NETKWESTIES magazine over maatschappij en internet kleine letters normale letters grote letters
10-09-2004 bepaal de lettergrootte
ACTUEEL COLUMNS COLOFON ABONNEER

Regels voor internet: nieuwe bezems?

Advocaat Alberdingk Thijm wil nieuwe regels omdat internet anders is dan de 'offline wereld'. Dat stuit wetenschapper Pieter Kleve tegen de borst. Twee boeken met twee visies op het reguleren van internet.

Van de aloude domeinkapers tot internetters die muziek en films 'delen' - internet is een groeiende werkverschaffer van de rechterlijke macht. Dit roept de vraag op of de 'oude' wetten nog wel voldoen voor het mondiale communicatienet.

Daarover gaan ook de twee lange geschriften die deze week verschenen. Het boek Het Nieuwe Informatierecht van Alberdingk Thijm is van de twee het beste leesbaar. Hij ontleedt de complexe materie helder.

De schrijver noemt het "populair-wetenschappelijk". Het is geannoteerd, maar jargon en theorievorming zijn beperkt. Dit in tegenstelling tot de meer dan 400 pagina's tellende dissertatie Juridische iconen in het informatietijdperk van rechtswetenschapper Kleve, die vandaag op het onderwerp promoveert. De promotie staat in de schaduw van Alberdingk Thijm, die zorgvuldig publiciteit plande.

Handig naslagwerk

Alberdingk Thijm strooit met allerlei actuele voorbeelden: van de seksvideo van Paris Hilton tot de zaak over de domeinnaam 9292.nl. Daarmee is het boek ook een handig naslagwerk geworden. Nadeel is dan dat sommige zaken zo 'klein' zijn, dat ze snel in de vergetelheid zullen raken. Jurisprudentie over internet kan bovendien snel veranderen - de schrijver kan vandaag met versie II beginnen.

Alberdingk Thijm blikt op van alles terug: van het touwtrekken om domeinnamen, de frustraties over spam, de onstuimige opmars van de peer-to-peernetwerken tot de grenzen aan de meningsuiting en de aansprakelijkheid van zoekmachines en providers. Op het strafrecht gaat de advocaat nauwelijks in, daar houdt hij zich namelijk niet mee bezig.

Hij interviewde ook: publiciste Karin Spaink over haar slepende conflict met de Scientology-kerk, domeinkaper Gijs Graafland van Namespace, de spammer Thijs Cobben van Ab.Fab en de kunstliefhebber Ton Cremers, die wegens onterechte beschuldigingen in Amerika een forse schadeclaim aan zijn broek kreeg. Jammer genoeg staan de interviews enigszins plompverloren bij de hoofdstukken.

Eigen belang

Het hoofdstuk over uitingsvrijheid vond Alberdingk Thijm het moeilijkst. "Daar moest ik me echt in verdiepen. Het is ook lastig, omdat het een erg internationaal onderwerp is en het in feite weinig met technologie te maken heeft, maar meer met de ongeremde mogelijkheden om te publiceren in de publieke ruimte", vertelt de advocaat.

Een beetje storend in het boek is dat het belang van de auteur niet altijd even zichtbaar is. Diverse van de genoemde bedrijven en geïnterviewden waren of zijn klant van Alberdingk Thijm. De vraag is dan of zakelijk belang en persoonlijke meningen identiek zijn.

Zo levert hij kritiek op de macht van Google, terwijl zijn advocatenkantoor eerder dit jaar in opdracht van een cliënt een schikking trof met 's werelds grootste zoekmachine, omdat die door het toelaten van advertentie-link met de exacte naam van het Nederlandse bedrijf in zijn advertentiesysteem AdWords het merkenrecht had geschonden. Die kwestie is trouwens niet naar buiten gekomen.

Offline wereld anders dan online

Alberdingk Thijm meent, in tegenstelling tot Kleve, dat internet op gespannen voet staat met veel bestaande wetgeving. Door internet wordt alles 'virtueel', door internet verdwijnen grenzen, niemand heeft de regie.

