Denktank-bijeenkomst journalistenbond NVJ

Inclusie: een veilige omgeving bieden ipv ‘Heb je al een piemel?’

Twee zwarte vrouwelijke journalisten, een bekende non-binaire radiopresentator, een moslim journalist/activist en een Brabantse hoofdredacteur; het blijkt een mooi gezelschap voor een onderhoudend en leerzaam debat over diversiteit en inclusie.

De Tolhuistuin in Amsterdam was woensdag 30 maart het toneel voor de kick-off van de Denktank Diversiteit & Inclusie van journalistenbond NVJ. De debatdeelnemers:
Awura Abena Simpe, voorheen advocaat en ondernemer en nu Managing Editor bij Cosmopolitan
Lara Billie Rense, radiopresentator bij de NPO, voorheen BNR, wordt nu ondernemer
Tayfun Balçik: historicus, redacteur De Kanttekening, onderzoeker naar perceptie van moslims, activist
Lucas van Houtert: hoofdredacteur Brabants Dagblad, daarvoor journalist Eindhovens Dagblad en De Gelderlander
olv Rowan Blijd: werkzaam voor KRO-NCRV, Cosmopolitan en FunX; en NVJ-bestuurder.

BBC-project

In hun inleidingen wijzen NVJ-bestuursleden Ana Karadarevic en Renske Heddema op een fraai voorbeeld van diversiteit: het 50:50 Equality Project van de BBC. Dit is gericht op gelijkwaardige inbreng van vrouwen en mannen in de nieuwsvoorziening, zowel bij journalisten als hun bronnen.

De BBC-methode steunt op stringente dataverzameling van uitzendingen, behalve over de M/V verhouding inmiddels ook ‘other diversities’: ‘De makers van de inhoud houden de genderidentiteit van hun medewerkers in het oog en streven ernaar ten minste 50% vrouwen op te nemen. Ze controleren niet of het geslacht van een medewerker verschilt van het bij de geboorte geregistreerde geslacht. Waar mogelijk, zullen de teams ook het aandeel van medewerkers controleren die zich identificeren als niet-binaire of genderqueer om hun vertegenwoordiging van alle genders te verbeteren.’

Niet de medewerkers zelf worden gecontroleerd, maar hun aandeel. Voorzichtigheid is vereist, maar etniciteit en lichamelijke beperking heeft de BBC onder één noemer gebracht, wellicht omdat ze beide zichtbaar zijn: ‘Wij hebben deze kernbeginselen van 50:50 op maat gesneden om teams in staat te stellen hun vertegenwoordiging van handicaps en/of etnische afkomst in hun inhoud te controleren en te verbeteren.’

John de Mol-schaduw

Taal telt, in aanspreken, benoemen en iets eenvoudigs als namen onthouden; of spellen. Zo moet ik voor dit verslag leren hoe je de ç van Balçik tikt, maar zou hij zich in Nederland niet ‘gewoon’ Balcik kunnen noemen? Van die dingen.

Zo ontstaat het grote risico op een gevoelige uiting. Lucas van Houtert laat zich tijdens het debat, gedurende een gloedvol betoog voor meer vrouwelijke invloed en chefs, deze zin ontvallen: ‘En ik hoop dat vrouwen zo moedig zijn om dit te vertellen, hoop ik op een begin van een verandering.’

Dat herinnert direct aan de gewraakte reactie van John de Mol in de Boos-uitzending over The Voice, die hij ‘rot geschrokken’ rechtzette. Rense tegen Van Houtert: ‘Je zegt dat je hoopt dat vrouwen zo moedig zijn om…Leg je het dan neer bij de vrouwen? Maar als het zo’n mannenbolwerk is, kan er een nare sfeer ontstaan. Hoe zorg je ervoor dat vrouwen zich veilig voelen?’

