Pot en ketel naderen elkaar in burgerrechten
Nog bij de grote WSIS-internetconferentie in 2003 kon het westen de landen terechtwijzen die burgerrechten schenden. Maar met alle maatregelen tegen terrorisme lijkt het opgeheven vingertje echter steeds meer op de spreekwoordelijke pot die de ketel verwijt.
Dat was de centrale lijn gisteren tijdens het congres Fill the Gap 3 over de mondiale digitale kloof, in de aanloop nar de World Summit on the Information Society (WSIS) vabn 16 tot 18 november in Tunis. Organisatoren waren OneWorld, Hivos en IICD. Deze drie clubs bekommeren zich om ontwikkeling van communicatie in arme landen; het IICD met name met de bouw van Telecentres, gedeelde bronnen voor communicatie.
Eigenlijk blijkt mobiele telefonie momenteel veel meer dan internet in een behoefte te voorzien in Afrika en Azië, maar het ging gisteren voornamelijk over internet. En speelde de vraag of informatievoorziening wel een basisbehoefte is, gezien de vele primaire noden die geledigd moeten worden.
De helft van het congres werd virtueel: Gus Hosein van Privacy International kwam op gedownloade video binnen, daar hij in Londen onverwacht problemen ondervond met het vernieuwen van zijn Canadese paspoort. En hoogleraar Willem Grosheide van het Centrum voor Intellectueel Eigendomsrecht (CIER) vergat zijn afspraak en sprak het publiek in het Museum voor Communicatie in Den Haag toe via de telefoon.
Hosein stuurde een scherp betoog met tal van argumenten om zijn stelling te ondersteunen dat we in het westen bezig zijn om onze privacy in een hoog tempo af te breken. Dat heeft niet enkel repercussies voor de eigen bevolking, maar dat wordt ook in ondemocratische landen dankbaar aangegrepen voor repressie. 'Terrorisme' en 'terrorist' zijn snel geplakte etiketten, waarmee je zelfs als Russische president bij een Nederlandse vorstin hoge ogen gooit.
Volgens Hosein doen steeds meer landen mee in de keten van de bestrijding van vermeende terroristen, om allerhande redenen, zonder daarop direct aangesproken te kunnen worden, want ze nemen allemaal een deel voor hun rekening. Tekenend vond hij de zaak van gemartelde Syriërs. Ook het platleggen van de Indymedia-websites was zo'n geval volgens Hosein: een grensoverschrijdende keten om vrije meningsuiting aan te pakken zonder duidelijke aansprakelijke partij.
In de Verklaring van Uitgangspunten die de WSIS-confentie van 2003 in Genève opleverde staat expliciet, in artikel 35, het recht op privacy genoemd bij de 'global culture of cyber-security'. Terwijl veiligheid op internet allerwegen wordt nagejaagd, komt privacy in het verdomhoekje, aldus Hosein.
Auteursrechten
Ontwikkelingslanden zijn door tal van internationale verdragen op achterstand gezet, zegt Willem Grosheide. De Utrechtse hoogleraar vindt dat het Trips-verdrag van de Wereldhandelsorganisatie WTO een voorbeeld is van het eenzijdig behartigen van belangen van intellectueel eigendomsrecht van rijkere landen.
"Nederland schafte in de 19e eeuw octrooirecht af, omdat de industriële ontwikkeling achterliep en men vrijelijk uitvindingen uit het buitenland wilde importeren, vooral uit Duitsland. Pas toen vijftig jaar later Nederland was bijgetrokken, moest het octrooirecht terugkomen. Dat gebeurde vooral op aandrang van Philips", zei Grosheide.
Dit argument lijkt nu goed van toepassing op ontwikkelingslanden om ze geen strikte regels op te leggen voor intellectueel eigendom. "Als landen eenmaal verder ontwikkeld zijn, zoals nu India en Brazilië, dan gaan ze zelf wel octrooirechten verdedigen. Maar nu zie je dat de achterblijvers in de wereld tussen de wieken vermalen dreigen te worden."
