Netkwesties XS4ALL
Menu HomeWebgidsZoekenReageerNieuwsbriefForumColumns


HET MOOIE IDEAAL VAN EEN PERFECT ENCRYPTIESYSTEEM

De pogingen van de Britse overheid om toegang te krijgen tot de elektronische data van haar onderdanen, riep heftige reacties op. M-o-o-t.org luidde de naam van een bevlogen poging om door middel van een gebruiksvriendelijk encryptiesysteem de omstreden RIP Act te bestrijden. Hoe staat het er mee?

Netkwesties schreef in editie 38 van 30 mei 2002 kort over M-o-o-t (Engels voor twistpunt, discussie). M-o-o-t was, bleek uit de informatie op de website, een ambitieus en op het eerste gezicht ingenieus concept om veilige en niet of nauwelijks te kraken elektronische communicatie te garanderen.

M-o-o-t

Het team achter M-o-o-t was van plan een op Unix-variant BSD gebaseerde opstart-cd maken die op zoveel mogelijk pc's moest werken. De cd zou een eigen besturingssysteem bevatten, dat het onmogelijk maakte om met externe opslagmedia op de pc te communiceren, behalve met het RAM-geheugen. Bestanden zouden niet op de pc kunnen worden opgeslagen. Op de cd zouden verder een e-mailprogramma, tekstverwerker en spreadsheet staan, een compleet, makkelijk te gebruiken officepakket.

De met de programma's gecreëerde bestanden zouden niet op de eigen pc kunnen worden opgeslagen, maar onmiddellijk worden verstuurd naar data havens, informatievrijhavens, die fysiek bestonden uit servers in landen zonder een bemoeizuchtige overheid. De communicatie met de servers zou - natuurlijk - volledig versleuteld plaatsvinden.

Als aan het einde van een sessie de cd tenslotte uit de pc zou worden gehaald, verdwenen alle sporen van de gebruiker.

RIP Act

M-o-o-t was vooral een reactie op de Britse Regulation of Investigatory Powers Act, die op 28 juli 2000 door de Britse Kroon is ondertekend. De RIPA is bedoeld om de toegang van overheidsdiensten tot elektronische communicatie zoals internet (taps bij ISP's) te regelen. M-o-o-t ageerde met name tegen RIPA part III, het deel van de wet dat zich bezighoudt met cryptografie en andere technologiën voor informatiebeveiliging, en waarin wordt geregeld dat onder RIPA personen zonder gerechtelijk bevel verplicht zijn om versleutelde informatie in plain text over te dragen aan de bevoegde instanties. Wie dat weigert, kan tot gevangenisstraf worden veroordeeld. Als versleutelde informatie niet meer veilig is op de eigen pc, dan moet deze elders worden bewaard, was de gedachte achter M-o-o-t.

Het idee voor M-o-o-t sprak aan. De New Scientist schreef er op 28 mei 2002 een artikel over en sprak met initiatiefnemer Peter Fairbrother, wiskundige. Het magazine wist het Britse Home Office, het ministerie van Binnenlandse Zaken tot een scherpe reactie te verleiden: "Een dergelijk apparaat zal in verkeerde handen de mensenrechten van ontelbare potentiële slachtoffers veel meer schaden dan een gereguleerd en gecontroleerd proces als RIPA ooit zal kunnen toestaan." M-o-o-t raakte duidelijk een gevoelige snaar, hoewel de harde reactie ongetwijfeld als afschrikking was bedoeld. Ook de geraadpleegde beveiligingsexpert was onder de indruk van het project.

Op zoek naar meer details stuitten we op een eerder, bijna identiek bericht over M-o-o-t. Ook tegenover ZDnet UK sprak Peter Fairbrother met veel verve over het principe van M-o-o-t. En ook in dat artikel werd een expert aangehaald die verkondigde dat M-o-o-t feitelijk het einde van RIPA zou betekenen. Als de interviewer Fairbrother vervolgens vraagt naar de datum waarop een eerste versie van M-o-o-t beschikbaar zal zijn, antwoordt hij: juli 2001. Ons oog valt op de datum van het artikel. Het is al van 11 december 2000. Bijna anderhalf ouder dan het bericht in de New Scientist. De genoemde deadline was met de publicatie in New Scientist dus al bijna een jaar verstreken. Het wetenschapsblad lette kennelijk niet op.

