Als alternatief voor het huidige "verstikkende" auteursrecht wil Creative Commons duizend digitale bloemen laten bloeien. Vanaf vrijdag 18 juni 2004 is er een officiële Nederlandse versie van dit licentiesysteem. Voorlopig zal Creative Commons een marginaal verschijnsel blijven.
Lees ook ons interview met Lawrence Lessig
Auteursrechten en digitale communicatie zijn - we schrijven er regelmatig over - mede dankzij internet elkaars aartsvijanden geworden. Auteursrechten gelden steeds vaker automatisch, langer en voor steeds meer dingen, terwijl door computers en internet de verspreiding en de schending van de auteursrechten kinderspel zijn. Uitgevers en de pretindustrie trachten met nieuwe kopieerbeveiligingen, voorlichting en digitaal rechtenmanagement de downloadende, delende en knip-en-plakkende burger het hoofd te bieden. Het is een kat-en-muisspel.
Gevolg van de opmars van auteursrechten is volgens sommigen dat het nuttigen van 'cultuur' wordt beknot. Het aandeel boeken, muziek en kunstwerken in het publieke domein neemt - mede door de verlenging van de termijn van het auteursrecht - in hoog tempo af.
Als verzetsdaad tegen de strenge Amerikaanse auteurswet richtte de Amerikaanse rechtenprofessor Lawrence Lessig van de Stanford Universiteit in Californië anderhalf jaar geleden samen met enkele anderen de Creative Commons op. Doel was een nieuwe omgang met auteursrecht en het publieke domein te creëeren, als alternatief voor een wereld die in hun ogen wordt geregeerd door dollartekens en advocaten.
Verschillende varianten
Creative Commons bestaat uit een pakket licenties, dat juridisch volledig geldig is. Het overbekende 'alle rechten voorbehouden' wordt 'sommige rechten voorbehouden'. Makers kunnen kiezen welke rechten ze wel en niet vrijgeven aan gebruikers, in een formulier op de website van Creative Commons. Zo ontstaan licentieteksten op maat.
In totaal zijn er twaalf verschillende varianten van de Creative Commons-licenties. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk een werk totaal vrij te geven aan het 'publieke domein'. Bij andere CC-licenties blijft het werk gewoon auteursrechtelijk beschermd, maar mogen anderen het gebruiken als basis voor nieuw werk.
De licentiehouder kan naamsvermelding vereisen, of commercieel gebruik niet toestaan zonder vergoeding. Verder is het mogelijk om aan te geven dat als een ander gebruikmaakt van het werk onder de CC-licentie dat ook dat afgeleide werk vervolgens weer onder dezelfde Creative Commons-variant moet worden uitgebracht. 'Share alike' heet dat. Er wordt gewerkt aan nog meer varianten van de licenties.
Het Creative Commons-systeem is bedoeld voor "mensen die begrijpen dat innovatie en nieuwe ideeën voortbouwen op bestaand gedachtegoed". Want dat is de belangrijkste boodschap van professor Lessig cum suis: nog nooit hebben minder mensen meer controle gekregen over creatieve werken dan anno 2004.
Die tendens is volgens hen wereldwijd, van de VS met hun Digital Millennium Copyright Act (DMCA) tot Europa met verscherpte richtlijnen voor (handhaving van) intellectueel eigendom. Hele delen van de bevolking worden gecriminaliseerd, vindt Lessig. Samplen, remixen en 'photofucken' zijn culturele activiteiten geworden onder jonge mensen, maar ze worden bestreden door legers advocaten.
'Oorlog'
Lessig spreekt zelfs van 'een oorlog tegen internetpiraterij' die gevoerd wordt door de muziek- en filmindustrie. Door de rechtszaken tegen drieduizend burgers vanwege het downloaden van liedjes via zogeheten peer-to-peernetwerken is er een soort extremistische sfeer ontstaan. Jongeren van tegenwoordig reageren daar ook weer extreem op, met animaties waarin ze de oorlog verklaren aan de platenindustrie.
