ONDERZOEK JUSTITIE NAAR OPSLAG VERKEERSGEGEVENS
Het ministerie van Justitie ontkent dat er binnen de Europese Unie plannen bestaan om internetproviders al het internetverkeer van klanten te laten opslaan. Nederland is ook tegen een bindende Europese bewaarplicht, voorlopig althans. Immers, het departement onderzoekt nog of een bewaarplicht nut kan hebben.
Demissionair minister van Justitie Piet Hein Donner beantwoordde deze week met de vragen over zijn begroting voor 2003 ook kamervragen over de bewaarplicht.
Van een plan is geen sprake, zegt Justitie. "Wel heeft het Deense voorzitterschap een vragenlijst over de opslag van verkeersgegevens verspreid onder de lidstaten", aldus Donner. De vragenlijst heeft geen enkele wettelijke status.
Op de vraag "Steunt zij [de Nederlandse regering; red.] het idee van een instrument op EU-niveau voor het bewaren van internet-verkeersgegevens voor opsporingsdoeleinden?" antwoordt Donner dat Nederland "niet op voorhand" vindt dat er bindende, Europese regelgeving moet komen voor het opslaan van gegevens over internetverkeer. Eerst moet onderzocht worden, aldus Donner, in hoeverre opsporingsdiensten verkeersgegevens en andere internetsporen nodig hebben.
Er wordt momenteel in het kader van het nationale Actieplan Terrorismebestrijding een dergelijk onderzoek gedaan. Het onderzoek wordt uitgevoerd door Stratix, een consultancybedrijf op Schiphol.
Onderzocht wordt volgens het ministerie van Justitie welke "categorieën gegevens die telecomaanbieders bewaren en de belemmeringen die de opsporings- en I&V diensten ondervinden door de afwezigheid van bewaarplichten voor historische verkeersgegevens."
Uit de vragenlijst van Stratix die naar internetproviders en telecombedrijven is gestuurd blijkt dat het om een diepgaand onderzoek gaat. Stratix wil, in opdracht van het ministerie van Justitie, precies weten welke systemen en technieken de bedrijven gebruiken, welke gegevens ze nu al gemakkelijk vast kunnen vastleggen en bij wat voor soort gegevens ze moeilijkheden ondervinden bij de verzameling.
Op basis van de resultaten van dat onderzoek, die voor het eind van het jaar worden verwacht, zal volgens Donner worden bekeken "...of aanbieders van openbare telecommunicatienetwerken en openbare telecommunicatiediensten verplicht moeten worden tot het (langdurig) bewaren van verkeersgegevens." Pas nadat er in Nederland een besluit is genomen over deze kwestie, zal de regering een internationaal standpunt innemen, zei Donner.
Dat standpunt zal waarschijnlijk in overeenstemming zijn met de wensen van de andere Europese lidstaten. Uit de uitgelekte antwoorden op de vragenlijst over het bewaren van verkeersgegevens en de inhoud van internetcommunicatie blijkt dat bijna alle landen voor een uitgebreide bewaarplicht zijn.
Al stappen gezet
Nederland heeft blijkens de antwoorden ook al eerder een voorstel gedaan om meer gegevens te bewaren en verwerken dan nu volgens de Europese Privacyrichtlijn is toegestaan. Het zal bovendien voor Nederland moeilijk zijn om een afwijkend standpunt in te nemen omdat de huidige regering zich momenteel al fel verzet tegen de uitbreiding van de Europese Unie.
De regering is niet van plan om het beginsel van rechterlijke toestemming voor internettaps los te laten, zei Donner in antwoord op een andere vraag. Voor internettaps waarbij de inhoud van communicatie wordt onderschept zal ook in de toekomst toestemming van de rechter-commissaris nodig zijn.
Donner gaf ook antwoord op een vraag over de wenselijkheid van softwarespionageprogramma's als eBlaster en Big Brother is watching you. Het ministerie van Justitie wil geen aparte wetgeving om internettoezicht met behulp van dergelijke software door werkgevers te reguleren.
Het is volgens Donner niet nodig om de controle van het monitoren door werkgevers wettelijk aan banden te leggen zoals dat wel is gebeurd voor heimelijk cameratoezicht. Het verschil tussen heimelijk cameratoezicht en heimelijk internettoezicht is volgens de demissionaire minister dat "camera's namelijk niet alleen gebruikt [worden] in de werksituatie maar in alle denkbare situaties. De bescherming van de leefruimte van alle burgers is hierbij in het geding. Gelet op de omvang van het cameragebruik, op alle denkbare plaatsen, mede vanwege de bijdrage die cameratoezicht kan leveren aan de veiligheid in de samenleving, wordt het gebruik van verborgen camera's zodanig onwenselijk geacht dat dit strafbaar wordt gesteld."
Voor het gebruik van internetcontrolesoftware is de huidige wetgeving voldoende, zegt Donner. Bedrijven moeten zich als een "goed werkgever" gedragen en werknemers moeten zich houden aan de richtlijnen die binnen ondernemingen gelden voor het gebruik van computers en netwerkverbindingen.
Een garantie voor de toekomst geven dit antwoord en de andere uitspraken van Donner niet. De huidige regering heeft haar ontslag aangeboden en de regering die na de nieuwe verkiezingen in januari 2003 wordt samengesteld is niet verplicht zich aan besluiten en uitspraken van het huidige (demissionaire) kabinet te houden.
[MJK, 24-10-2002]