Zondagavond 6 oktober is Prins Claus overleden. Een droevig verlies voor onze koninklijke familie en voor veel Nederlanders die hem een warm hart toedroegen.
De afgelopen maanden werden wij door de pers op de hoogte gehouden van zijn ziekte. Twee uur na zijn overlijden meldde het Journaal dat de Prins was overleden aan de gevolgen van de ziekte van Parkinson en een longontsteking.
De volgende ochtend somde de krant de waslijst op waaraan de Prins de afgelopen twintig jaar was behandeld. De verslaggeefster van het Journaal meldde maandagochtend bijna verbaasd dat de woordvoerder van het AMC waar de Prins was overleden, geen commentaar wilde geven en de horden journalisten voor het ziekenhuis doorverwees naar de Rijksvoorlichtingsdienst voor het vernemen van de medische gegevens. Wel wilde de AMC-voorlichter de doodsoorzaak bevestigen.
Prins Claus stond bekend om veel dingen, maar dat hij ook een voorvechter was voor de bescherming van de privacy weten slechts weinigen. Tot aan zijn dood heeft de Prins getracht zichzelf en zijn gezin te beschermen tegen al te opdringerige (roddel)journalisten.
In 1985 spande Prins Claus een rechtszaak aan tegen het weekblad Priv‚ omdat het blad een verhaal had gepubliceerd over een wilde nacht die de Kroonprins zou hebben gehad met een blondine. In 1995 sleepte hij het weekblad Story voor de rechter wegens een verhaal over het overlijden van zijn vader en de invloed die dit zou hebben gehad op zijn ziekte. En vlak voor zijn dood - op 7 oktober van dit jaar - won de Prins een rechtszaak wederom tegen Priv‚ die had bericht dat de Prins naar Duitsland zou zijn 'gevlucht' en zou zijn opgenomen in een kliniek voor terminale pati‰nten.
Het is dan ook enigszins verwonderlijk dat het Nederlandse volk twee uur na zijn dood reeds te horen kreeg waaraan de Prins precies was gestorven en vervolgens een opsomming kreeg voorgeschoteld van al zijn kwalen van de afgelopen twintig jaar.
Ik heb mij de afgelopen tijd herhaaldelijk afgevraagd of de berichtgeving over de gezondheidstoestand van Prins Claus (en ook over die van andere 'BN-ers' die recentelijk zijn overleden) wel in overeenstemming was met de privacywetgeving in ons land.
Uitgangspunt is dat de rechten en plichten die voortvloeien uit de wetten in Nederland ook gelden voor de leden van het Koninklijk Huis. De bescherming van de Wet Bescherming Persoonsgegevens (WBP) en die van de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO, afdeling 5, Boek 7 Burgerlijk Wetboek) gelden en golden dus ook voor Prins Claus.
De artsen van de Prins zijn gebonden aan het medisch beroepsgeheim dat zowel in hun beroepscode is opgenomen als in art. 7:457, lid 1 BW is gecodificeerd. Zonder toestemming van de pati‰nt mogen artsen geen medische informatie aan derden verstrekken, aldus artikel 7:457 BW. Dat de pati‰nt een bekende Nederlander is of een lid van het Koninklijk Huis doet daar niets aan af.
De artsen mogen dus zelfs geen details over de gezondheidstoestand van de Prins verstrekken aan de Rijksvoorlichtingsdienst zonder diens uitdrukkelijke toestemming. Ook het Koninklijk Besluit van 12 december 1965, (Staatsblad 1965, nr. 554) waarin de taak van de Rijksvoorlichtingsdienst is geregeld, geeft geen aanknopingspunt voor de doorbreking van dit beroepsgeheim.
Ook is er in deze regeling geen sprake van een categorische toestemming door de leden van het Koninklijk Huis aan de Rijksvoorlichtingsdienst om te berichten over hun priv‚-leven.
We moeten er dus van uitgaan dat de Prins de afgelopen periode zelf steeds toestemming heeft gegeven voor de bekendmaking van zijn medische gegevens ten behoeve van berichtgeving in de pers. Deze bevoegdheid is na zijn dood toegevallen aan zijn echtgenote, Koningin Beatrix.
Het komt mij echter vreemd voor dat Prins Claus die blijkens zijn optreden in het verleden herhaaldelijk heeft aangetoond zeer gesteld te zijn op zijn privacy en dat van zijn gezin, zijn artsen toestemming zou hebben gegeven om gedetailleerde medische informatie aan de Rijksvoorlichtingsdienst en aan de pers te verstrekken.
In tijden van nationale droefenis lijkt het bovenstaande wellicht formeel geneuzel. Maar laten we bedenken dat bij het overlijden van ieder ander de openbaarmaking van medische gegevens deze test zal moeten kunnen doorstaan. Juist Prins Claus, die er herhaaldelijk op heeft gehamerd dat ook publieke personen en dus ook de leden van het Koninklijk Huis recht hebben op bescherming van hun privacy, verdient het dat dit recht ook na zijn overlijden wordt gerespecteerd.
Het NRC Handelsblad bracht op 4 december 1999 in haar Zaterdags Bijvoegsel een diepgaand stuk over de verhouding tussen de pers en het Koninklijk Huis. In dat stuk zegt Jan Sampiemon, commentator bij NRC Handelsblad, dat het eeuwig balanceren is tussen de privacy van de leden van het Koninklijk Huis en het staatsrecht.
Ik zou dit in dit geval zo willen vertalen: het overlijden van Prins Claus raakt het staatsrecht en is als feit dus een publieke aangelegenheid. De oorzaak van zijn overlijden is echter persoonlijk en behoort dus zonder zijn toestemming (of die van Koningin Beatrix) niet zonder meer aan het grote publiek bekend te worden gemaakt.
Bij deze betuig ik mijn oprechte deelneming aan de Koningin Beatrix, haar zonen en de overige familie van Prins Claus.
Jeroen Terstegge
[10 oktober 2002]