De oplossing ziet Grosheide in het verplichten tot een 'dwanglicentie' die ontwikkelingslanden aan buitenlandse bedrijven kunnen opleggen: ze moeten hun rechten dan vrijgeven. Dat is bijvoorbeeld voor aids-remmers toegepast in Afrika, met een compromis en beperkte prijsdaling tot gevolg."
Volgens Grosheide leunt de internationale rechtenorganisatie Wipo te veel op handelsbelangen en te weinig op culturele uitgangspunten van auteursrecht. Dat speelt het Westen in de kaart en gaat ten koste van zich ontwikkelende gebieden.
Wetenschappelijk werk
De discussie mondde in Den Haag uit in de vraag of wetenschappelijk werk vrij beschikbaar moet zijn in ontwikkelingslanden, eventueel met beveiligde toegang voor bijvoorbeeld Afrikaanse universiteiten. Professor Franken, als Eerste Kamerlid soms de luis in de pels van het CDA waar het gaat om elementaire kwesties in informaticarecht, zei dat de genoemde dwanglicentie een rol zou kunnen spelen. Als voorbeeld geldt het belangrijkste tijdschrift over malaria waar Afrikanen niet of nauwelijks kennis van kunnen nemen.
Franken vindt dat kennis betaalbaar en zo veel mogelijk vrij moet zijn: "Het is verwerpelijk dat westerse bedrijven die voor veel geld kunnen beschermen. Dat uitgeverijen kennis verrijken en op hoog niveau uitbrengen is goed, maar uitkomsten van fundamenteel onderzoek moeten direct vrij beschikbaar zijn."
Paul Maassen van Hivos wees nog op een praktisch probleem: verbindingen zijn vaak niet zwaar genoeg om belangrijke bestanden tegen billijke prijzen te kunnen downloaden.
Internettoegang
Maassen vindt dat de niet louter de wetten van de markt van toepassing mogen zijn waar het gaat om het verbeteren van internettoegang in bijvoorbeeld Afrika: "Als ze daar op dezelfde manier van de informatierevolutie willen profiteren als wij zullen we ze moeten helpen om toegang te krijgen. Hulp is wel goed om de kloof weg te nemen."
Volgens Edith Mastenbroek, Europarlementariër voor de PvdA, biedt het onderwijs in Afrika het beste perspectief om internet binnen te brengen, maar ook direct de praktische toepassing ervan ter hand te nemen.
Beperking van communicatierecht en censuur op internet door regimes zoals in China ziet Franken afbrokkelen: "Op termijn verliezen ze die strijd. Kennis zal vrij zijn. En nu zouden regeringen bedrijven die het niet zo nauw nemen met burgerrechten, zoals Yahoo en Google en Microsoft in China, met boycotten moeten dreigen."
Franken is optimistisch, stelde de voortreffelijke dagvoorzitter Chris Keulemans vast. Diens optimisme werd geenszins gedeeld door Mastenbroek: "Ik hoopte vroeger dat alle kennis en meningen hun weg wel naar iedereen zouden vinden via internet. Maar in de praktijk blijkt dat regimes zoals dat in China het internet inderdaad kunnen controleren. Alleen voor technisch zeer bekwamen is aan de controle te ontkomen."
Volgens de politica is het nodig dat de bevolking van westerse landen zich verzet tegen maatregelen die vrijheid van meningsuiting en privacy aantasten: "We voeren dezelfde maatregelen in die in bijvoorbeeld Arabische landen geen slecht figuur slaan, maar we menen dat we er meer recht op hebben daar de signatuur van onze westerse regimes democratisch is. Maar dat geeft geen garantie op fatsoenlijke toepassing. Over tien jaar kan een andersoortig regime gaan profiteren van de rechten die we nu uit handen geven."
Maassen noemde als voorbeeld het verbieden van een WSIS-congres in Iran over onder meer vrijheid op internet, waar enkele absurde voorwaarden een fundamentele discussie voorkwamen. Maar ook hij vindt dat het westen zich alleen te weer kan blijven stellen tegen de schending van burgerrechten elders in de wereld als ze die zelf respecteert.
[Peter Olsthoorn, 4 november 2005]
|