Netkwesties XS4ALL
Menu HomeWebgidsZoekenReageerNieuwsbriefForumColumns


HARDE NOTEN OVER IDEALEN DDS

De Digitale Stad, die onlangs een betaalde provider is geworden, had na de eerste experimentale fase in 1994 nooit moeten institutionaliseren. Dat concludeert Reinder Rustema in zijn scriptie over de geschiedenis van DDS. Het schrijven van de scriptie was voor hem 'ontluisterend', maar desondanks blijft hij geloven in online gemeenschappen. Een interview over oude DDS-idealen.

'Het is moeilijk om een gemeenschappelijke ruimte op het internet in te richten, een gemeenschap en het ook nog eens te institutionaliseren. Dat is dan juist vaak de dood in de pot. Daar ging het ook fout bij DDS.' Aan het woord is Reinder Rustema, ex-voorzitter van de Vereniging Open Domein. In zijn doctoraalscriptie The Rise and Fall of DDS analyseert hij de geschiedenis van DDS, vanaf de oprichting in 1994 tot aan de overgang naar betaalde internetaanbieder eerder dit jaar.

De scriptie bespreekt de geschiedenis van DDS aan de hand van vier thema's die een belangrijke rol spelen bij online gemeenschappen: sociale cohesie, third places, vrijheid van informatie en democratie. Een third place is een fysieke of virtuele plaats waar mensen elkaar kunnen ontmoeten, waar ze vooral veel converseren en ze zich thuis voelen. Het is een min of meer neutraal gebied zonder rangen en standen, buiten het eigen huis (first place) en het werk (second place).

Naast een historische analyse is Rustema's scriptie ook een persoonlijke afrekening geworden met het ideaalbeeld dat hij zelf jarenlang van DDS had: 'Tijdens het schrijven merkte ik dat ik zelf altijd heb geloofd in DDS als mythe en daar ook altijd aan heb geprobeerd bij te dragen. De mythe van DDS als openbare experimenteergemeenschap van echte liefhebbers van de internetcultuur, waar het veilig toeven was en die nooit ten onder zou gaan.'

Daar is hij van teruggekomen: 'Maar ondertussen had ik me nooit heel erg verdiept in het beleid nadat het experiment was afgelopen. Nu ik achteraf al het beschikbare materiaal over het gevoerde beleid teruglees, zie ik dat die mythe voornamelijk gebaseerd is op de experimentele eerste tien weken. Het beleid daarna was zwabberend en zonder een enkele duidelijke visie die recht deed aan de mythe. Wat dat betreft was het schrijven wel ontluisterend.'

Institutionalisering

The Rise and Fall of DDS trekt inderdaad ontluisterende conclusies: het ontwerpen van een virtuele stad is helemaal mislukt, het inrichten van een 'plaats' op internet door een organisatie is gewoonweg niet mogelijk. Zodra de online gemeenschap deel gaat uitmaken van een 'echte' organisatie, worden de leden passief en valt de gemeenschap uit elkaar. Het uiteenvallen is nog eens bespoedigd doordat DDS het aloude principe van geven en nemen nooit heeft gestimuleerd. Daardoor is het alleen maar erger geworden met de toch al lage betrokkenheid van DDS-bewoners.

Van de illusie van online democratie laat Rustema eveneens weinig heel. Bij DDS was nauwelijks sprake van democratische besluitvorming, hoewel de grote nadruk op de betrokkenheid van DDS-bewoners en de stad-metafoor dat wel suggereerden.

Maar democratisering brengt toch ook een zekere vorm van institutionalisering met zich mee? Rustema: 'Binnen de Nederlandse context zou het in ieder geval wel verstandig zijn geweest om een vereniging te proberen. Met een dergelijke structuur kun je beter aanspaak maken op geld uit de nationale schatkist en is de continuïteit beter te garanderen. Beter in ieder geval dan met wazige stichting- of BV-constructies.'

'Helaas was bij DDS een of ander dogma binnengeslopen dat men van de overheid onafhankelijk wilde zijn. Je kan in oude interviews overal teruglezen dat DDS na het eerste jaar onafhankelijk was van subsidies. Het was niet meer iets van de gemeente, hoewel veel mensen daar vanuit gingen. Subsidiegevers waren ondertussen 'klanten' geworden die betaalden voor diensten die ze van DDS afnamen.'

