Journalisten snuffelen aan video
Welke mogelijkheden bieden digitale kanalen om tot wederzijdse versterking te komen van audiovisuele en geschreven journalistiek? Wanneer leent content zich ervoor om multimediaal verrijkt te worden? En levert dit vervolgens voldoende kwaliteit, consumptie en journalistiek emplooi op?
Dit artikel maakt deel uit van een onderzoek naar online uitgeven en journalistiek dat steun krijgt van het Bedrijfsfonds voor de Pers.
Klantenbinding is de voornaamste reden voor gedrukte media om zich op het glibberige digitale pad te begeven. In een wel heel optimistische presentatie schetste Rob-Jan de Heer, manager nieuwe media van de Volkskrant, tijdens het congres 'Hoe multimediaal is de krant?' eind vorige maand, hoe het leven van de gemiddelde Volkskrantlezer (Windows audio) door deze digitale kanalen eruit zou kunnen zien:
- Nadat 's ochtends om half zeven de gedrukte krant op de mat gevallen is, scant deze persoon wat artikelen en stort zich vervolgens om zeven uur in de file.
- Vanuit de auto belt hij een 0906-nummer om columns te beluisteren.
- Op het werk brengt hij een kwartiertje door op de Volkskrant-site.
- Om half tien ontvangt hij de Volkskrant-nieuwsbrief in zijn inbox.
- Tussen half tien en één uur wordt hij op de hoogte gehouden van het nieuws via zijn Volkskrant nieuwsklikker.
- Weer in de file houdt hij zich via mobiele Volkskrant-sites op de hoogte en krijgt een sms'je met breaking news van de Volkskrant.
- 's Avonds laat kijkt hij op zijn media center of via een Versatel-setupbox naar een tv-programma dat door de Volkskrant is geproduceerd. Bovendien gaat hij daarna nog op VolkskrantBanen.nl op banenjacht.
Juist omdat de gemiddelde krantenlezer geen obsessieve nieuwsjunk is zoals hierboven beschreven en zijn leespatroon de laatste jaren is gewijzigd, probeert de een na grootste krant van Nederland genoemde kanalen in te zetten om via zoveel mogelijk contactmomenten zijn lezer vast te houden.
Harde markteisen
Henk Blanken, adjunct-hoofdredacteur van het Dagblad van het Noorden, oud-chef internet van diezelfde Volkskrant en medeauteur van De Mediarevolutie uit 2003, zette op het congres zeven kansen uiteen die kranten de laatste jaren hebben laten schieten. Beluister deze hier. In een vraaggesprek met Netkwesties, waarin Blanken op persoonlijke titel sprak, stelde hij dat het de hoogste tijd is dat de mainstream media stevig inzetten op multimedia, zodat ze niet kansen mislopen: "Als regionale krant heeft het Dagblad van het Noorden daar helaas onvoldoende budget voor."
Maar het is niet enkel een geldkwestie: "Het drama van mainstream media is dat zij voornamelijk gemaakt worden door veertig-plussers. Journalisten van die leeftijd kunnen uitstekend een papieren krant maken, maar zijn geen kinderen van de internetgeneratie. Er gaapt een enorme kloof tussen die twee werelden."
Volgens Blanken, zelf veertig-plusser die als uitzondering de regel bevestigt, stellen deze internetgebruikers vier eisen aan content:
- het moet kort en krachtig zijn;
- de lezer heeft controle over selectie en tijdstippen;
- het hoort gratis te zijn;
- en ze willen in staat zijn om iets terug te kunnen zeggen.
Dus de video op de sites van Nederlandse kranten en Nu.nl, die niet aan deze vier genoemde voorwaarden voldoen, betekenen weggegooid geld? Blanken: "Nee, als je nu als nieuwssite niet experimenteert met het vertellen van digitale verhalen, zoals de Volkskrant en De Telegraaf doen, mis je zeker de boot."
Het digitale verhaal
Maar hoe vertel je een digitaal verhaal? Nora Paul, directeur van de School of Journalism and Mass Communication van de University of Minnesota, moeten journalisten rekening houden met vijf dimensies:
- welke media zijn geschikt voor welke onderwerpen;
- welke beweging in de content is nodig;
- welke acties moet de gebruiker ondernemen om toegang te krijgen tot de content;
- de relatie tussen het verhaal en de mediagebruiker, de context van andere geleverde content;
- het potentieel aan communicatie met de ontvanger.
