Bewaarplicht is een lobbystrijd geworden
De Europese justitieministers zien af van het verzamelen en opslaan van surfgegevens van burgers voor opsporing van misdaad. Daarmee slaat de lobby tegen de bewaarplicht van elektronische verkeerdata haar eerste slag. Gaat de bewaarplicht nu de softwarepatenten achterna?
Eind vorige week liet minister Piet Hein Donner van Justitie weten dat het opslaan van gegevens over de webpagina's die iedereen bezoekt geen doorgang vindt. Hij deed dat in een simpele bijzin van brief aan de Tweede Kamer over het Europese kaderbesluit voor verkeersgegevens:
"Daarbij merk ik op dat het surfen op internet niet (meer) wordt bestreken door de bewaarplicht, zoals die thans door het Britse voorzitterschap wordt voorgesteld."
Dat is een belangrijke mededeling met een groot aantal implicaties. De belangrijkste is dat mensen niet gevolgd gaan worden in hun bewegingen in de virtuele ruimte zolang ze niet met anderen communiceren, evenmin als de gangen worden vastgelegd in de fysieke ruimte.
Ten tweede vallen de kosten van de bewaarplicht dan lager uit. Dat zou te becijferen moeten zijn aan de hand van het Onderzoek naar de opslag van historische verkeersgegevens van telecommunicatieaanbieders (pdf) van KPMG (ook bij Bof.nl over de kosten van de bewaarplicht voor Nederlandse telecom- en internetaanbieders, waarover is gepubliceerd.
Maar de kosten voor het websurfen staan niet apart genoemd maar zijn verwerkt in de kosten voor toegang tot diensten van de provider. Het KPMG-rapport is mede gestoeld op eerder onderzoek van Stratix. Deze zegt: "Binnen dit onderzoek is slechts een beperkt aantal telecommunicatiediensten onderzocht. De resultaten zijn dan ook niet zonder meer toepasbaar op andere diensten, zoals websurfen, 'chat', en file sharing."
En, zo concludeerde Stratix: "Indien besloten wordt om een bewaarplicht in te voeren zal er een functioneel geformuleerd kader opgesteld moeten worden, waarin de basisregels vastgelegd zijn. Vervolgens zullen deze regels per telecommunicatiedienst uitgewerkt moeten worden."
Tactisch goede zet
Voor Donner komt de mededeling van het niet opslaan van verkeersgegevens niettemin goed uit. Het vastleggen van surfdata vindt nu in het geheel niet plaats en zou qua volume tot enorme proporties aan url's kunnen uitgroeien. Dito hoge kosten vormen een risicofactor: providers kunnen ze niet dragen en de overheid moet een deel op zich nemen. Ook houdt Economische Zaken dit kostenaspect bij overleg over de bewaarplicht binnen de overheid goed in de gaten.
EZ staat op goede voet met KPN, dat vindt dat de kosten van de bewaarplicht hoog oplopen. Met dit argument volgt KPN voor een groot deel de belangrijkste principiële bezwaarde, XS4all. Deze liet al , die liet Xs4all weten dat de kosten hoe dan ook veel hoger uitvallen dan KPMG becijferde.
Centrale opslag
KPMG kwam tot de conclusie dat centraal opslaan van data door de overheid de kosten al flink zouden beperken. Minister Donner is voornemens de verkeersgegevens van Nederlanders centraal op te slaan en te beheren in het Ciot. Dit Centraal Informatiepunt Opsporing Telecommunicatie beheert al alle telefoonnummers en adresgegevens ten behoeve van opsporing. Ze is de aangewezen partij om de bewaarplicht ter hand te nemen.
Maar op dit punt is 's lands grootste onderneming die de plicht krijgt opgelegd, KPN, mordicus tegen vanwege de kwetsbaarheid van zo'n centraal systeem. De argumenten komen overeen met die van de providerclub Ispo:
"Ispo maakt zich grote zorgen over de beveiliging, toegang en verwerking van de bestanden van het Ciot. Het adequaat beveiligen van grote hoeveelheden data is ingewikkeld en kostbaar. Daarnaast is er geen controle op wie toegang heeft tot welke bestanden en wat er daarna met de geselecteerde informatie gebeurt. De analyse van databestanden is technisch zeer complex en ISP's behoeden politie en justitie nu al regelmatig voor het trekken van verkeerde conclusies. Dit controlemechanisme valt weg door opslag in het Ciot."
