordt een treffend voorbeeld gegeven
hoe die themaregisters zouden kunnen werken:
Zo is bijvoorbeeld het enkele feit dat iemand
in Nederland vlieglessen volgt op zichzelf onvoldoende om
gegevens over hem op te slaan. Dit gegeven aangevuld met andere
relevante informatie kan echter wel leiden tot de conclusie
dat het doel van een themaregister terrorisme de opslag van
gegevens over die persoon rechtvaardigt.'
De politie wil het themaregister aanvullen met gegevens
uit open bronnen zoals websites en openbare registers.
De Twentse hoogleraar communicatiewetenschap en privacyexpert,
professor Jan van Dijk, is desgevraagd duidelijk over de plannen
van politie en justitie: 'Het is een grove aantasting van
de privacy en het Nederlandse rechtssysteem, [in het rapport]
verwijzen naar de algemene rechten van de mens, is minder
dan een doekje voor het bloeden. Dat zijn namelijk algemene,
haast filosofische waarden'.
'Ik vraag me af of het ooit zal helpen om misdaden op te
lossen. Het probleem van de politie is niet dat ze te weinig
informatie heeft, maar dat ze geen weg weten te vinden in
de veelheid aan informatie. Ze hebben de tijd niet om alles
nauwkeurig te controleren en op te slaan, iets wat erg belangrijk
is bij databestanden. Het zal ze alleen maar meer werk opleveren',
vertelt Van Dijk. Hij twijfelt aan de effectiviteit.
Maar waar komt die constante roep van politie en justitie
om meer bevoegdheden vandaan: 'Het is niet omdat ze er direct
gebruik van willen maken, maar omdat het blijkbaar frustrerend
is dat ze af en toe tegen de wet oplopen. Dus als ze alvast
maar die mogelijkheid krijgen, dan kunnen ze er altijd desgewenst
nog gebruik van maken. Hetzelfde geld voor identificatieplicht,
het gaat erom dat iemand niet even 'fuck off' tegen de politie
kan zeggen, en dat de agent dan niets terug kan doen als hij
om een identificatie vraagt. Het kost veel te veel werk om
daadwerkelijk iedereen om een ID te vragen. In de praktijk
zal het bovendien leiden tot meer discriminatie omdat vooral
donkere mensen eerder aangehouden zullen worden.'
Samenleving
Volgens Van Dijk is het vooral de 'oude elite' die zich
tegen de privacybeperkingen verweert, terwijl de bevolking
niet weet wat haar boven het hoofd hangt. Het probleem is
volgens hem dat de noodzaak van privacy soms moeilijk is uit
te leggen aan burgers en politici: 'Je moet wel haast een
jurist zijn om het allemaal te snappen, je moet dieper over
deze zaken nadenken, dat is niet iedereen gegeven'.
Daarnaast is de roep van de overheid om 'meer veiligheid'
ten koste van privacy moeilijk te ontrafelen. 'Als je het
in zijn algemeenheid bekijkt, dan zijn de meeste bewering
wel juist. Daarnaast gebruikt men termen als 'als je niets
te verbergen hebt, dan heb je niets te vrezen.' Maar zodra
je specifiek naar de cases gaat kijken, blijft er volgens
Van Dijk weinig over: 'Kijk naar die identificatieplicht.
Groepen mensen zullen gediscrimineerd worden, het levert voor
de politie meer werk op, de aandacht gaat uit naar kleinigheden,
terwijl grote zaken onaangeroerd blijven.'
Enig bewijs dat privacybeperkende, en vermeend 'veiligheidsbevorderende'
bevoegdheden enig effect hebben is er niet. In absolute getallen
stijgt
volgens het CBS het aantal misdaden nog steeds.
Volgens de hoogleraar heeft de angst voor misdaad die 'opgeroepen'
wordt onder de bevolking, ook een ideologische kant: je krijgt
er dingen mee gedaan. 'En er is een enorme druk vanuit de
media op het volk, er wordt een beeld geschetst als zou privacy
een luxe zijn'. Massaal invoeren van een identificatieplicht
geeft burgers het idee dat er 'wat gedaan wordt' aan misdaad,
terwijl de uitwerking wel eens tegenovergesteld kan zijn,
zo stelt de professor het.
Tijdgebrek
In het kader van samenwerking tussen verschillende diensten,
is een politieambtenaar verplicht om zijn korpschef op de
hoogte te stellen als hij denkt met terroristische activiteiten
te maken te hebben: volgens de politiewet:
Aldus dient de politie op eigen initiatief gegevens
die zij van belang acht voor de diensten, bijvoorbeeld over
terrorismebestrijding, via de korpschef aan de inlichtingen-
en veiligheidsdiensten te verstrekken.
In de praktijk leidt dit volgens Van Dijk tot een veelheid
aan opslag van gegevens van burgers die op geen enkele manier
op onjuistheid getoetst zal worden: 'Ze hebben helemaal geen
tijd om al die gegevens te gaan controleren, zoiets verdwijnt
in een database of op papier. Zelf al zoeken ze uit of iets
klopt of niet, dan nog zal nooit geregistreerd worden wat
er dan fout is gedaan, het leidt tot een spoor registraties
van volmaakt onschuldige burgers.'
De anonieme opstellers van het rapport, vertegenwoordigers
van het Ministerie van Justitie, Politie, Openbaar Ministerie,
Mivd en de Aidv reppen een aantal maal over de 'zeer ernstige
dreiging voor de rechtsorde' en 'een gevaar voor het voortbestaan
van de democratische rechtsorde' die sommige elementen in
de samenleving vormen. Die constatering blijkt met de dag
aan actualiteit te winnen: 'iemand moest Jousef K. belasterd
hebben...' (Vrij naar Kafka).
[AW, 23 januari 2003]