"Wat offline geldt, geldt niet online, en vice versa", schrijft Alberdingk Thijm meermaals. Dat is precies het tegenovergestelde als wat het Paarse kabinet eind jaren 90 zei, gestimuleerd door juristen als Babiche Westerbrink, toen een 'opinion leader': "Wat offline geldt, moet ook online gelden". Die zin komt bijvoorbeeld voor in de nota Wetgeving voor de elektronische snelweg uit 1998.

Dit stoort Alberdingk Thijm mateloos: "Wij hebben onze regels in de offline wereld gebaseerd op een aantal veronderstellingen: de aanwezigheid van materie, de aanwezigheid van grenzen en de aanwezigheid van centraal, commercieel en openbaar handelen." Online ontbreken die vaak, waardoor "internet anders gereguleerd moet worden dan de fysieke wereld".

Virtueel gelul

En juist op dit punt botst Alberdingk Thijm met Pieter Kleve. Die vindt het onzinnig om internet "een virtuele wereld" te noemen en er speciale wetten op los te laten. "Dat vind ik loze kretologie. Verschrikkelijk gelul van Alberdingk Thijm. Hij spreekt van 'de offline wereld', maar zoiets bestaat toch helemaal niet! Er is maar één wereld", aldus Kleve tegen Netkwesties.

Wat hem betreft kan zowel het standpunt van de internetadvocaat als dat van de regering in de prullenbak. Dus niet: wat offline geldt, geldt niet online (Alberdingk Thijm), maar ook niet 'wat offline geldt, geldt ook online' (Paarse kabinet). "Ik vind dat praten in metaforen. Dat brengt metaforische oplossingen voor metaforische problemen, daar schiet je dus niks mee op."

Internet is volgens hem: "Gewoon een aantal communicatieprotocollen die het mogelijk maken bestanden te verplaatsen." De tegenstelling tussen virtueel en echt is er niet. "Handelingen op het internet zijn net zo 'echt' als in de echte wereld", schrijft Kleve.

"Bestelprocedures op het internet zijn net zo goed rechtshandelingen als aankopen in een winkel, zijn net zo goed feitelijke handelingen gericht op een beoogd rechtsgevolg. Niet op een virtueel rechtsgevolg. Nee, het enige aan het internet waar we een virtueel karakter aan kunnen toeschrijven, zijn computerspelletjes, of andere simulatiespelen."

Oftewel: alle bestaande rechtsregels gelden ook gewoon al op het internet. Kleve wordt fel: "Advocaten verdienen er hun geld mee door te doen alsof we met iets nieuws, iets vaags te maken hebben. De conclusie van Alberdingk Thijm verbaast me niks. Hij heeft een eigen advocatenkantoor dat zich alleen met dit soort dingen bezighoudt, hij heeft er dus belang bij. Dan is het niet zo gek te pleiten voor wetten waarin internet expliciet staat genoemd."

Waarom al die ICT-wetten?

Advocaten schrijven geen wetten, dus waarom ontstond er de afgelopen jaren zoveel wetgeving speciaal bedoeld voor allerlei nieuwe technologiën? Vanwaar al die ICT-wetten? Volgens Kleve door de invloed van gelobby vanuit de industrie. Wettenmakers zijn daar gevoelig voor.

"Als bedrijven klagen dat software niet in de auteurswet staat, hebben ze eigenlijk ongelijk: het woord 'software' hoeft niet in een wet om het toch beschermd te laten zijn. Maar de wettenmakers - ambtenaren en politici - hebben er allebei belang bij om maar zoveel mogelijk wetten te maken. Daar zitten ze immers voor."

Hoe moet het dan? "Ze moeten ook eens een keer 'nee' leren zeggen, als een wet niet per se nodig is", vindt Kleve. "Maar nee zeggen kost niks, dan kan je geen aanspraak maken op potjes geld. En politici willen vaak stemmen trekken met aparte wetten. Spamplaag? Hup, een nieuwe wet! Dat scoort! Hetzelfde geldt voor terrorisme bestrijden door opslag van datagevens."