Hieronder worden deze dimensies met voorbeelden uitgewerkt.
Geschikte en minder geschikte media
Het unieke aan een digitaal verhaal is de mogelijkheid om verschillende type media te combineren, wat van de keuzes van de journalist veel meer vergt dan met een eenzijdig medium. Op bijvoorbeeld de site Male Pregnancy worden weliswaar verschillende media gebruikt, maar deze media staan allemaal op zichzelf. Op de site van Becoming Human zijn de media met elkaar verweven om een interactief verhaal te vertellen en worden verschillende media tegelijk gebruikt.
Actie van de gebruiker
De meeste media hebben wel beweging in de content, zoals video. Daarnaast wordt vaak een beweging van een mediagebruiker verlangd. Dat kan bij een digitaal verhaal een stuk verder gaan dan vragen als 'klik hier om de volgende pagina te bereiken'. Echte digitale verhalen hebben zogenaamde actiemodellen, waarmee de gebruiker door middel van Flash-animaties, diashows en klikken bepaalde content in beweging kan brengen en controleren in een helder, logisch overzicht. Een statische site linkt naar andere statische sites.
Daarnaast bestaan er dynamisch passieve sites, waarbij content gaat bewegen zonder dat de gebruiker hiertoe de opdracht heeft gegeven. Ook zijn er dynamisch actieve sites, waar steeds content bijkomt als de gebruiker hiertoe opdracht geeft. Een mooi voorbeeld hiervan is de site van MSNBC Driving vacations through the ages.
Relatie tussen verhaal en gebruiker
De relatie kan bepaald worden door de volgorde waarin content gebruikt wordt. Bij lineaire content loopt de volgorde van het gebruik volgens een van tevoren vastgesteld pad. Als een verhaal non-lineair is verpakt, dan kan de gebruiker zelf de volgorde van het verhaal bepalen. Dit soort verhalen kunnen meerdere vertrekpunten hebben en ieder segment van het verhaal kan vaak op zichzelf worden gelezen. Zie bijvoorbeeld de Enron blame game van Slate.
Daarnaast geeft personalisatie van content de gebruiker de mogelijkheid om content te selecteren op relevantie. Zoals op de website The Baby Name Wizard het geval is. De relatie tussen verhaal en gebruiker wordt ook bepaald door de mate waarin de gebruiker de content kan manipuleren. Bij de site Hurricane Maker kan de gebruiker zelf de variabelen instellen om een wervelstorm te veroorzaken.
Context en communicatie
Context is de omgeving waarin de content terechtkomt en die hieraan betekenis kan toevoegen. De context van online krantenartikelen is bijvoorbeeld dat er naast een artikel ongelimiteerd links naar relevante artikelen geplaatst kunnen worden. En onder het artikel kan bovendien de mogelijkheid worden gecreëerd om commentaar te geven, eventueel gemodereerd.
Hierdoor kan tussen mediagebruikers en de krant een conversatie ontstaan. Prachtige professionele digitale verhalen worden tot nog toe uitsluitend in het buitenland gemaakt - zie bijvoorbeeld de diverse staaltjes van multimediaal vakmanschap over de verkiezing van de nieuwe paus op Interactive Narratives, maar ook de showcases van de multimediale journalistiekstudenten van de University of Texas zijn de moeite waard.
Waar blijven de digitale verhalen van Nederlandse bodem? Nederlandse hoofdredacteuren blijken niet bepaald voorop te lopen op het gebied van nieuwe media. Dit blijkt onder andere uit de stilte die volgde toen Blanken aan de hoofdredacteurs vroeg wat bloggen is. Luister hier naar het geluidsfragment. Het is dan niet zo verbazingwekkend dat de ingezette multimedia voornamelijk uit streaming audio en video bestaat.
Eigenlijk lijken de meeste online publicaties nog het meest op volgepakte versies van kranten en magazines. Wat opbouw betreft gebruiken de meeste sites kolommen. De unieke mogelijkheden die digitale media bieden, worden nog nauwelijks aangesproken.
Bert Wiggers, directielid van Ilse Media (onderdeel van Sanoma Uitgevers), voorspelde tijdens een bijeenkomst van de NVJ dat kranten uiteindelijk in mobiele multimedia de lezer zullen bereiken: op digitaal papier kunnen dan ook filmpjes en audiofragmenten op de plaats van foto's en tekst komen: "We krijgen een Harry Potter-krant. Natuurlijk zijn we op zoek naar een grammatica die uniek is voor digitale media. Maar dat gaat mijn voorstellingsvermogen te boven."