"Beide kampen denken in extremen. Daar moeten we vanaf, we moeten zorgen dat het debat over auteursrechten weer in balans komt. Beide partijen moeten meer naar het midden omschuiven. Advocaten zullen dat niet bewerkstelligen. Voor advocaten zijn de uitersten altijd het lucratiefst," zei Lessig tijdens een lezing in Amsterdam.
Het huidige auteursrecht sluit de ogen voor de realiteit, omdat het de gebruiker van de auteursrechtelijkbeschermde werken degradeert tot passieve consumenten, schrijft Lessig in zijn boek Free Culture. Terwijl die passieve vorm van mediaconsumptie, met de 'couch patatoe' als Amerikaanse metafoor, juist niet meer past bij de nieuwe generatie. Die wil zelf ergens mee aan de slag.
Dat gebeurde trouwens ook met Lessigs eigen boek. Internetters zetten Free Culture enthousiast om in een veelvoud van formaten. Een groepje vrijwilligers las zelfs alle hoofdstukken uit het boek voor, zodat er een downloadbaar audioboek ontstond.
MIT en BBC
Aansprekende voorbeelden in het buitenland van het gebruik van Creative Commons zijn vooral het Massachusetts Institute of Technology (MIT) en de Britse publieke omroep BBC. De MIT gebruikt het voor Open Courseware, een ambitieus project waarmee de universiteit al het lesmateriaal publiekelijk beschikbaar maakt.
De BBC maakte eind vorige maand bekend dat het zijn omvangrijke online archieven zal publiceren onder een soort Creative Commons-licentie. Verschil is wel dat er volgens het Britse wet in moet staan dat het vrije gebruik alleen geldt voor de Britse belastingbetaler. Keller: "Maar ze zullen vast niet zo goed controleren of je vanuit Groot-Brittannië surft."
Ook het bedrijfsleven heeft langzaamaan enige interesse voor Creative Commons. Zo werkt het Finse Nokia aan de integratie van de CC-licenties in zijn fotomobieltjes. Wie een kiekje maakt met zijn toestel, kan die vervolgens onder eigen gekozen voorwaarden doorsturen.
Nederlandse uitbreiding
Het Creative Commons-idee gaat dus de wereld over, maar de Amerikaanse licenties zijn niet geldig in het buitenland, omdat de tekst is afgestemd op de Amerikaanse wet- en regelgeving. Omdat de regels op het gebied van auteursrecht per land verschillen, komen er nationale varianten van Creative Commons. Tot nu toe zijn die er al in Brazilië, Japan, Finland, Duitsland én sinds 18 juni ook Nederland.
Het initiatief voor de Nederlandse Creative Commons kwam van DISC (Domein voor Innovatieve Software en Content), een project van de 'usual suspects' op maatschappelijk gebied en internet: de Waag Society en Nederland Kennisland. Beide clubs blijven op de been met geld van het ministerie van OC&W.
De juridische expertise komt van het Instituut voor Informatierecht van de Universteit van Amsterdam. Daar vertaalden professor Bernt Hugenholz en stagiaire Nynke Hendriks de Creative Commons-licentie naar het Nederlands recht. Nogal wat aanpassingen vergde dit, vanwege de verschillen tussen de VS en Nederland op het gebied van auteursrecht.
"In Nederland is het bijvoorbeeld helemaal niet mogelijk om afstand te doen van je auteursrecht", vertelt Hugenholz. "Je kunt wel zeggen dat iedereen het mag gebruiken, maar het blijft van jou. Op dat punt hebben we de tekst dus moeten herschrijven." Andere veranderingen betroffen de naburige rechten - de rechten van uitvoerende artiesten - en de afzonderlijke bescherming van databanken binnen de EU. In Amerika kennen ze die twee zaken niet.
