KRITIEK OP EUROPESE ANTI-TERREURWETTEN
Binnen een half jaar na 11 september hebben de grootste Europese landen hun opsporingsbevoegdheden vergroot. Met name Frankrijk heeft alle privacyremmen losgegooid in de jacht op echte en vermeende terroristen, die ook via internet plaatsvindt.
Zijn naam: Jean-Louis Bruguiere.
Zijn leeftijd: 58 jaar.
Zijn beroep: rechter.
Zijn roeping: het opsporen van terroristen.
Zijn reputatie: de held van justitie, de schrik van mensenrechtenactivisten.
De Franse rechter Jean-Louis Bruguiere is niet zomaar een rechter. Hij heeft bevoegdheden om verdachten te achtervolgen, hun huizen te doorzoeken, hun telefoons af te tappen en ze te arresteren. Hij reist stad en land af, desnoods naar de Sahara, om onderzoek te doen.
Collegaspeurders dragen Bruguiere op handen. Hij is vooral befaamd om zijn vangst van de Venezuelaanse moordenaar Carlos, die onder meer verantwoordelijk was voor de moord op de Israelische sporters tijdens de Olympische Spelen van 1972. Ook zou hij plannen voor een gewelddadige aanval op de wereldkampioenschappen voetbal, waarvan Frankrijk in 1998 gastland was, hebben verijdeld.
Dankzij Bruguiere wist de Franse inlichtingendienst in 1994 de beruchte terrorist Carlos uit Khartoum, de hoofdstad van Soedan, te kidnappen, nota bene met medeweten van de autoriteiten aldaar. De Franse rechtbank keurde deze gang van zaken goed.
Mensenrechten
Bruguiere heeft ook critici. Die noemen hem smalend 'de cowboy', omdat hij in de jaren 80 enige tijd zelfs met een pistool had rondgelopen. Hoewel hij dat al lang niet meer doet, is hij zijn bijnaam nooit meer kwijtgeraakt. Eens een cowboy, altijd een cowboy.
Ernstiger is kritiek van o.a. Amnesty International dat Bruguiere met zijn voortvarende methoden elementaire mensenrechten met voeten treedt. Volgens de Franse wet mogen personen die verdacht worden van terrorisme, vier dagen worden vastgehouden en ondervraagd, zonder dat ze een beroep kunnen doen op een advocaat.
Volgens mensenrechtenactivisten maakt Bruguiere daar volop gebruik van. Hij zou grote groepen mensen arresteren in de hoop dat daar 20 of 30 interessante verdachten bij zitten. Dat talloze onschuldigen dagenlang in de cel zitten, neemt hij maar voor lief.
Ook de verdere behandeling van verdachten is enigszins obscuur. Bruguiere ondervraagt arrestanten achter gesloten schermen en de verslaglegging daarvan is geheim. Zodra het verhoor uitmondt in een rechtszaak, dan neemt een andere rechter het over.
Anti-terrorismewet
Bruguiere mag dan op zich een uniek persoon zijn in Frankrijk, wel is hij vertegenwoordiger van de algemene Franse tendens om terrorisme keihard aan te pakken. Zo spoorde de inlichtingendienst enkele jaren geleden de leider op van een Algerijnse terroristische groepering, die verantwoordelijk was voor diverse bomaanslagen in Frankrijk.
De vangst was te danken aan een routinematige tap van willekeurige telefoongesprekken. Dat de Franse wet dergelijke taps niet toestaat, vond niemand een probleem. De arrestatie had immers het leven van vele Franse burgers gered.
Na deze incidenten is het niet verwonderlijk dat Frankrijk, van alle Europese landen die na 11 september 2001 hun opsporingsbevoegdheden verruimden, de zaken het snelst en het grondigst aanpakte.
Die snelle aanpak was voor een deel een kwestie van opportunisme. Er lag al een voorstel voor de nieuwe wet Loi sur la Sécurité Quotidienne (wet over de dagelijkse veiligheid). Na 11 september werden daar ijlings nog dertien extra paragrafen aan toegevoegd. Volgens tegenstanders was de manier waarop dat gebeurde ongrondwettelijk, maar de regering trok zich er niets van aan.
De nieuwe onderdelen betroffen vrijwel onbeperkte toegang tot telefoon- en internetverkeer, het bewaren van IP- en GSM-logfiles voor één jaar en het verplicht inleveren van sleutels van gecodeerde bestanden. DNA-databanken met gegevens van misdadigers worden uitgebreid.