Wat klikt?
Bij Nu.nl van Ilse Media leren ze welke verhalen zich voor multimedia lenen. Wiggers: "Wat klikt, zeggen we hier bij Nu.nl over de mate waarin streaming video's die op de site worden gezet bekeken worden." Tot Wiggers' verbazing blijken bijvoorbeeld sterrenkundige onderwerpen 'goed te klikken'.
Ilse betrekt de video exclusief van FTV, die de inkomsten uit reclame beurt. Gezien de groeiende schaalgrootte van Nu.nl wil Ilse de exploitatie in eigen hand nemen, met meerdere leveranciers. Hij is niet tevreden met het aanbod van de filmpjes: "Het is te gering, het formaat van de player is te klein en de video's dienen scherper gesneden te worden voor het medium internet."
FTV/Novum in Amsterdam levert regionale filmpjes aan onder andere Nu.nl en sinds kort ook aan de Volkskrant. De filmpjes beginnen met een korte reclame, die de kijker niet kan doorspoelen of wegzappen. Ole Chavannes, hoofdredacteur van FTV: "We experimenteren net als iedereen. Wat werkt er op het computerscherm wel en niet? Weergave van het harde nieuws wel, talking heads niet. Maar soms moet je bijvoorbeeld juist weer wel het gezicht van een voetbaltrainer laten zien. Dan wordt duidelijk of hij liegt."
Bij FTV experimenteren ze af en toe met rapportageachtige opnames, bijvoorbeeld over 'de stralende toekomst' van de kerncentrale Borsele. Maar daar blijkt tot dusver geen animo voor te zijn. Sommige beelden zijn volgens Chavannes krachtig genoeg om onversneden getoond te worden. Sjouke Rijper, hoofdredacteur van Neos.nl, concurrent van FTV, vindt de productie van video's voor internet en tv niet wezenlijk van elkaar verschillen: "Bij beide media dien je de gebruikers te verleiden en cliffhangers te gebruiken om ze vast te houden. Sinds de uitvinding van de afstandsbediening is het zapgedrag bij de tv-kijker ontstaan. Met internet wordt helemaal snel weggeklikt. In versterkte mate als internetgebruikers meerdere schermpjes hebben geopend. Dan moeten het korte, snel gesneden filmpjes zijn om de aandacht vast te houden."
Waar is de bal?
Indien je content één keer maakt en het op verschillende platforms 1-op-1 kunt hergebruiken is er sprake van contentability, een term die opgeworpen werd door Eric Bos van crossmedia-marketingbureau New Fountain. Tv-filmpjes kunnen niet zomaar 1-op-1 worden gebruikt voor vertoning op online videospelers. Rijper: "Neos.nl experimenteerde afgelopen zomer samen met Versatel met het afspelen van voetbalclip van dertig seconden in lage resolutie, op een pda of mobiele telefoon. Maar de bal was niet te zien."
Omzetting van een tv-reportage naar internet vereist volgens Rijper close-ups en grote titels. Rijper verwacht dat software ontwikkeld zal worden die het proces vergemakkelijken om beelden van het ene naar het andere formaat om te zetten. Zijn concurrent Chavannes denkt dat hieruit wellicht nieuwe specialismen en beroepen zullen ontstaan als video-editor voor verschillende platformen. Chavannes: "Net als bij iedere nieuwe technologie zullen er ook nu door de multimedialisering op korte termijn een aantal mensen, journalisten, hun baan verliezen, maar op de lange termijn zal de verandering juist werk scheppen."
Selectie van vloggers
Chavannes van FTV ziet grote veranderingen in de productie van audiovisuele content. Chavannes: "Ik wil geen goede cameramensen beledigen, maar met de huidige techniek is iedereen in staat goede filmpjes te maken. Het maakt ons alleen uit of we aan goede video's komen, die we vervolgens weer distribueren via diverse websites, mobiel via UMTS en binnenkort ook als proef op de achterkant van hoofdsteunen in twee taxi's."