Van Houtert, aanvullend: ‘Als vrouw moet je je niet invechten natuurlijk, maar wat power helpt wel. Alle chefs van het Brabants Dagblad zijn op gesprek geweest bij een coach om hun perspectief te helpen veranderen. Mensen moeten elkaar durven aanspreken, en eerst afspraken maken wat wij wel en niet OK vinden. Maar ik heb de wijsheid niet in pacht, dus alle suggesties zijn welkom.’

NPO versus NOS

Ook met de non-binairiteit van Rense zijn taal en benadering wezenlijk. Zo staat er in haar profiel voor het debat: ‘Diens carrière begon in 2002 bij BNR Nieuwsradio…’ Qua taal en uitingen trok de coming-out van Lara Billie, begin 2022, deze avond de aandacht.

Blijd: ‘Hoe voelde het om de eerste keer te gaan vertellen: ‘Ik ben voortaan Lara Billie Rense’? Hoe was toen je gevoel van veiligheid?’ Rense: ‘De hele dag al, 21 februari, voelde ik een gigantische spanning. Op de vloer voelde ik me veilig op het moment dat als radiopresentator ging zeggen dat ik non-binair ben en een naam toevoeg aan mijn naam. Ik zei ook dat ik niet als vrouw wilde worden aangesproken. Dat moest ik wel even uitleggen, aan de luisteraars en de collega’s.’

Ze opende de kast op de radio in Nieuws & Co: ‘Tot u spreekt de eerste non-binaire radiopresentator van Nederland.’ Ze deed dat ook schriftelijk, om anderen de kans te bieden zich daarin te verdiepen. De verandering naar Lara Billie was voorbereid in de Volkskrant. ‘Naast Lara ga ik een extra voornaam gebruiken die de gelijktijdigheid benadrukt. Zo wordt mijn nieuwe, volledige naam een uitdrukking van mijn mannelijk- en vrouwelijkheid. Het kiezen van de nieuwe naam voelde als een soort wedergeboorte.’

Over de redactievergadering zegt Rense: ‘Ik kreeg geen rottige vragen. Later wel, een collega presteerde het om naar mijn kruis te wijzen met de vraag: ‘Heb je al een piemel?’ Ik dacht eerst aan een grapje, want het is iemand die ik heel erg waardeer. Ik was niet terneergeslagen maar het was wel impertinent. Toen ben ik het gewoon gaan uitleggen: er was alleen een borstoperatie. Later vond ik het niet goed.’

Rense probeert begripvol te blijven: ‘Ik besef dat er een balans moet zijn tussen de ruimte die ik  inneem met mezelf en de mate waarin ik heftig reageer op mensen. Ik wil openstaan voor vragen. Die opmerking kwam waarschijnlijk voort uit een soort onvermogen van haar. Dat heet onbewust onbekwaam. Ze doet het niet expres.’

Aan het eind van het debat keert haar emotie terug, na de vaststelling dat de NOS en andere omroepen qua gender doorgaans goed bezig zijn. Rense: ‘Toen ik naar buiten trad met mijn non-binaire identiteit, waren twee reacties heel typerend. De een was van de NPO, de ander van de NOS, ik zal niet zeggen wie er wat zei. De ene leidinggevende zei bij mijn aankondiging op de radio: ‘Moet dat echt nu!?’ De andere reactie: ‘O, wauw, ik ben zo trots dat dit mogelijk is op Radio 1, en dat wij hiervoor kunnen staan. Wat heb jij nodig?’ 

Behoudend groepsgedrag

De rode lijn van en kern van dit NVJ-debat vormt het bieden van een veilige omgeving op redacties. Meer dan eens stuiten mensen uit minderheden bijvoorbeeld op laf geroepsgedrag. Individueel worden ze met alle respect tegemoet getreden, maar in groepsoverleg vinden ze veel minder expliciete steun. Voor een veilig gevoel is dat niet goed

Oftewel: ‘Ze was de enige persoon van kleur op deze redactie. Toen ontstond er een soort stilte, ze ging terug naar haar plaats. Daar kwamen redacteuren een voor een aan haar bureau met complimenten. ‘Wat goed van je.’ Maar in de groep werd ze niet ondersteund. En daar gaat het juist om. De plek in de groep wordt dus niet als veilig ervaren.’