Bewaarplicht heeft wel nut
Donner heeft de eerste veer gelaten en tactisch is dat niet onhandig. In de krachtige lobby die nu onder het publiek en politici wordt gevoerd is het 'opslaan van alle websites die u bezoekt' een monstrum dat aan de kant van de bezwaarden tegen de bewaarplicht een belangrijk wapen is.
Dit wapen is hun nu uit handen genomen. Tevens is het bezwaar van hoge kosten tenminste voor een deel weggenomen. Dit zijn twee belangrijke argumenten in het nadeel van Donner en zijn Europese collega's. Dat is belangrijk in de publiciteitsstrijd.
De Europese regeringen hebben geleerd met het verlies van de strijd om softwarepatenten hoe krachtig de lobby tegen regulering kan uitpakken. Vandaar ook dat ze proberen om het democratisch proces te verkleinen door de bewaarplicht in elk geval buiten het Europees Parlement om te loodsen. Want dat parlement is tegen een bewaarplicht.
In genoemde brief aan kamer formuleert de minister Justitie op vaardige wijze de argumenten voor een bewaarplicht van verkeersgegevens telefonie en internet. Zo komt hij nog met het argument dat, nu telefonie met VoIP naar internet verhuist, het eens te meer noodzakelijk om ook internetverkeer beter te monitoren.
Ook in zijn afgelopen week verzonden antwoord op kamervragen van Jan de Wit van de SP is de minister verbaal krachtig: criminelen kunnen weliswaar de bewaarplicht op allerhande manieren ontlopen, zoals Webwereld vaardig schetste, maar dat doen ze niet altijd:
"Door handschoenen aan te trekken ontloopt men de kans door middel van vingerafdrukken te worden opgespoord. Door de telefoon niet te gebruiken kan men niet worden afgeluisterd. Toch blijven het nemen van vingerafdrukken en het afluisteren van telefoongesprekken waardevolle instrumenten van opsporing."
Goed beschouwd veegt hij de argumenten van de lobby tegen de bewaarplicht over de noodzaak grotendeels van tafel met valide argumenten. De politie heeft, in welke mate dan ook, belang bij opslag van verkeersgegevens. Dat zuigt ze niet uit haar duim.
Terug bij het privacy-argument
Voor de lobby tegen de bewaarplicht resteren meer en meer de eigen argumenten: die van de privacy, ofwel de lasten van de bewaarplicht die hoger uitpakken dan de lusten. Het monstrum van verkeerde conclusies, misbruik door dienders en anderen, en van lekkende data is bedreigend voor onze samenleving.
En die afweging tussen lusten en lasten zal de politiek moeten maken. Zo vindt het nog altijd Europees onderzoek plaats dat voortvloeit uit de laatste Europese ministerraad.
De online petitie tegen de bewaarplicht telt nu 43.000 bezwaarden. Dat is, cynisch gesteld, 1 op de 10.000 Europeanen.
Maar het gaat niet om aantallen in het publiek zo bewees de zaak van de softwarepatenten, maar om lobbyargumenten voor en tegen en uiteindelijk om een politieke houding. Zo heeft ook een lid van het kabinet, minister Pechtold van Binnenlandse Zaken, zorgen geuit over de aantasting van de privacy door maatregelen die het terrorisme zouden moeten bestrijden.
En daar staat nog altijd het krachtigste verzet waar Donner politiek op stuitte, dat van partijgenoot Hans Franken in de Eerste Kamer. Het uitsluiten van surfdata van de bewaarplicht neemt mogelijk een deels van de bezwaren van Franken weg.
Een belangrijk aspect voor de voorstanders is de vraag of Europa nieuwe aanslagen zal moeten incasseren. De angst voor verlies van privacy ligt op een weegschaal tegenover de angst voor misdaad in het algemeen en misdaad in het bijzonder. Bovendien is, mocht het vredig blijven aan het terrorismefront, het kinderpornoargument krachtig in de lobbystrijd. Niet veel mensen durven dit te verwerpen.
Kortom, de strijd om de bewaarplicht ontwikkelt zich tot een van de interessantste die de Westerse democratie in deze roerige tijden mag voeren.
[Peter Olsthoorn, 9 september 2005]
|