'WIV STRIJDIG MET EUROPESE MENSENRECHTEN'
De hernieuwde Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv), die vorige maand door de Eerste Kamer is goedgekeurd, voldoet niet aan het Europese Verdrag voor de bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM). Dat schrijft jurist Anton Ekker in het tijdschrift Computerrecht.
Dit jaar zal eindelijk de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv) van kracht worden. Vorige zomer ging het wetsvoorstel door de Tweede Kamer, begin februari heeft de Eerste Kamer zijn zegen gegeven.
Hoewel de nieuwe versie op de meeste punten meer duidelijkheid biedt dan de oude versie, is ook die niet onomstreden. De nieuwe versie voldoet niet aan elementaire mensenrechten, zo schrijft Anton Ekker, projectonderzoeker van het Instituut voor Informatierecht (Ivir) van de Universiteit van Amsterdam, in het tijdschrift Computerrecht. Vooral artikel 25, die de bevoegdheden van de inlichtingendiensten beschrijft, is te vaag.
Oude Wiv
Het spanningsveld met de mensenrechten is niet nieuw. De eerste versie van de Wiv dateert van 1988. De Afdeling Bestuursrechtspraak vond de taakomschrijving van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten toen al in strijd met artikel 8 van het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).
Een sleutelbegrip in dit artikel is the right to respect for his correspondence. Het Europese Hof acht deze formulering van toepassing op alle vormen van informatieoverdracht, waaronder behalve briefwisseling ook telefoonverkeer en andere vormen van telecommunicatie.
Inbreuken op artikel 8 zijn slechts geoorloofd als ze een materieelrechtelijke basis hebben in het nationale recht en voldoen aan de 'eisen van voorzienbaarheid en kenbaarheid'. Hieruit vloeit voort dat de taken van de inlichtingendienst nauwkeurig moeten worden vastgesteld.
Maar de oude Wiv zou onvoldoende duidelijk maken ten aanzien van wie, onder welke omstandigheden en met welke middelen de diensten informatie mochten vergaren.
Nieuwe Wiv
Om die reden moest de nieuwe Wiv de bevoegdheden van de diensten duidelijker vastleggen. Tegelijkertijd hebben ded iesnten met de Wiv, conform de tijdgeest, nieuwe bevoegdheden gekregen, zoals voor het openen van brieven en het onderscheppen van telecommunicatie.
In de nieuwe wet krijgt de BVD een nieuwe naam: Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD). Deze krijgt een militaire tegenhanger in de vorm van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD).
Beide diensten krijgen dankzij de Wiv vergaande aftapbevoegdheden. Ze krijgen onbeperkte en ongecontroleerde toegang tot abonnee- en verkeersgegevens van alle telecomaanbieders. Vroeger had de BVD voor taps nog de handtekeningen van vier verschillende ministers nodig, nu volstaat de toestemming van Binnenlandse Zaken.
Zelfs degene die een bericht of bestand heeft versleuteld, is verplicht om op verzoek van de inlichtingendiensten de versleuteling ongedaan te maken. Vooral deze bepaling leidde tot juridische protesten.
Artikel 25
De nieuwe Wiv kan nog steeds niet de toets van artikel 8 EVRM doorstaan, zo meent Ekker. Het wetsvoorstel zou bovendien uitgaan van een eigenaardige interpretatie van het communicatiegeheim.
Met name de artikelen 25 en 26 van de Wiv zijn ruim geformuleerd. Enkele passages daaruit:
De diensten zijn bevoegd tot het met een technisch hulpmiddel gericht aftappen, ontvangen, opnemen en afluisteren van elke vorm van gesprek, telecommunicatie of gegevensoverdracht door middel van een geautomatiseerd werk, ongeacht waar een en ander plaatsvindt. Tot de bevoegdheid, bedoeld in de eerste volzin, behoort tevens de bevoegdheid om versleuteling van de gesprekken, telecommunicatie of gegevensoverdracht ongedaan te maken.
De diensten zijn bevoegd tot het met een technisch hulpmiddel ontvangen en opnemen van niet-kabelgebonden telecommunicatie die zijn oorsprong of bestemming in andere landen heeft aan de hand van een technisch kenmerk ter verkenning van de communicatie. De diensten zijn bevoegd om van daarbij ontvangen gegevens kennis te nemen. Tot de bevoegdheid, bedoeld in de eerste volzin, behoort tevens de bevoegdheid om versleuteling van de telecommunicatie ongedaan te maken.
De diensten zijn bevoegd tot het met een technisch hulpmiddel ongericht ontvangen en opnemen van niet-kabelgebonden telecommunicatie. Tot de bevoegdheid, bedoeld in de eerste volzin, behoort tevens de bevoegdheid om versleuteling van de telecommunicatie ongedaan te maken.
'Juist over artikel 25 is in de Tweede Kamer relatief weinig discussie gevoerd', aldus Ekker in zijn artikel. De bevoegdheden, zoals omschreven in dit artikel, zijn te ruim en ongrijpbaar. Bovendien zijn ze nog steeds in strijd met het communicatiegeheim van de EVRM, omdat de inlichtingendiensten zonder duidelijke aanleiding gesprekken kunnen aftappen.
Ekker: 'De regering lijkt het communicatiegeheim te hebben uitgelegd op de manier die haar het beste uitkomt. Met name lijkt men te uitgebreide verplichtingen tot het vragen van toestemming aan de Minister te hebben willen voorkomen.'
Actieplan
Ekker gaat in zijn artikel ook in op het Actieplan Terrorismebestrijding en Veiligheid, dat de overheid afgelopen najaar heeft opgesteld. Het actieplan behelst maatregelen om terrorisme te voorkomen, op te sporen en te vervolgen. Een deel ervan betreffen telecommunicatie: uitbreiding van satellietinterceptiecapaciteit, snelle invoer van het Nationaal Actieplan Digitaal Rechercheren en modernisering van tapkamers bij de politie.
De concrete gevolgen van al deze maatregelen zijn niet helder, zo meent de jurist: 'Enerzijds zijn de maatregelen vaag omschreven, anderzijds gaat het om het doen van onderzoek waarvan de uitkomst nog niet vaststaat.'
Het actieplan stelt een bewaarplicht voor internationale verkeersgegevens voor. Volgens de regering vallen die niet onder de bescherming van Artikel 13 uit de Grondwet. Wat de juridische status dan wel is, blijft onduidelijk.
Link
Het onderscheppen van telecommunicatie door de inlichtingen- en veiligheidsdiensten:
www.ivir.nl/publicaties/ekker/onderscheppen-van-telecommunicatie.html
[WZ, 21 maart 2002]