Volgens Rense is dit vooral te wijten aan de leidinggevenden. ‘Die moeten zich kunnen verplaatsen in wat die persoon van kleur ziet en ervaart in de werkomgeving.’ Awura Abena Simpe: ‘Mijn hoofdredacteur, geen vrouw van kleur, vindt inclusiviteit heel belangrijk en handelt daar ook naar. Met elke nieuwe persoon die we inhuren of onderdeel wordt van het team, houdt ze rekening met inclusiviteit.’

Balçik: ‘Veel hoofdredacteuren hebben er een blinde vlek voor. Een persoon van kleur, of ook een vrouw, snapt gelijk wat je als lid van een minderheid voelt. We moeten die witte weerstanden of agressie dus steeds benoemen. Iemand als Wierd Duk stelt gewoon: “Nederland is helemaal geen racistisch land.”

Dus moet je met voorbeelden komen die zijn stelling ondermijnen. Ik heb me ingevochten in de mediawereld en ik maak gewoon ruzie. Waarom mag ik een term als ‘islamofobie’ niet gebruiken? Ik geloof niet in die veiligheid. Je moet de discussie in de groep aangaan, dat het plenair voor je wordt opgenomen.’

Ongemak en sensitief worden

Rowan Blijd: ‘Hoe neem je en geef je die ruimte als lid van een gemarginaliseerde groep?’ Balçik: ‘Dat is een gevoelig onderwerp, want ik heb te maken met agressie. Je moet dat gevoel van ongemak teruggeven door te zeggen: ‘Dit is niet OK’. Maar je wilt ook niet als probleemmaker te boek staan door de hele tijd je ongemak te centreren.’

Wel vindt hij het ‘heel ongemakkelijk’ om tijdens een voorstelrondje zijn gender uit te spreken. ‘Soms word je bij vergaderingen daartoe haast gedwongen. Dan spreek ik uit dat ik dat moeilijk vind, omdat ik mezelf zo nooit heb voorgesteld. Waarom dat aspect van je zijn bij iedereen centraal moet staan is me niet helder.’

 Rense: ‘Het doel hiervan is dat als iedereen zich uitspreekt over zijn identiteit, je als lid van een minderheid niet alleen staat.’

Abena Simpe: ‘Iedereen kan dat ongemak voelen, maar dat is OK. Dit is precies waar het om gaat. Het geldt niet alleen maar voor de witte mannen, het geldt voor iedereen.’

Rowan Blijd: ‘Hoe creëer je als hoofdredacteur die veilige ruimte?’ Van Houtert: ‘Door zelf iets uit te stralen, maar vooral door de redactie, beginnend met de chefs, sensitiever te krijgen. Als de redactie sensitief is, voorkom je veel problemen of worden ze eenvoudiger opgelost. Van een collega leerde ik: als je wilt dat mensen veranderen, moet je ze de pijn van de anderen laten voelen. Mensen willen anderen graag begrijpen en helpen.’

Hij heeft bij Brabants Dagblad eerst de positie van vrouwen als minderheid op de agenda gezet. Binnenkort gaat de hele redactie discussiëren over identiteiten. ‘Eerst heb alle vrouwen bij elkaar gehad en gevraagd: wat is jullie boodschap als vrouw bij de redactie van het Brabants Dagblad? Sommigen snapten niet waarom we er zaten, bij anderen kwam het heel hard binnen en vielen er tranen.’

