STEVEN SPIELBERG’S 2054
Onlangs werd ik uitgenodigd om naar de film te gaan. Daar zeg ik natuurlijk geen nee tegen, zeker niet als het blijkt te gaan om de nieuwe film met Tom Cruise. Niet omdat ik nou zo’n fan van hem ben (dat laat ik graag aan de dames over), maar omdat de film Minority Report op een groot aantal punten laat zien hoe de wereld er over 50 jaar uit zou zien als we niet (blijven) nadenken over de waarden van onze samenleving en de bescherming van onze privacy.
Voor wie de film niet gezien heeft, zal ik het plot niet verklappen want dan is de spanning eraf. Maar ik wil u wel graag even meenemen naar enkele details die kundig in de film zitten verstopt:
Gedurende de film blijkt dat zowel de overheid als het bedrijfsleven de beschikking heeft over een database met irisscans. De iris in het oog, die voor ieder mens uniek is, wordt in de film door iedereen gebruikt als identificatiemiddel. Aan het pleidooi van het College Bescherming Persoonsgegevens in Nederland in haar rapport At face value (1999) om zowel de identificerende gegevens als het identificatiemiddel te decentraliseren, bijvoorbeeld door het gebruik van een smartcard met daarop de gegevens van de iris dat door de persoon bij zich wordt gedragen, heeft Spielberg geen boodschap.
Zijn – in de film impliciet aanwezige – centrale database maakt het mogelijk dat mensen zich zonder pasje toegang kunnen verschaffen tot gebouwen en ruimtes. Om de boel niet te vertragen kan identificatie al lopend plaats vinden zodat de deur opengaat op het moment dat men deze heeft bereikt.
In 2054 heeft de politie ook een nieuwe methode om mensen op te sporen. Ook hier speelt de iris een belangrijke rol. Met infrarood-sensoren stelt de politie bij het zoeken naar een verdachte in een gebouw eerst vast hoeveel mensen zich precies op welke plaatsen in het gebouw bevinden. Zij stuurt vervolgens een paar metalen spinnen het gebouw in die het hele gebouw doorzoeken naar mensen, bij hen op hun gezicht kruipen en door middel van een irisscan hun identiteit vaststellen. Reuze handig want nu hoeft de politie alleen nog maar bij de juiste persoon de deur in te trappen.
Spielberg heeft niet alleen een visie op de toekomst van de beveiliging en de opsporingsmethoden (Maarten van Traa zou zich omdraaien in zijn graf), ook marketingtechnieken zullen als we hem mogen geloven drastisch veranderen.
Op het moment dat Tom Cruise een warenhuis binnenstapt, wordt hij door de juffrouw in de reclame – die zich op bewegend behang aan de muur bevindt – na identificatie via de irisscan persoonlijk begroet en wordt er en passant door haar geïnformeerd naar de mate van zijn tevredenheid over zijn vorige aankoop. Een paar stappen verder doet een andere reclame hetzelfde. De hoogste vorm van location-based marketing dus.
De fantasie-wereld van Steven Spielberg zit vol met concepten die we in onze echte wereld ook kennen. Veel mensen, tot de burgemeester van Kampen aan toe, vinden het een goed idee om van alle Nederlanders een DNA-profiel in een landelijke databank vast te leggen. "Ten behoeve van de opsporing van criminelen", heet het dan. En of we dan natuurlijk wel even gewillig willen meewerken aan het bewijs van onze onschuld door wat wangslijm af te staan als de politie dat nodig vindt.
Ook location-based marketing via SMS op je mobiele telefoon begint langzaam vorm te krijgen in de plannen van de marketeers. Gelukkig beperkt de realiteit zich vooralsnog tot het SMS-je dat je krijgt van de plaatselijke telecom-provider als je een grens overgaat. Sommige providers vinden het nodig om bij de huishoudelijke mededelingen gelijk een commerciële boodschap te stoppen. Alsof ik geïnteresseerd zou zijn in een GSM-abonnement in Luxemburg!
En alles in het Nederlands natuurlijk. Maar is GSM-technologie met een straal van 10 kilometer nog relatief breed, als onze zaktelefoons of PDA’s straks met Bluetooth-achtige technologie met een straal van 10 meter zijn uitgerust, komt location-based marketing echt dichterbij. Loop je dan om 18.00 uur langs de pizzeria of de supermarkt, dan wordt je er door je PDA annex telefoon aan herinnerd dat je honger hebt of dat de luiers in de aanbieding zijn. Het apparaat maakt zijn naam dan dubbel en dwars waar.
Nog steeds horen we mensen beweren dat je in het openbaar geen recht op privacy hebt. Deze stelling wordt hoe langer hoe onhoudbaarder omdat de publieke ruimte door de voortschrijdende technologie steeds gepersonaliseerder wordt (nu door camera’s en de GSM, straks door iets anders) en mensen steeds moeilijker kunnen opgaan in de veilige schoot van de anonieme massa.
Peter Blok zei bij de verdediging van zijn proefschrift Het recht op privacy onlangs, dat het recht op privacy "aan inflatie onderhevig is". Hij vindt het belachelijk dat ongewenste e-mail via het grondrecht op privacy op één lijn wordt gesteld met grove schendingen van mensenrechten. En hoewel hij, zoals hij het zelf stelt, daarin op zich wel gelijk heeft, kleven er aan het concept van gepersonaliseerde marketing wel degelijk privacy-aspecten.
Ongewenste en op naam gestelde e-mail in je elektronische brievenbus is slechts het – onschuldige en hooguit irritante – begin. De permanente surveillance door de omgeving waarin Tom Cruise zich in de film beweegt, is het andere uiterste. Daartussen ligt een scala van bekende en nog onbekende mogelijke uitwerkingen van hetzelfde concept: "Ik weet wíe jij bent en wáár jij bent. En daardoor bepaal ik voor een belangrijk deel hoe jij in de wereld staat."
Dat heeft naar mijn mening wel degelijk met privacy te maken. En anders is
zo’n maatschappelijke ordening op zijn minst hoogst irritant. Maatschappelijke
zorgvuldigheid is ook nog steeds een van de waarden van onze samenleving die we
hoog achten.
Jeroen Terstegge
[21 november 2002]