De opkomst van 'vloggers' (video webloggers) volgt FTV nauwgezet. "Onze journalistieke functie zal in de toekomst steeds meer bestaan uit het selecteren van beeldmateriaal van anderen, amateurs ook. We zullen onze geloofwaardigheid waarborgen door iedere keer te verifiëren of het nieuws echt is en hoor en wederhoor toe te passen."
Hoe is het gesteld met de kwaliteit van opnames van de eenmans videojournalisten, of 'camjo's'? Chavannes: "De prijs-kwaliteitverhouding wordt steeds beter." Maar niet iedereen neemt camjo's serieus. Rijper: "Politici op het Binnenhof blijven echt niet staan voor een camjo." Chavannes is het daar niet mee eens: "In het begin worden er misschien grapjes over gemaakt, maar uiteindelijk zal iedereen moeten wennen aan deze onemanshows."
Elektronische programmagidsen
Eerder nog dan kranten worden papieren tv-gidsen zeer beïnvloed door de komst van digitale kanalen. In feite is de gidsfunctie zelf online met bijvoorbeeld TVgids.nl (Sanoma met Avro, Kro en NCRV) en de Omroep.nl gids (NOS) al een klasse beter dan op papier door de personalisatie, en gratis beschikbaar. Journalistiek is minder van belang dan op papier, vaak volstaan links naar de programmasites.
Volgens Hans van Dalfsen, hoofdredacteur van de VPRO-gids verkeert iedereen op het gebied van tv-gidsen in opperste verwarring. Doordat er steeds meer digitale kanalen bijkomen, past niet alleen alle gidsinformatie meer in de papieren tv-gids, maar is het ook onmogelijk om alle programma's vooraf te bekijken. Waarschijnlijk zullen de papieren tv-gidsen gevuld worden met een voorselectie. Van Dalfsen: "Over drie maanden, als Versatel en andere aanbieders digitale kanalen hebben gelanceerd, ziet de toekomst van tv-gidsen er waarschijnlijk weer heel anders uit."
Hoe zit het met de multimedialiteit van redacties van tv-gidsen? Van Dalfsen: "De VPRO was net als andere omroepen ingedeeld per medium. Nu lopen de werkzaamheden van de verschillende media langzaam maar zeker in elkaar over. De helft van de twintig journalisten van de VPRO-gids schrijft ook aan de geschreven content van de multimediale website."
Bij de Vara-gids, dat de afgelopen jaren uitgroeide tot een sterk opinieblad, is dat veel minder het geval. Chris Buur, adjunct-hoofdredacteur Vara-gids: "Waar de papieren gids ophoudt, gaat de Vara tv-maileditie verder. Dit is een nieuwsbrief met actuele informatie." Volgens Buur werkt hier slechts één persoon van zijn achttien tv-gids journalisten aan. De rest schrijft uitsluitend voor de papieren gids. Buur: "We werken nauwelijks aan onze website, want dat kost momenteel alleen maar geld, terwijl de opbrengst ongewis is."
Volkskrant op alle fronten actief
De Volkskrant is volop aan het experimenteren met bewegende beelden. Vier maanden geleden gingen drie schrijvende Volkskrant-journalisten, na een snelcursus aan de filmacademie, audiovisuele verhalen maken bij geschreven teksten. Journalist Bas Broekhuizen is leider van het multimediale project Volkskrant Standplaat Utrecht, vooralsnog een proef van een jaar. Hij heeft samen met zijn team al een aantal lessen uit de ervaringen kunnen trekken. Broekhuizen: "Om efficiënter te kunnen produceren was een arbeidsverdeling nodig. Dus het camjo-model, waarbij een journalist in zijn eentje beelden en geluid opneemt en teksten schrijft, hebben we verlaten. Daarnaast hebben we ontdekt dat video niet geschikt is om gecompliceerde of zelfs maar simpele redenaties uit te leggen. Met tekst kan dat veel beter."
Broekhuizen kan zich voorstellen dat tv-producenten het experiment arrogant vinden en dat producenten van streaming video's voor internet, zoals Neos.nl, FTV en ANP zich aanvankelijk afvroegen wat de Volkskrant hiermee denkt toe te voegen. Broekhuizen: "We hebben uitgelegd dat we niet kunnen noch willen concurreren met het verslaan van het harde nieuws. We proberen videorapportages te maken die bij een artikel van de krant passen. We proberen bijvoorbeeld in beeld te brengen hoe de mensen eruit zien en klinken die in het stuk beschreven worden. Hoe praten ze?"
