ONLINE PRIVACY VAN KINDEREN NOG ONVOLDOENDE BESCHERMD
Kinderen lopen niet alleen zelf privacyrisico's op internet, maar indirect ook hun ouders. Wetgeving laat op dit punt te wensen over. Een Amerikaanse wet om de online privacy van kinderen te beschermen, wordt slecht nageleefd. En in Nederland laat de nieuwe Wet bescherming persoonsgegevens zich niet expliciet uit over kinderen.
Het is niet verwonderlijk dat marketeers zich meer en meer op kinderen richten om persoonsgegevens te verkrijgen. Maar sommige websites gaan zelfs zover dat ze kinderen uitnodigen om persoonlijke informatie over hun ouders te verschaffen. Vorig jaar deed het Annenberg Public Policy Center onderzoek naar de bereidwilligheid van kinderen om persoonsgegevens te verstrekken aan websites. De resultaten waren schokkend: de meeste kinderen doen het maar al te graag.
In ruil voor een cadeautje is ongeveer tweederde van de kinderen tussen 10 en 17 jaar bereid om hun persoonlijke interesses aan websites te verschaffen. Meer dan de helft wil ook wel gegevens van hun ouders prijsgeven, zoals wat voor auto ze hebben en wat ze in het weekend doen.
Ook de ouders werden ondervraagd. Bijna allemaal meenden dat de kinderen eerst aan hen toestemming moesten vragen. Het merendeel van de kinderen beaamde dat wel, maar hun gezagsgetrouwheid verdween als sneeuw voor de zon zodra ze een gratis cadeautje in het vooruitzicht kregen gesteld. De bereidwilligheid hangt wel af van de leeftijd: 39 procent van de kinderen tussen 13 en 17 jaar zei daadwerkelijk persoonsgegevens aan websites toe te vertrouwen, tussen 10 en 12 jaar doet nog maar 16 procent van de kinderen dat.
Verenigde Staten
Dat vooral kinderen vanaf 13 jaar steeds gemakkelijker worden in het prijsgeven van persoonsgegevens, is slecht nieuws voor voorstanders van de Children’s Online Privacy Protection Act (COPPA). Deze Amerikaanse wet verbiedt websites om persoonsgegevens van kinderen te vergaren zonder toestemming van hun ouders. De wet ging in april 2000 van kracht, nadat bleek dat bedrijven zich steeds meer op jonge kinderen richten om persoonlijke informatie te verkrijgen. De COPPA geldt echter alleen voor kinderen jonger dan 13 jaar.
Een jaar later blijkt bovendien dat maar weinig bedrijven de COPPA naleven. Ander onderzoek van het Annenberg Public Policy Center laat namelijk zien dat het overgrote deel van de websites voor kinderen de wet aan hun laars lappen. Van de 162 onderzochte websites verzamelden 17 informatie over de bezoekers zonder op hun voorpagina een link naar een privacyverklaring te plaatsen.
Ook andere bepalingen waren niet opgevolgd. Zo adviseert de Federal Trade Commission (FTC) dat links naar privacyverklaringen een duidelijk zichtbare plaats moeten krijgen, voorzien van een andere kleur en lettertype. Minder dan de helft had daadwerkelijk een ander lettertype gekozen en maar 6 procent ook een andere kleur. Bij 68 procent werd de link helemaal onderaan de pagina geplaatst.
Nederland
In Nederland krijgt privacybescherming van surfende kinderen nauwelijks politieke aandacht. Ook de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp), die net per 1 september is ingegaan, maakt geen expliciet onderscheid tussen persoonsgegevens van kinderen en van volwassenen.
Veel hangt af van artikel 8, die aangeeft in welke gevallen persoonsgegevens mogen worden verwerkt. Als persoonsgegevens van kinderen onder lid 8a vallen (... indien de betrokkenen voor de verwerking zijn ondubbelzinnige toestemming heeft verleend), komen ouders niet in het verhaal voor. Maar lid 8f (... tenzij het belang of de fundamentele rechten en vrijheden van de betrokkene [...] prevaleert) kan men met met enige goede wil wel interpreteren als een basis voor privacybescherming die vergelijkbaar is met de COPPA.
In plaats van wettelijke bepalingen zou de Nederlandse overheid ook kunnen kiezen voor een keurmerk. Op dit moment is Webtrader van de Consumentenbond het bekendste Nederlandse keurmerk, maar net deze week werd bekend dat dit keurmerk per 1 januari 2002 gaat stoppen. De Nederlandse Thuiswinkel Organisatie heeft eveneens een keurmerk - en zelfs een geschillencommissie - maar daarin staat niets over kinderen. Werk aan de winkel voor de Thuiswinkel?
[WZ, 6 september 2001]