Ten onrechte wekken politici met hun nieuwe wetten de suggestie dat ze iets oplossen. "Net alsof de verplichte identiteitskaart voetbalvandalisme of zwart rijden zou oplossen... Daar geloof ik niet in."

Wetenschap en journalistiek falen

Van de oppositiepartijen komt het heil ook niet, weet Kleve. "Ze protesteren tegen de ene wet, bijvoorbeeld de verplichte opslag van verkeersgegevens, door weer om strengere privacywetten te lopen zeuren en dat werkt niet. De ene wet is nog onzinniger dan de andere. Onze privacywet is bijvoorbeeld al veel te streng en veel te gedetailleerd. Weg ermee, streep erdoorheen."

De wetenschap en journalistiek falen in het tegengaan van nutteloze ICT-wetten, vindt hij. "Wetenschappers zijn niet objectief. Ze worden vaak betrokken in het voorbereiden van wetten, voor advies. Ze vrezen niet populair te worden als ze zeggen dat een wet in zijn geheel overbodig is. Want dan raak je misschien je onderzoeksgeld kwijt. De media hebben te weinig geld voor eigen onderzoek, ze zijn afhankelijk van anderen. Daardoor willen ze graag vriendjes blijven met de wetenschap en politiek."

Nader tot elkaar

De speciale technowetten werken volgens Kleve voor geen meter. Neem de Europese nieuwe richtlijnen over auteursrechten. "En kijk dan naar zoiets als p2p. Mensen denken dat het niet mag en doen het toch massaal, dan kan je het wel extra verbieden, maar dat is niet realistisch. Wie stelt dat op den duur de beveiliging van geluidsdragers zo goed zal worden dat je maximaal maar één kopie kan maken is niet realistisch. Wie denkt dat hij de techniek kan tegenhouden vergist zich."

Op dit punt naderen Kleve en Alberdingk Thijm elkaar wel weer dicht. Beide pleiten voor een heffing op het downloaden van auteursrechtelijk beschermd materiaal via p2p-netwerken. Zoals er nu een heffing is op lege audio- en data-cd's, zo moet die er ook komen voor de breedband-internetverbinding. De vraag is alleen hoe dat het beste is te regelen.

De heffing moet niet worden opgenomen in de abonnementsgelden van de verbindingen, vindt Alberdingk Thijm. Dat zou dan weer oneerlijk zijn ten opzichte van de providers. Kleve is wel voor een heffing op internetabonnementen: "Dan kan je bijvoorbeeld mensen met breedbandverbindingen zwaarder belasten, omdat die meer zullen downloaden. Ik zie niet hoe je dat anders kan doen." Over de bijzondere rol van de providers als onmisbare tussenpersonen van het internet, vinden Kleve en Alberdingk Thijm uiteindelijk ongeveer hetzelfde.

Zo zijn de verschillen tussen Kleve en Alberdingk Thijm uiteindelijk nog niet zo groot als ze lijken. Het onderscheid zit hem vooral in de manier waarop ze internet willen reguleren.

Vierde macht

Tot slot komt Kleve in zijn promotieonderzoek tot twee oplossingen voor de in zijn ogen wildgroei aan ICT-regels. Allereerst moet er minder geld gaan naar de mensen die de wetten maken en meer geld naar een 'vierde macht', de onafhankelijke toezichthouders, zoals de Rekenkamer en de Ombudsman.

Hoewel zijn dissertatie logischerwijs minder sprankelend is dan het populair-wetenschappelijke boek van Alberdingk Thijm, brengt Kleve met zijn uitgebreide zoektocht naar oorzaken, en vervolgens zijn messcherpe oordelen, wel voor een frisse kijk op internet en de regulering ervan. En dat is best welkom.

Tonie van Ringelestijn, 10 september 2004

Verder in editie 108


columnist COLUMN
Laurens Mommers

Vissen in troebel water

... en andere redenen om Microsoft te vertrouwen. Lees verder »


Netkwesties zoekt steun

En u kunt helpen! Lees verder »