De Volkskrant vindt het experiment nu al geslaagd en het team zal worden uitgebreid naar vijf journalisten. Daarnaast zal Standplaats Utrecht, ook over onderwerpen gaan die zich buiten de regio Utrecht afspelen. Geert-Jan Bogaerts, chef internet van de Volkskrant, verwacht dat de journalisten van Standplaats Utrecht zich over een tijd alleen op de productie van video zullen concentreren.
Bogaerts: "De internetredactie van de Volkskrant wordt uitgebreid. Hierbij nemen we eerder journalisten aan met multimediale kwaliteiten." Of er meer werkgelegenheid komt binnen de Volkskrant weet Bogaerts niet. "Feit is dat er een verschuiving plaatsvindt naar multimediale journalistiek", zegt Bogaerts. De Volkskrant gaat net als de Franse krant Le Monde bloggers inzetten om zijn content te verrijken. Bogaerts: "We staan open voor vloggers."
Behalve het experiment Standplaats Utrecht gaat de Volkskrant de toekomst met beeld in met met Palazzina Producties in de joint-venture VPTV. Bogaerts: "Één keer in de drie weken komt er een aantal Volkskrant-journalisten en tv-producers van Palazzina samen om ideeën uit te werken voor nieuws- en actualiteitsprogramma's."
Proeven bij Wegener
Dit najaar zal volgens Jos Schreurs, directeur business development en informatie management van Wegener Dagbladen, een pilotstudie uitgevoerd worden naar het verrijken van de site van een van Wegeners online kranten met audiovisuele content. Wegener kiest ervoor om zelf video's te produceren door middel van camjo's en opnameteams voor grotere evenementen.
Schreurs: "Dat de kwaliteit van deze online video's lager is, is minder belangrijk, omdat gebruikers van internet een minder hoge verwachting hebben van audiovisuele content dan tv-kijkers."
Schreurs verwacht dat er een verschuiving van de werkgelegenheid zal komen in de journalistiek bij Wegener. "Ik zie geen nieuwe verdienmodellen met multimedia, dus zullen er geen journalisten bijkomen. Een aantal bestaande schrijvende journalisten zal zich moeten bijscholen om video-opnames te kunnen maken."
De ervaringen van de proef zullen gebruikt worden ten voordele van de online kranten van Wegener, in elk geval bij de titels die zelfstandig blijven, wellicht ook als die opgaan in de fusiekrant met het AD. Ze zullen vanaf januari 2006 verrijkt zullen worden met video's. Schreurs: "Naast streaming video's zullen de dagbladen van Wegener een faciliterende rol gaan spelen. Zo beginnen we bij de Wegener-titels vanaf begin 2006 bijvoorbeeld met het hosten van blogs van abonnees. Ik verwacht dat het internetgebruik door de multimediale verrijking en user-generated content licht zal stijgen."
NRC ondernemend
NRC Handelsblad (partner van Netkwesties) deed tot vorig jaar ervaring op met de redactie van het tv-programma Lezen Etcetera in samenwerking met AT5.
Vanuit de redactie zelf kwam een idee op hetzelfde terrein voor een nieuw krant-internetformaat dat lezers bindt en interactief met elkaar in contact brengt: Leesclub.
Daarnaast liet de krant een debat van alle correspondenten in Moskou uitzenden via Holland.doc en een boekenprogramma via /geschiedenis - beide themakanalen van de VPRO. Volgens Jan Benjamin, chef internet van NRC Handelsblad, zullen zijn correspondenten wellicht na de zomer ook voor meer media content gaan leveren en zullen net als bij de Volkskrant aangemoedigd worden om video's op te sturen.
De diashows met voice-over, waar gebruikers zelf naar een bepaalde dia kunnen springen, is een prima stap op weg naar bewegende beelden. De Washington Post en New York Times gebruiken ze ook. Benjamin: "Ik verwacht dat multimediaal verrijkte content beter bekeken zal worden. Maar het is wel afhankelijk van de positie waarop je de multimediale content presenteert."
Kan het nog zonder?
Benjamin vindt dat de website van NRC alleen verrijkt dient te worden met video's als deze werkelijk waarde toevoegen, zoals bij sportverslagen of de tsunami. Benjamin: "Het publiek is voor video een hoog kwaliteitsniveau gewend. We willen bijvoorbeeld niet met maar één camera een popconcert verslaan. Als je geen professionele opnamen vanuit verschillende perspectieven kunt maken, kun je je als krant beter richten op waar je wel goed in bent: tekst en stilstaand beeld."
