Een jaar geleden schreef Eric Huizer in het blad Informatie en Informatiebeleid (i&i 2000, nr 2, p. 8) dat het Internet het 'end to end' karakter dreigde te verliezen. Bijna een jaar later trof ik in The Economist een zelfde waarschuwing aan. Wat is 'end to end' en wat is er gaande?
Het geheim van het Internet schuilt in het Internet Protocol (IP) dat het mogelijk maakt dat alle netten aan elkaar kunnen worden gekoppeld zodat zonder moeite alle pakketjes naar iedereen die op een net is aangesloten dat volgens dit protocol communiceert kunnen worden verzonden. Er is geen centrale instantie nodig die dit allemaal regelt. Zo werd het Internet een wereldomspannend horizontaal netwerk van netwerken waarover iedereen zonder tussenkomst van enige particuliere of publieke instantie met elkaar kan communiceren: dat is 'end to end' en het is wezenlijk voor iedere telecommunicatie.
Het enige dat nodig is dat de geadresseerde over een (tijdelijk) toegewezen IP adres beschikt. Met de explosieve groei van het Internet ontstaat er adressenschaarste. De huidige operationele versie van het IP-protocol (het zogenaamde IPV 4) voorziet in een adressensysteem waarin een adres bestaat uit 32 binaire digits. Dat levert ruim 4 miljard adressen op en dat is bij de huidige groei niet meer genoeg.
Er werd daarom voorgesteld om over te gaan op een adressensysteem dat gebaseerd is op adressen die bestaan uit 128 bits. Dat lost in een keer de schaarste op. Hiermee begon de discussie over de ontwikkeling van IPV 6 (IPV 5 heeft nooit de experimentele fase verlaten). Als we nu toch alle hardware in het Internet moeten aanpassen (een operatie die vele malen omvangrijker is dan destijds de operatie Decibel van KPN, waarmee iedereen in Nederland een tiencijferig telefoonnummer kreeg), zouden we dan niet nog een paar 'mooie' dingen kunnen doen?
Hier ligt de basis voor de tweespalt tussen de IP-ingenieurs. De ene groep wil allerlei intelligente kenmerken aan het IP-protocol toevoegen (betaalmechanismen, verkeersprioritering, zware encryptie), de andere groep wil het protocol liefst 'dom' houden (zwakke encryptie en authentificatiemechanismen).
Ik ben een technische leek, maar wat ik er wel van begrijp is dat het eerste hoogdrempelig is en het tweede laagdrempelig. Een dom IP-protocol beschermt het 'end to end' beginsel beter dan een intelligent protocol.
Het is niet louter een ingenieursdiscussie. De vercommercialisering van het Internet brengt belanghebbenden in de arena die helemaal geen belang hebben bij 'end to end'. Zij willen betaalde toegang tot informatie en zij willen verschillende kwaliteitsniveaus van serviceverlening.
Zo lijkt zich achter de schermen van het Internet een operatie prikkeldraad te voltrekken. De discussie over de inhoud van IPV 6 past daarin. De liquidatie van Napster is een ander voorbeeld. En er is nog meer. Als wij via een nieuw IP-protocol datastromen gaan controleren op prioritering van verkeersstromen en betaalde toegang tot netwerken, dan worden de datapakketjes identificeerbaar en daardoor ook afluisterbaar. Zo gaan economische en politionele controle hand in hand.
Er zou over deze zaken meer openbare discussie moeten komen.
Egbert Dommering