Verder krijgt de politie de bevoegdheid om auto's te inspecteren zonder huiszoekingsbevel. In 1995 had de overheid al eerder geprobeerd dit wettelijk geregeld te zien, maar toen werd dit nog gezien als een inbreuk op de persoonlijke vrijheid en ongrondwettelijk verklaard.
Afgelopen najaar waren tegenstanders minder succesvol. Ondanks felle protesten werd de nieuwe wet op 31 oktober aangenomen, nog geen twee maanden na de aanslagen in New York. Een schrale troost is dat de extra paragrafen maar tot 31 december 2003 geldig zijn.
Europa
Groot-Brittannië had al vóór 11 september wettelijke maatregelen genomen tegen terrorisme. In 2000 werd de Terrorism Act 2000 van kracht. De wet was vooral bedoeld om politieke groeperingen te bestrijden die Groot-Brittannië gebruiken als basis voor terrorisme.
De Terrorism Act 2000 was zo controversieel, dat zelfs Amnesty International geschrokken reageerde. De wet bevat zulke ruime formuleringen dat ook hacken als een vorm van terrorisme kan worden gezien en zelfs goedwillende burgers risico lopen om in de cel te belanden.
Na Frankrijk volgden ook andere Europese landen, zoals Duitsland, Italië, Spanje en Portugal. Duitse inlichtingendiensten hebben de bevoegdheid gekregen om gegevens op te vragen van publieke en private organisaties als banken, vliegmaatschappijen en posterijen. Verder kunnen ze verkeersgegevens opeisen bij internet- en telecomaanbieders.
Ook op Europees niveau werd de terreurbestrijding aangepakt. Er kwam een Europees aanhoudingsbevel en een gezamelijke Europese definitie van terrorisme. Net als in Groot-Brittannië was de definitie zo ruim dat ook andere bevolkingsgroepen, zoals hackers en anti-globalisten, het oormerk 'terroristen' kregen.
De Europese ministers van justitie hebben weliswaar beloofd dat die definitie alleen op échte terroristen zal worden toegepast, maar enige argwaan is hier wel op zijn plaats, zo schrijft journalist Jelle van Buuren in de Groene Amsterdammer. EU-voorzitter Spanje meent namelijk dat ook demonstranten bij Europese topontmoetingen het werktuig zijn van terroristische organisaties.
Nederland, dat van oudsher minder te maken heeft met concrete terroristische dreigingen, heeft geen specifieke wetgeving. Wel heeft de regering een actieplan met 43 punten opgesteld.
Ook bestaande wetgeving heeft inmiddels een opfrisbeurt gekregen. Vorige maand heeft de Eerste Kamer de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv) goedgekeurd. Daarover elders in deze Netkwesties meer.
Registratiekamer
De grote lijn is duidelijk: niet alleen de Verenigde Staten, maar ook Europa verzamelt volop juridische wapens om het terroristische kwaad uit te roeien en internet speelt daarbij een belangrijke rol. Maar ruimere opsporingsbevoegdheden van de overheid hebben onvermijdelijk gevolgen voor de privacy van burgers.
Burgerrechtenorganisaties, zoals de GILC en IRIS, wijzen erop dat de Amerikaanse, Britse, Franse en Duitse anti-terreurmaatregelen niet voorzien in een onafhankelijk controleorgaan. Parlementaire en rechterlijke controle zijn vrijwel niet aanwezig. Verder zijn de nieuwe wetten vaak strijdig met bestaande Europese richtlijnen, zoals de 95/46/EG en 97/66/EG.
Inmiddels heeft ook de Europese Registratiekamer zich tegen de anti-terreurmaatregelen uitgesproken, zo schreef de Staatscourant op 30 januari. Zij meent dat die zover zijn doorgeschoten dat belangrijke democratische waarden averij oplopen. De kamer constateert dat de recente Europese maatregelen een groter terrein bestrijken dan alleen terrorismebestrijding.
De privacykamer signaleert verder een sterke criminalisering van relatief lichte digitale overtredingen als hacken en het kopiëren van auteursrechterlijk beschermde werken. Het schrikbeeld is de Amerikaanse Recording Association of America (RIAA), die sterk lobbyde voor een extra bepaling aan een anti-terreurwet, die de muziekbranche het recht zou geven om computers binnen te dringen met het doel om illegale kopieerders op te sporen. Die lobby is uiteindelijk mislukt.
[WZ, 21 maart 2002]