Kranten dienen zich volgens Benjamin te baseren op hun kern die hoe dan ook zo krachtig mogelijk moet zijn: foto- en geschreven journalistiek. Vanuit die kracht moet een titel de waarde bepalen van toevoegingen (en investeringen) in beeld en geluid. Broekhuizen van Standplaats Utrecht stelt vooralsnog vast: "Multimedia is geen money maker."
Maar kan een online krant nog wel zonder multimedia? Chavannes van FTV vergelijkt een nieuwssite met en zonder multimedia, respectievelijk met een stoomtrein en een auto. Chavannes: "We staan pas aan het begin van wat technologisch mogelijk is op het gebied van multimedia. Ik kan niet wachten tot videofilmpjes in flash kunnen draaien, zodat je als gebruiker deze filmpjes bijvoorbeeld vertraagd kunt afspelen en naar een punt dat voor jou relevant is kunt doorspoelen."
Broekhuizen is het met hem eens: "Je kunt je natuurlijk afvragen of de audiovisuele content de geschreven content niet kannibaliseert. Maar ik ben ervan overtuigd dat multimedia voor nieuwssites een conditio sine qua non is. Gebruikers verwachten het."
Rijper van Neos.nl denkt, in markttermen, dat het aanbod van nieuwsvideo's al erg vol is: "Nederland is een relatief kleine markt. Als er weinig nieuws is en je kijkt naar de tv, dan wordt alles diverse malen door het journaal en diverse actualiteitsprogramma's behandeld, zonder dat er door de afzonderlijke programma's iets toegevoegd wordt. Er is uiteindelijk slechts ruimte voor een paar nieuwssites met video's."
Conclusies
Toen de telefoon werd uitgevonden, werd gedacht dat dit handig was om te vragen of het telegram al was aangekomen. In een dergelijke beginfase lijken de Nederlandse media te zijn beland wat betreft de toepassingen van multimedia.
Net zoals de eerste tv-programma's eigenlijk radioprogramma's waren met beeld, zo worden de nieuwssites nu verrijkt met wat filmpjes, zonder gebruik te maken van digitale grammatica. Met behulp van de terminologie en dimensies van Nora Paul worden de bouwstenen aangedragen om een daadwerkelijk digitaal verhaal te ontwikkelen. Er kan veel geleerd worden van de buitenlandse ervaringen.
De mainstream media hebben het blogfenomeen rijkelijk laat onderkend en de meeste media hobbelen wat betreft participatieve journalistiek nog steeds achter de feiten aan. Door de fragmentatie van de media via digitale kanalen lijken de mainstream media met één schok wakker geworden te zijn. Het besef bij hoofdredacteuren, allen veertig-plussers, is er dat er op de nieuwe technologieën moet worden ingespeeld.
De vraag naar ruimte in de markt is nog niet beantwoord. De praktijk zal moeten uitwijzen of de run op beeld en geluid economisch verantwoord is. Het gaat nog om hele lage 'kijkcijfers' op de nieuwe kanalen, een lange adem lijkt noodzakelijk.
Met om economische redenen lijkt het erop dat de echte verandering van onderaf moet komen, net als het blogfenomeen - van jongeren die met internet zijn opgegroeid en massaal met hun muis zullen stemmen voor snappy, niet-lineaire, gratis multimediale content die hun participatie in een conversatie waardeert.
Net als de eenvoudige publicatietechnologie blogs enorm heeft gepopulariseerd, zo zal er waarschijnlijk ook software komen die multimediale presentaties eenvoudig maken voor de massa. De nadruk van de werkzaamheden van journalisten zal wellicht meer komen te liggen op de selectie en verificatie van feiten, het plaatsen van content in de juiste context en het aangaan en faciliteren van een dialoog met de mediagebruikers.
Mocht u nog twijfelen of multimedia overtuigender is dan geschreven tekst, bekijk dan twee BBC websites over drugs; een zonder multimedia waar het verhaal lineair wordt verteld en een met multimedia waar het verhaal non-lineair wordt gebracht. Pas op: multimedia kan verslavend zijn.
[Danny Friedmann, 12 mei 2005]
|