Een korte speurtocht 'Zoeken op het net' leidt naar een Topica-mailinglistover M-o-o-t waarop nauwelijks nog activiteit valt waar te nemen. Wat is er aan de hand? Is M-o-o-t op onverwachte tegenstand gestoten? Bestaat het project nog wel?

De drijvende kracht

Contact met initiatiefnemer Peter Fairbrother, eind mei 2002, bracht ons verder. Optimistisch meldt Fairbrother dat '...95 procent van het programmeerwerk achter de rug is, maar dat de verschillende onderdelen nog tot een geheel moeten worden gesmeed'. Dat M-o-o-t nog niet helemaal af is, komt vooral omdat hij wacht tot het moment dat Part III van RIPA in het parlement zal worden behandeld. Dat zal waarschijnlijk in september 2002 zijn.

En de geringe activiteit op de mailinglijst? 'Ook dat heeft', schrijft Fairbrother, 'te maken met het uitstel van Part III van de RIPA. Mensen hadden het gevoel dat daardoor de noodzaak om snel met M-o-o-t te komen ontbrak.'

Hoeveel mensen werken er dan aan M-o-o-t? 'Eerst waren het er 14, maar een aantal is inmiddels afgehaakt. De publiciteit zorgt er gelukkig voor dat zich weer nieuwe vrijwilligers aanmelden, maar daarvan is onduidelijk in hoeverre ze ingezet kunnen worden.'

De antwoorden bevredigen niet. Het project is bijna afgerond, maar wie werken er feitelijk aan, als de e-mailuitwisseling tussen de teamleden gestopt is? Is M-o-o-t wel meer dan een bij de pers goed vallend concept van de bevlogen Fairbrother? Tijd voor een second opinion.

Haalbaar?

Informaticus Remco Lubbers van Web-Adept, specialist op het gebied van databases en met een voorliefde voor encryptie en computerarchitectuur, schat dat 10 programmeurs zeker twee jaar full time bezig zijn voordat M-o-o-t op een enkel platform (i86) werkt. De door Fairbrother genoemde 14 vrijwilligers zullen wel even langer bezig zijn. Dat bevestigt Patrick Oonk van beveiligingsbedrijf Pine: ´met een grote club ben je er zeker wel een jaar full time mee bezig.´

Lubbers ziet ook een aantal vrij fundamentele tekortkomingen in het M-o-o-t-concept: 'Indien je opslag van data op een pc wenst te vermijden, zul je alles in het geheugen moeten afhandelen. Juist dit onderdeel is in de meeste computers erg beperkt. De meeste besturingssystemen maken allerlei tijdelijke bestanden aan, die voortdurend worden uitgeswapt.' Lubbers wijst ook op de omvangrijke organisatie die nodig is voor de internationaal verspreide data havens. De conclusie is duidelijk: M-o-o-t zal nu niet van de grond komen.

Even lijkt die inschatting te worden gelogenstraft. In de maanden na het artikel in de New Scientist bruist de M-o-o-t-mailinglist weer van de activiteit. Tientallen geïnteresseerden bieden hulp aan en doen suggesties. Maar al snel neemt het aantal berichten weer af, tot ene THCi op 28 augustus een mailtje stuurt met de tekst 'This dead?'. Drie maanden later is ook de website van het project verdwenen. Alleen via de Google-cache is een deel nog terug te vinden.

Mail aan Peter Fairbrother komt in eerste instantie niet aan. Pas nadat hij op een ander, nieuw, e-mailadres wordt benaderd volgt antwoord. Fairbrother blijft onverbeterlijk optimistisch. Op de vraag of het project gestopt is, antwoordt hij deze week: 'Not at all, it's coming on fine. The site is down because the hosting ran out, and I've been too lazy to put it back up....'

[BK - 19 december 2002]



Headlines

- PGP 8: Cryptografisch knutselen voor iedereen

- Het mooie ideaal van een perfect encryptiesysteem

- World-Information te moeiljke expositie

- Kom niet om privacy bij de dokter

- Sjoera Nas en de gentlemen van KPN

- Faits divers: Nieuwegein bouwt aan amateurpolitie

- Forum:is technologie neutraal?

- Wetenschappers besturen internetblokkagetechnieken van China