Dat zoeken we op!
"Dat zoeken we op." Weet u het nog? Die niet nader te noemen tv-quiz van weleer. De zwetende kandidaat die het antwoord ditmaal echt niet paraat blijkt te hebben en dan zijn secondant vertwijfeld om assistentie vraagt. De trillende secondant die vervolgens als een razende de naast haar opgestelde encyclopedie raadpleegt. Op zoek naar dat enige, echt juiste, antwoord. Dat waren nog eens tijden!
Hoe anders is het nu. Wie weet nog dat enige, echt juiste, antwoord te vinden in onze virtuele encyclopedie? Kunnen we blindelings vertrouwen op onze digitale secondanten Google of Yahoo? Wat weten we eigenlijk van deze hulpverleners in onze informatienood?
Wat we wel weten is wat we niet weten, namelijk hoe ze nu precies de gevraagde informatie traceren, selecteren en vervolgens presenteren. Veel, heel veel, blijft onduidelijk over de echte overwegingen van zoekmachines om een bepaalde pagina op nummer 1 van de gepresenteerde lijst te zetten en een andere website slechts plaats nummer 10 toe te delen.
Kijkt u wel eens kritisch naar de gepresenteerde volgorde? Of neemt u veelal snel de eerste optie?
En onze virtuele secondanten zijn natuurlijk ook in hun zoektocht te beïnvloeden, om commerciële dan wel politieke redenen. Zonder dat we het weten dan wel er in eerste instantie erg in hebben. Zo bleek onlangs een zodanige wijziging bij Google Image Search te zijn doorgevoerd dat een zoektocht aldaar op termen als 'Abu Ghraib' of 'Iraq torture' geen enkele foto over de Amerikaanse misstanden meer opleverde. Eenzelfde zoektocht via Altavista toverde de foto's echter wel tevoorschijn.
Bovendien: heeft u wel eens stilgestaan bij de vraag wat onze virtuele secondanten inmiddels zoal van ons weten? Massa's gegevens die een aardig profiel van uw 'identiteit' of 'identiteiten' opleveren. En niemand die er eens kritisch naar vraagt, laat staan om inzage of correctie vraagt.
Inmiddels hebben onze oosterburen hun vertrouwen in deze virtuele secondanten opgezegd en de organisatie SuMa opgericht. SuMa staat voor ; Vereins zur Förderung der Suchmaschinentechnologie und des freien Wissenszugangs'. Onder leiding van diverse prominenten werkt de organisatie aan regionale zoekmachines om het machtsmonopolie van de grote mondiale zoekers zoals Google en Altavista te breken. Vrije en onafhankelijke kennis staat op het spel, aldus de initiatiefnemers. Open source voor zoekmachines is hun antwoord.
Maar stel dat met dergelijke initiatieven onze virtuele secondanten transparant en controleerbaar worden. Is dat enige, echt juiste en onafhankelijke, antwoord dan inderdaad in de virtuele wereld te vinden?
Vooralsnog is daar weinig hoop op. Want wie garandeert de kwaliteit van die oneindig grote hoeveelheid informatie die we met z'n allen inmiddels op het internet hebben geplaatst?
In de fysieke wereld vindt de verspreiding van informatie en kennis plaats via vertrouwde kanalen zoals tijdschriften, kranten en radio of tv. Voordat deze informatie tot ons komt is ze veelal uitgebreid besproken, beoordeeld, gecheckt of gedubbelcheckt. Maar internet heeft informatieverspreiding tot in onze achtertuin gebracht. Ontevreden consumenten, eigengereide burger of hulpeloze patiënten: ze zoeken allen hun heil bij de nieuwe digitale encyclopedie. U vraagt en er is altijd wel iemand die draait. Doet er niet met wat voor informatie. Ontevreden: uit u vooral in de online wereld!
Een studie uit 2002 naar de kwaliteit van medische en financiële informatie op internet, verricht door Consumers International in samenwerking met Consumer Webwatch, liet al zien dat bij ten minste 50 procent van de websites niet kon worden vastgesteld hoe de informatie tot stand was gekomen en hoe ze op waarde te schatten was. Daarbij bleek bovendien dat de uitspraken over medische dan wel financiële zaken op zo'n 65 procent van de websites veel te vaag of onvoldoende specifiek was.
Een vertegenwoordiger van Consumers International stelde in een reactie dat "consumers are being put at risk by misleading, inaccurate and incomplete information... " Nog vorige maand berichtte BBC News dat mensen maar beter twee maal kunnen nadenken alvorens ze vertrouwen op online medische informatie.
Kwetsbaarheid van onze informatiesamenleving. Het is inmiddels een onderwerp dat een groot aantal personen en instanties bezighoudt. Maar helaas blijft de aandacht en discussie veelal beperkt tot de kwetsbaarheid van de infrastructuur en de toegangsfaciliteiten.
Zelden is er oog voor de kwetsbaarheid van onze nieuwe informatiebronnen en de organisaties die zich met het nieuwe informatiespel bemoeien. Het lijkt deelnemers aan dit spel er weinig aan gelegen een echt betrouwbare en controleerbare secondant aan hun zijde te vinden. En over de kwaliteit van het door deze secondant gegeven advies maken zij zich kennelijk al helemaal geen zorgen.
Bovendien, althans zo is het standpunt van een aantal beleidsmakers, wie nog niet met de nieuwe informatiewereld kan omgaan moet het maar leren. Afgelopen augustus verscheen een rapport van het Rathenau Instituut getiteld 'Even geduld aub! De kwetsbaarheid van de informatiesamenleving, oorzaken en gevolgen van verstoringen in de ICT-infrastructuur'. Illustratief, maar zeker ook stuitend, is de in dit rapport door een deel van het Ministerie van OC&W geventileerde mening dat kinderen gewoon maar moeten leren omgaan met schadelijke en kwalitatief slechte informatie.
Zo. Kennelijk hebben de volwassen heren en dames van dit ministerie de benodigde kennis wel in pacht. Zullen we ze maar gauw die onvolprezen betrouwbare en controleerbare zoekmachine laten maken! Hebben we in navolging van openbare bibliotheken en openbare scholen ook gelijk een openbare zoekmachine.
Corien Prins, 18 november 2004
|