Ook is het contractrecht in de VS anders dan in Nederland. Dat is van belang, omdat de Creative Commons-licentie een soort contract is dat de gebruiker aangaat. Als die zich er niet aan houdt, moet de eigenaar van de rechten effectief in verweer kunnen komen.
Breed onbegrip
Hugenholz: "Ik denk dat de meeste mensen de juridische details helemaal niets interesseren. En daar hebben ze gelijk in. Ze hoeven alleen te weten dat de licentie juridisch geldig is en wat ze ermee kunnen."
Maar dan nog: is het überhaupt wel allemaal uit te leggen aan een groot publiek? Bedenker Lawrence Lessig zelf is daar pessimistisch over. In Duitsland zei hij vorig week nog: "We moeten mensen beter duidelijk maken waar het werkelijk over gaat. Negentig procent van de Amerikanen snapt 't nog gewoon niet."
Hugenholz is optimistischer van aard: "Ik denk dat het wel makkelijk is uit te leggen. Probleem is misschien dat we in Nederland een beetje juristenschuw zijn." Een andere initiatiefnemer, Paul Keller van de Waag Society, vind dat Creative Commons nog ver van de gewone man afstaat. "Tja, ik denk dat veel mensen sowieso niets snappen van het huidige auteursrecht. Ik schat dat zeker de helft van de gebruikers van programma's als Kazaa helemaal niet het idee heeft wat wel en niet illegaal is."
Niet voor Britney...
Creative Commons is niet alleen een pakket licenties, benadrukt Hugenholz. "Het is meer een cultureel project dat tot doel heeft meer werken toegankelijk te maken voor een breed publiek. Het is zo ontworpen dat artiesten kunnen voortbouwen op andermans werk."
Op muziekgebied betekent Creative Commons nog weinig. "Het gaat niet om de grote artiesten, maar voor de onbekenden die niets liever zien dan dat hun werken vrij verspreid kunnen worden opdat hun bekendheid toeneemt. Creative Commons is niet bedoeld voor de 'creative' hits van een Britney Spears...", sneert Hugenholz.
Te denken valt ook aan de niet-commerciële wetenschappelijke tijdschriften op internet. "Creative Commons is sowieso het interessants voor partijen die niet per se hoeven cashen met hun werk, bijvoorbeeld omdat ze al gesubsidieerd worden."
Problemen met de "Buma's"
Mocht een bekend artiest toch oud materiaal onder Creative Commons willen brengen, dan stuit hij op rechtenorganisaties als Buma-Stemra en Cedar en nog vele andere. Die kunnen de deur dichthouden, want artiesten tekenden ooit voor collectieve rechteninning en zitten daar ook voor de toekomst aan vast.
Keller van de Waag: "Een artiest zou toch zelf moeten kunnen bepalen bij deze auteursrechtenclubs voor welke werken hij géén vergoeding wil zien en welke werken wél vrij gebruikt mogen worden? Maar dat kan nu nog helemaal niet. De logische volgende stap is dus dat wij van Creative Commons gaan praten met de collectieve rechtenorganisaties."
Veel vertrouwen heeft Keller daar niet in. "Hun houding is meteen al dat ze de huidige positie willen verdedigen. Ze zien alles als aanval wat niet uitgaat van het huidige auteursrechtensysteem als een aanval."
Tijdens de lanceringsbijeenkomst van Creative Commons kreeg een vertegenwoordiger van zo'n auteursrechtencollectief de kans op de kritiek te reageren. Het was niet een vertegenwoordiger van Buma/Stemra die kwam opdagen, maar André Beemsterboer van de Stichting Leenrecht en Reprorecht.
Wel of geen technische kwestie
Dat er nu geen uitzonderingen op de regel mogelijk zijn bij clubs als Buma/Stemra en al helemaal geen 'persoonlijke' licenties is volgens Beemsterboer vooral een technisch probleem. "De rechtenorganisaties zullen daarvoor veel technische aanpassingen en investeringen zullen moeten doen. Dat kost natuurlijk handen vol geld."
