En dat dan tijdens het rijden. Op die manier is het in tenminste voor de passerende politieman duidelijk dat je geen telefoon in de hand hebt. Want dat mag niet meer, sinds 30 maart, rijden tijdens het bellen, of andersom. Bellen mag wel, maar niet aankomen met de handjes. Of mag dat wel?
Je mag de telefoon niet vast houden, in ieder geval mag er niet handmatig getelefoneerd worden. Er is een wijziging in het reglement Verkeersregels en Verkeerstekens aangebracht met de volgende tekst:
'Het is degene die een motorvoertuig, bromfiets of invalidenvoertuig bestuurt verboden tijdens het rijden een mobiele telefoon vast te houden.'
Zo is de zaak dus geregeld. In een eerder voorstel (dat het niet heeft gehaald) stond: 'een telefoon of een daar op lijkend voorwerp'. Het is natuurlijk moeilijk voor een agent om aan te tonen dat een telefoon ook daadwerkelijk een telefoon is. Het kan namelijk zijn dat betreffende verdachte persoon zich aan het scheren is (meestal een man), een banaan aan het eten is, of zijn pistool aan het schoonmaken is. Dat mag allemaal wel. Ook koptelefoons en oortelefoons zijn toegestaan. Daarnaast mag gewoon doorgegaan worden met kaartlezen, krant lezen, ontbijt nuttigen, opmaken (voornamelijk vrouwen) zenders zoeken, cd's laden, kinderen slaan op de achterbank (voornamelijk overspannen ouders) en natuurlijk geanimeerde gesprekken voeren met medepassagiers. Ook het openen van het raam, al dan niet elektrisch, om mede automobilisten uit te schelden of vriendelijk te groeten zal geen problemen opleveren.
Naar de effecten van bovengenoemde activiteiten op de veiligheid van het wegverkeer is geen nader onderzoek gedaan. Overigens ook niet echt naar het effect van mobiel bellen. De Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV) schat dat per jaar in het verkeer enkele tientallen doden en bijna driehonderd gewonden vallen door het gebruik van de mobiele telefoon. Overigens niet alleen door het missen van een hand aan het stuur, maar ook door het afleiden van de aandacht voor de verkeerssituatie. Dat laatste geldt natuurlijk evenzeer voor eerdere genoemde activiteiten. Al met al niet zo'n hele sterke basis om nu juist deze activiteit uit zonderen en te verbieden. Te meer omdat verkeersgevaarlijk gedrag sowieso al aangepakt kan worden via artikel 5 van de Wegenverkeerswet:
Art. 5.:
'Het is een ieder verboden zich zodanig te gedragen dat gevaar op de weg wordt veroorzaakt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt gehinderd of kan worden gehinderd.'
Maar de politiek vroeg om een daad, in eerste instantie via een initiatiefwetsvoorstel van de kamerleden Valk en Eurlings en de minister volgde met de wijziging van het RVV. Natuurlijk is het echt wel zo dat bellen tijdens het rijden gevaarlijk is, het verbod zal ook zeker wel een positief effect hebben op de algemene verkeersveiligheid, maar er zijn meer zaken die dit effect kunnen hebben.
Daarnaast wordt de mobiele telefoon ook vaak gebruikt om levens te redden., ongelukken en verkeersonveilige situaties door te geven etc. Ik ben dan ook niet voor handhaving van het verbod in alle omstandigheden. Stel dat uw invalidenvoertuig onbestuurbaar wordt en u wilt hulp, dan mag u niet handmatig bellen (als u dat al kunt).
Ik ben dan ook benieuwd naar de eerste veroordelingen wegens het "handheld "bellen (tip: knel uw telefoon tussen wang en schouder of gebruik een elastieken band) en of er ruimte zal zijn voor rechtvaardigingsgronden en schulduitsluiting in geval van bellen in hoge nood. De bepaling zal met het zicht op de ontwikkelingen van de interactieve derde generatieapparatuur wel snel moeten worden aangepast. In de nabije toekomst zal naar alle waarschijnlijkheid andersoortige apparatuur worden gehanteerd, die misschien weer hele andere handelingen van ons zal vragen. De specificiteit van deze bepaling geeft daartoe weinig ruimte.
Rob van den Hoven van Genderen
[4 april 2002]