|
WORLD-INFORMATION.ORG
TE MOEILIJKE EXPOSITIE
Een pakweg 25-jarige man leest hardop de poster voor World-Information.org
bij de metro/tramhalte Jan van Galenstraat in Amsterdam-West.
Het beeld maakt indruk, maar de toonzetting verraadt groot onbegrip.
Afgelopen zondag, 15 november 2002, was de laatste dag van de
tentoonstelling World-Information.
De tentoonstelling begon op 15 november 2002, geopend door Elly
Plooij, die we toen interviewden,
en de Oostenrijkse kunstenaar en producer Konrad
Becker van Institute for New Culture Technologies.
Hij is medebedenker
van de tentoonstelling die eerder in Wenen en Brussel draaide
en nu na de Oude Kerk in Amsterdam genoten kan worden door de
inwoners van Naar
Novi Sad en Belgrado.
Hoeveel mensen
kwamen er naar de Oude Kerk voor de tentoonstelling? Herbert van
Hasselt van Stichting
De Oude Kerk houdt het op 2.900. Hinde ten Berge producer
van World-Information.org, houdt het op 2,800 bezoekers, dus zo'n
90 per dag.
Ontevreden
is ze niet: 'De belangstelling was goed. Mensen raakten onder
de indruk van wat er allemaal al is aan technologie om ze te volgen.
Meer dan eens kwamen bezoekers de volgende dag weer terug om het
nog beter te bestuderen.'
Het is de
vraag of de tentoonstelling haar doel werkelijk heeft bereikt.
'Bewustmaking' was het doel volgens Hinde ten Berge. Zo'n grote
tentoonstelling op zo'n prachtige plek - ook al was die steenkoud
en voor de winter minder geschikt - mag een breder publiek aanspreken
dan ze nu heeft gedaan als het gaat om bewustmaking.
Het meest
gehoorde punt van kritiek was de ontoegankelijkheid. De grote
lappen te lezen tekst vele beeldschermen, met in totaal veel maar
nauwelijks helder geordende informatie leken afkomstig van makers
van boeken en websites, niet van ervaren expositiebouwers.
Ten Berge
erkent dat de expositie niet toegankelijk was: 'Daar ben ik het
wel mee eens. je moet wel interesse hebben in het onderwerp. Als
je die hebt, is er wel veel informatie.'
Cirkelredenering
Maar het
doel was bewustmaking, en waarschijnlijk van mensen die zich niet
zo vaak bekommeren om hun mogelijke privacyschending. Het was
bedoeld om interesse op te wekken voor het onderwerp, maar pas
als je al interesse c.q. kennis van het onderwerp had, was het
enigszins te volgen.
In feite
heeft de expositie haar doelstelling dus niet bereikt. Ten Berge:
'Ik denk dat niet. Je hoeft niet perse tevoren veel kennis van
het onderwerp te hebben. Als je geinteresseerd bent, kun je er
heel veel leren.
Het geformuleerde
doel
van World-Information.org wijst op een tamelijk naar zichzelf
toe gekeerd initiatie: 'World-Information.Org verschaft trans-nationale,
culturele informatie, is een initiatief van samenwerkende kunstenaars,
wetenschappers en technici. Het is een praktijkvoorbeeld van een
technische en contextuele omgeving voor het produceren van cultuur
en een onafhankelijk platform voor kritische media-informatie.'
De opdracht
is wat ruimer geformuleerd. Maar een blik op de Raad
van Onderzoek en een Advies
Orgaan leert dat er ondanks de deelname van kunstenaars het
uitgangspunt bij de selectie niet was om een aansprekende expositie
te bouwen, maar meer om veel kennis te verzamelen met mensen die
al vaak met het onderwerp geheime 'informatievergaring' bezig
zijn. Het staat buiten kijf dat deze personen zeer begaan zijn
met het onderwerp, maar dat impliceert nog niet de opzet van een
interessante tentoonstelling.
Debat
mager bezocht
Netkwesties
zelf was mede-initiator van het Debat
over Misdaadbestrijding en ICT, heiligt het doel de middelen?
van 10 december. Ofschoon de discussie ook buitengewoon actueel
is, - zie enkel maar het vonnis van vermeende terroristen in Rotterdam
- was de belangstelling beperkt. In een ijskoude kerk en op een
iets minder koude zolder van De Waag zetten zo'n twintig personen
zich aan de discussie. Buitengewoon boeiend werd het gesprek niet,
wel onderhoudend.
Deze was
interessant door de verscheidenheid van meningen, alleen al op
de vraag wat mensen willen verbergen - wat is privacy - maar ook
wat betreft het vertrouwen in de overheid: de een wil alles verbergen,
de ander niets. De een vreest de (Amerikaanse) overheid, de ander
veel meer het bedrijfsleven.
Al met al
bleek ook hier hoezeer de discussie over privacy en misdaadbestrijding
nog richting ontbeert, en vooral ook breedte. De vraag is hoe
breed en diep de discussie moet en kan worden. Het ziet er in
elk geval niet naar uit dat de grenzen van opsporing een onderwerp
worden bij de komende verkiezingen. Daar is meer voor nodig dan
een debatje organiseren...
[PeO, 19-12-2002]
|