'Misschien was het mode in die tijd om bedrijfje te spelen, ik weet het niet, maar achteraf gezien is het een beetje een rare gang van zaken geweest. Daarnaast was het ook zo dat men toen destijds niet zo'n zin had om een democratisch experiment aan te gaan. Zoiets is nu eenmaal veel lastiger dan zelf als stichting of bedrijf iets aanpakken. Heel erg waar natuurlijk, maar zo'n experiment zou wel veel interessanter zijn geweest. Misschien was DDS niet zo groot geworden daardoor, maar dat is dan de prijs die je ervoor betaalt.'

Verder heeft ook de techniek een rol gespeeld bij de ondergang van de DDS-idealen: 'Die WWW-interface heeft absoluut niet geholpen.' In zijn scriptie licht hij deze stelling toe: het gesloten ontwerp van de interface liet geen verbeteringen van gebruikers toe. Dat maakte van DDS een zendstation in plaats van een gemeenschap. DDS-bewoners werden daardoor passieve consumenten van een telecommunicatiedienst.

Rustema is daarom een voorstander van open-source: 'Uiteindelijk kun je je het best beperken tot open protocollen en softwarelicenties, en afwachten wat de internetgemeenschap ermee gaat doen. In feite ongeveer zoals in de 'good old days' van het internet.'

Open Domein

Open Domein, de later opgerichte vereniging van teleurgestelde DDS-bewoners, komt eveneens uitvoerig ter sprake in de scriptie. In het begin was de vereniging bewust een beweging zonder bestuur, als antireactie op de centrale sturing bij DDS. Deze opzet werkte aanvankelijk goed, totdat de groepering moest onderhandelen met DDS. Open Domein werd gedwongen te kiezen voor een rechtspersoon met een bestuur.

Bovendien eiste DDS dat Open Domein de onderhandelingen geheim hield. De gevolgen waren groot: het initiatief kwam volledig bij het bestuur te liggen en de leden kregen een passieve rol binnen de gemeenschap. Voor nieuwe ideeën bleef daardoor weinig ruimte. Maar sinds de onderhandelingen met DDS zijn afgebroken, komt de open sfeer weer langzaam terug: 'Men loopt er in ieder geval niet meer weg en er wordt constructief nagedacht.'

Hoewel Rustema de moeizame onderhandelingen met DDS vrij neutraal beschrijft en DDS-directeur Joost Flint in dat gedeelte van zijn scriptie nergens bij name noemt, blijkt tussen de regels door toch duidelijk de harde, zakelijke sfeer die meende bij DDS te ontmoeten.

Een sprekend geval is volgens Rustema Internetcollege.nl, een initiatief van DDS-bewoner Sjoerd Ruyg. DDS had deze site voor 8.000 gulden overgenomen en later voor een onbekend bedrag doorverkocht aan Malmberg. Ruyg zelf werd in september 2000 ontslagen.

Ondanks zijn vertrek uit het bestuur van de VOD blijft Rustema enthousiast: 'Geen internet zonder online gemeenschappen. Internet gaat immers over mensen die met elkaar communiceren, niet om computers. Waar mensen bij elkaar komen, ontstaan gemeenschappen. Alle praat in media en in business gaat over het World Wide Web, maar het is niet waar het internet door gedreven wordt. Vroeg of laat schuiven de meeste internetgebruikers toch wel aan bij een of andere online gemeenschap.'

Zo'n vereniging Open Domein kan dat stimuleren en beter faciliteren dan de commercie, zo meent Rustema: 'Vergeet niet dat de commercie vooral geïnteresseerd is in 'eyeballs' om advertenties aan te laten zien. Met elkaar communicerende mensen gaan alleen maar ten koste van de tijd en aandacht voor advertenties en het kopen producten. De enige bedrijven die er wel bij varen zijn internetaanbieders en telecombedrijven. De rest wil uiteindelijk liever niet dat men onderling communiceert, behalve wanneer het mond-tot-mond-reclame is.'