Die sensitiviteit toont Van Houtert: ‘Je kunt het zien, en dat is niet negatief bedoeld, als een subtiel systeem van vrouwenonderdrukking. Bijna alle leidinggevenden zijn man, de hele organisatie is ooit bedacht door mannen, de cultuur en normen zijn mannelijk. Dat gaat niet enkel om de vereiste dat je fulltime beschikbaar moet zijn om leiding te geven. De meer vrouwelijke onderwerpen werden tijdens ochtendvergaderingen het eerst afgeserveerd. Met die optelsom kan het voor vrouwen in de dagelijkse werkelijkheid heel moeilijk worden. Dat wil ik onze redactie laten zien en voelen.’

Dan wordt geopperd dat Van Houtert als baas moet plaatsmaken voor een vrouw. Een reële kwestie, oppert hij, want bij DPG Media wordt voor vrijkomende leidinggevende posten naar vrouwen gespeurd. Bij het AD zijn hoofdredacteur en adjunct nu vrouw. Eenvoudig is het niet, omdat ervaring met leiding geven vaak bij mannelijke witte chefs zit.

Rense verhaalt van de benoeming van een ‘scout’ bij NOS die actief zoekt naar talent van verschillende gender en kleur. Ook Cosmopolitan selecteert actief onder minderheden volgens Abena Simpe: ‘Er wordt veel in dezelfde vijver gevist door titels, dat is best lastig. Ik speur zelf naar mensen die onverwachte talenten etaleren, in underground publicaties of tijdschriften online.‘

Andere journalistieke vereisten?

Als Ten Houtert stelt dat de journalistieke cultuur is geschapen door witte mannen, doemt de vraag op: moeten journalistieke codes, gedrag en maatstaven ook ter discussie gesteld worden? De meeste journalisten vinden hun eigen werkwijze volkomen ‘normaal’ en voldoen aan de codes. Terwijl ze vaak impliciet uitgaan van de normen van de eigen groep en behoud van hun status quo. Pedant noemen redacties zich ‘kwaliteitskranten’ op grond van hun eigen normen.

Er passeren twee flagrante voorbeelden hoe het niet moet:

Balcik: ‘De Black Lives Matter demonstratie van 2020 werd bij Goedemorgen Nederland van WNL dagenlang behandeld in een negatieve toonzetting zonder een expert van kleur. Dat is dan de publieke omroep.’

Rense: ‘De EO had in Dit Is De Dag op Radio 1 een discussie over zwarte mannen naar aanleiding van de klap van Will Smith. Het thema was: wat betekent dit voor de emancipatie van de zwarte man. Dat werd besproken door vier witte mannen.’

Boeiend onderwerp: de verhouding tussen identiteit en expertise en eerder genoemde mannelijke witte journalistieke codes. Of minder omslachtig: bericht een homo beter over homorechten, een moslim zinniger over islamkwesties, een Brabander kleurrijker over carnaval en louter een Afro-Europeaan begripvol over slavernijverleden? Welke rol speelt identiteit in ‘invoelen’ voor de journalistieke inhoud?

Nieuw is die vraag geenszins: gedurende de verzuiling hadden media louter journalisten in dienst die binnen de eigen zuil waren opgegroeid. Naar Israël werden vroeger bij voorkeur correspondenten van Joodse komaf gestuurd en met Joodse gevoeligheden werd bij keuze van redacteuren voor onderwerpen (ook recensies) traditioneel rekening gehouden; behalve vanwege de expertise over de eigen groep ook gezien de gevoeligheden en/of de mate van het kunnen inleven.

Anders talenten werven

Blijd stelt de vraag: ‘Moeten we het beeld gaan bijstellen van de journalist en de eisen die we daaraan stellen, zodat we andere talenten laten instromen?

Balçik: ‘Ja, ik denk dat we onze kwaliteitseisen moeten bijstellen, want met het handhaven van de traditionele eisen blijf je dezelfde soort journalisten trekken. Natuurlijk moeten er kwaliteitseisen zijn, maar die kunnen veranderen. Objectief schrijven over Zwarte Piet kun je op verschillende manieren, en witte mensen kunnen dat wellicht minder goed. We moeten mensen dan de ruimte geven om het eigen ding te doen.’

