Op 3 oktober 2001 is de campagne 'Surf op safe' van start gegaan, een samenwerkingstraject van het ministerie van Verkeer en Waterstaat en Economische zaken, gesteund door bedrijfsleven en gebruikersorganisaties.
De bedoeling is veilig internetgebruik te bevorderen door in verschillende media te benadrukken dat opa, zusje en pappa het allemaal veilig en virusvrij moeten doen. Verder is vanzelfsprekend een (veilige) website ingericht op www.surfopsafe.nl.
Natuurlijk staat deze publiekscampagne niet alleen. De komende jaren wordt de kwetsbaarheid van internet aangepakt in het project Kwetsbaarheid internet (KWINT) van het ministerie van Verkeer en Waterstaat en zullen verschillende departementale samenwerkingverbanden ontstaan al dan niet onder de bezielende leiding van Roger van Boxtel, onze minister van integratie, informatiesamenleving en andere virtuele zaken. Binnenlandse Zaken heeft van oudsher de coördinatie voor dit soort vraagstukken.
Het is de bedoeling om met de Surf op Safe-campagne een veilige en toegankelijke communicatie-infrastructuur te realiseren die de basis vormt van een zich verder ontwikkelende elektronische samenleving.
Opvallend was dat bij de persconferentie bij de presentatie van de campagne niet één kritische vraag werd gesteld. Niemand stelde de vraag of deze campagne wel internationaal werd gecoördineerd omdat internet per definitie internationaal is, of dat ingespeeld werd op internationaal informatieterrorisme.
Wat doet Europa overigens als antwoord op 11 september op dit vlak? Er is wel een zogenaamde mededeling van de Europese Commissie betreffende netwerk- en informatieveiligheid maar vinden wij hier ook een antwoord op een mogelijk heilige oorlog van de warriors uit Cyberspace?
Er is immers al een speciale Top-bijeenkomst (20 september) geweest op het gebied van samenwerking door justitie in de strijd tegen terrorisme. Wat is hier uitgekomen, wat is het effect op de vrijheid van internetgebruik?
Binnenkort zal in het kader van de Raad van Europa het cybercrime verdrag in Boedapest worden getekend maar de samenwerking zal verder gaan als het aan de geheime diensten van Europa ligt.
Zaken als inbreuk op de elektronische privacy van burgers, tevens aandachtspunt bij Surfopsafe, zullen aandacht moeten blijven krijgen, juist in internationaal perspectief. Ook hiervoor bestaat al een Europese richtlijn voor, maar deze maakt uiteraard wel een uitzondering voor de bevoegdheden van de Staat als het de nationale en internationale veiligheid betreft.
Overigens zien organisaties als de BVD de vette kluif al liggen: meer mogelijkheden om in te breken op het informatieverkeer en niet zeuren over inbreuk op grondrechten. Het kabinet heeft op 18 september al een stuurgroep tegen terrorisme ingesteld. Kamerlid Vos van de VVD pleitte al voor verruiming van de interceptiemogelijkheden van de BVD in de Staatscourant van 18 september: 'De BVD heeft ruime bevoegdheden nodig, daar moeten we niet zuinig of krenterig in zijn.'
Veel verzet tegen Echelon-achtige activiteiten zal er de komende tijd niet meer zijn, vrees ik, als je het als gebruiker sowieso al te horen krijgt.
Voorlopig liggen de elektronische grondrechten even in de vrieskist.
Laten we hopen dat ze vandaar niet naar het kerkhof verhuizen.
Rob van den Hoven van Genderen (4 oktober 2001)