Online gemeenschappen

Naast Open Domein noemt Rustema in zijn scriptie nog een ander voorbeeld van een duurzame online gemeenschap: De Metro. De twee gemeenschappen hebben met elkaar gemeen dat ze beperkt in omvang zijn, hooguit een paar honderd leden. Ook in de beginjaren van DDS lag het aantal actieve deelnemers van DDS-nieuwsgroepen zo rond de 60 - een groot verschil met de 70.000 DDS-klanten die elkaar niet kennen en nauwelijks als een gemeenschap kunnen worden beschouwd.

Andere spraakmakende voorbeelden van online gemeenschappen kan Rustema niet geven: 'Alleen de onbekende met 100 of 200 leden werken goed, zoals een mailinglist voor borstkankerpatiënten, een specialistische nieuwsgroep, de al genoemde Metro en dergelijke.

Het is het beste om er niet de schijnwerpers op te richten, want dan zou je het juist kapot kunnen maken. Zoek een gemeenschap op op basis van je interesse, of begin er zelf een met de CarbonCopy-optie, geef er over langere tijd aandacht aan en het zal werken.'

Betekent dit dat DDS achteraf gezien onverenigbare doelstellingen had, namelijk enerzijds internet aanbieden aan het grote publiek en anderzijds een gemeenschap vormen, die juist baat heeft bij kleinschaligheid? Rustema: 'DDS had ook goed onderdak kunnen bieden aan heel veel verschillende gemeenschappen. Helaas kreeg de ontstuimige groei de nadruk. Na het experiment moest DDS groter en groter groeien, terwijl de nieuwsgroepen bijvoorbeeld aan hun lot over werden gelaten.'

'Pas jaren later werd geprobeerd gemeenschappen binnen DDS op te sporen en nieuw leven in te blazen. Eigenlijk hebben de dotcom-initiatieven veel beter gefunctioneerd om gemeenschappen te faciliteren.

Helaas zijn deze gemeenschappen wel altijd te gast op privé-terrein. Als het bedrijf failliet gaat, wordt de bijbehorende website gesloten en is er weinig van de gemeenschap over. Daarom kan je beter nieuwsgroepen en dergelijke gebruiken voor online gemeenschappen.'

Supermarkt
Hoewel DDS heeft gefaald als online gemeenschap, is het in een ander opzicht wél succesvol geweest. In 1994 was Xs4all nog de enige internetaanbieder, maar daarvoor moesten klanten 30 gulden per maand betalen. DDS slaagde erin om het grote publiek te bereiken door gratis internet aan te bieden.

Had DDS er, achteraf gezien, na de eerste tien 10 weken gewoon mee moeten ophouden? Rustema: 'Als het zich vanaf het begin als een soort omroepvereniging had georganiseerd, dan had het misschien nog wat kunnen worden. Maar de gekozen structuur waarbij geld met commerciële diensten werd binnengehaald die aan de andere kant in de bodemloze put gestort van de virtuele stad was vanaf het begin onzalig. Het was uitstel van executie. Uiteindelijk zijn we toch uitgekomen bij een opzet waarbij men geld moet betalen, alleen nu is het een BV in plaats van een vereniging.'

'Zelf had ik destijds verwacht dat na het gratis experiment en nadat de subsidies afliepen ons als gebruikers om een bijdrage of lidmaatschapsgeld zou worden gevraagd. Ik had er al rekening mee gehouden en er bijna mijn tv-gids voor opgezegd. Ik heb zelfs ooit eens f 50,- overgemaakt op het rekeningnummer van DDS, omdat er op de website om vrijwillige bijdrages werd gevraagd.'

'Toen ik in 1999 Flint een keer tegenkwam in de supermarkt en het hem vertelde, vond hij dat grappig. Niemand anders had het ooit gedaan.'

Link

The Rise and Fall of DDS : evaluating the ambitions of Amsterdam's Digital City
reinder.rustema.nl/dds

[WZ, 29 november 2001]



Headlines

- Duitse overheid laat providers sites blokkeren

- 'Scholen bepalen zelf wat ze filteren'

- Harde noten over idealen DDS

- Faits divers

- Kort nieuws

- Lezerskwesties