Die kosten zullen worden doorberekend aan die artiesten die de uitzonderingen willen maken. Dat zou inhouden dat artiesten die 'zo nodig' niet aan alles wat ze uitbrengen geld willen verdienen, daarvoor moeten betalen aan de Buma/Stemra's. Oftewel: betalen om iets weg te kunnen geven.
De uitspraken van Beemsterboer zorgden voor nogal wat gemor in de zaal. Wanneer zou zo'n 'licentiekeuzesysteem' eindelijk eens klaar kunnen zijn? "Ik schat pas over drie jaar," aldus Beemsterboer. Lawrence Lessig, die de discussie via een tolk volgde, was het in het geheel niet met hem eens. "De rechtenorganisaties kunnen nu al de mogelijkheid tot individuele licenties bieden, dat is helemaal geen technologisch probleem dat veel geld kost, het is een probleem binnen hun organisaties," aldus Lessig in een gesprek met Netkwesties.
Uiteindelijk moet er wat betreft Beemsterboer wel een situatie ontstaan waarbij de auteur zelf de exploitatie van zijn rechten kan beheren, per verschillend werk. "Dan hebben we een centrale plaats voor de licenties nodig. Die zou je dan kunnen koppelen aan systemen voor digital rights management. Dat is de ideale situatie, maar voor we daar zijn moeten we eerst door een wereld van ellende."
Doorgeslagen praktijk
Een voorbeeld van hoever het innen van geld door de collectieve auteursrechtenorganisaties is doorgeslagen is volgens Keller van de Waag Society de vergoeding die moet worden betaald aan de Stichting Reprorecht voor iedere fotokopie. "Het boek van Lessig hebben we hier gedownload, geprint en op de kopieermachine gelegd. Het boek is gratis, de licentie staat rechteninning niet toe, maar toch moet je in Nederland voor het fotokopiëren betalen, dankzij de Stichting Reprorecht."
Bij de lancering in het gebouw Post-CS werd de eerste Nederlandse Creative Commons-licentie gepresenteerd: de documentaire Hippies From Hell van Ine Poppe. De film stond al sinds vorig jaar online. De CC-licentie van Hippies from Hell is als volgt: de film is vrij te kopiëren, te verspreiden, te tonen en op te voeren en er mogen ook 'afgeleide werken' van worden gemaakt.
Tegelijkertijd ging de Nederlandse Creative Commons-site in de lucht. Er komen nog aparte onderdelen op voor muzikanten, wetenschappers, collectiehouders en onderwijzers. In november 2004, zo kondigt Keller alvast aan, volgt een internationale conferentie in Nederland over rechten, in de zijlijn van de door de Europese Commissie georganiseerde internationale conferentie over Information Society Technologies in Den Haag.
Zelf een Nederlandse Creative Commons-licentie aanvragen kan hier. Hugenholz: "Ik roep iedereen op te ontdekken hoe makkelijk het aanvragen is. Probeer het eens, het geeft een heerlijk gevoel."
Lees ook ons interview met Lawrence Lessig
[Tonie van Ringelestijn, 18 juni 2004]
Warning: include() [function.include]: open_basedir restriction in effect. File(/home/sites/www.netkwesties.nl/web/templates/artikel_kolomscheider.php) is not within the allowed path(s): (/home/netkwestie/:/tmp:/usr/local/lib/php/) in /home/netkwestie/domains/netkwesties.nl/public_html/editie100/artikel4.php on line 119
Warning: include(/home/sites/www.netkwesties.nl/web/templates/artikel_kolomscheider.php) [function.include]: failed to open stream: Operation not permitted in /home/netkwestie/domains/netkwesties.nl/public_html/editie100/artikel4.php on line 119
Warning: include() [function.include]: Failed opening '/home/sites/www.netkwesties.nl/web/templates/artikel_kolomscheider.php' for inclusion (include_path='.:/usr/local/lib/php') in /home/netkwestie/domains/netkwesties.nl/public_html/editie100/artikel4.php on line 119