Abena Simpe: ‘Recentelijk heb ik een schrijfster ingehuurd zonder journalistieke achtergrond. Ik liet haar een interview doen met een nationale superster en dat deed ze geweldig. We betaalden haar drie keer zo veel als ze vroeg. Dat is geen persoon die even komt aankloppen.’

Blijd: ‘WNL en EO bedienen een eigen publiek in het omroepbestel. Wie zijn hun publiek? Wie willen er werken en waarom worden ze aangenomen? Moet er bij deze omroepen ook ruimte zijn voor meer mensen uit gemarginaliseerde groepen?’

Daarop meldt zich iemand in de zaal die juist per april bij de EO gaat werken ‘…als eerst queer leidinggevende. Ik bracht inclusie en diversiteit als thema in bij de sollicitatie en daar koos de EO bewust voor. Dus er zijn dingen in beweging. Het is dus heel belangrijk dat voor deze mensen die ruimte wordt gemaakt.’

Ook wordt in de zaal opgemerkt dat bij de EO een homoseksuele eindredacteur en een presentator werken. ‘Al is dat niet breed bekend.’ Wat de vraag opwerpt of die omgevingen de vereiste veilige omgeving bieden, die de rode draad vormt in dit debat.

Naar een quotum?

Dus komt ook de vraag ter tafel of er een quotum moet komen voor deelneming van minderheden in redacties. In de discussie wordt niet helder gesteld hoe hard dit moet zijn: een regel zoals de aangenomen Nederlandse wet voor besturen van grote bedrijven? Of een helder streven zoals bij de BBC?

Balçik is voor een hard quotum dat ook journalistenbond NVJ moet hanteren, met als motivatie: ‘Je kunt om te beginnen gewoon tellen hoeveel artikelen over moslims worden geschreven door witte mensen en hoeveel door moslims zelf. Dan zie je direct de scheve verhouding, ook in inhoud.’

Van Houtert: ‘Laat maar komen die quota, lijkt me spannend of het lukt. Maar dat brengt ook het risico dat mensen van etnische minderheden op een redactie komen waar ze al snel niet meer willen zijn. Dus er moeten betere methoden zijn.’

Blijd beaamt dat later: ‘Ook dat is een kwestie van veiligheid. Je ziet dat mensen van andere kleur worden binnengehaald, fantastisch, maar de werkcultuur verandert niet waardoor ze soms snel weer weg zijn.’

Balçik: ‘Ja,  dat is ook een probleem: mensen van kleur komen binnen in een dominante witte cultuur. Maar toch is het nodig.’

Freelancers buitenboord

Een veilige omgeving moet niet enkel voor identiteit gelden, maar hangt ook samen met sociaaleconomische macht. Blijd: ‘Freelancers zijn onderworpen aan macht. Hoe bied je hen veiligheid en ruimte?

Abena Simpe: ‘Door freelancers overal te behandelen als gewone werknemers. In ons team is qua omgang geen onderscheid in vast en freelance. Freelancers voelen zich werknemer bij Hearst. Dan heb je ook meer ruimte om je uit te spreken. Je moet de deur openzetten.’

Balçik is het daar niet mee eens: ‘Het leven van een freelancer is per definitie onveilig. Je leeft van opdracht naar opdracht en bent onderhevig aan de nukken van de markt en de chefs die je dan eens nodig hebben en je er zo kunnen uitgooien. Je hebt angst om een discussie aan te gaan, want ‘o shit, straks ben ik m’n opdrachten kwijt. Freelancers durven nauwelijks kritiek te hebben op de selectie, de inhoud van het medium en het gedrag waarmee ze worden geconfronteerd. Je staat zo buiten, met een contract kan dat niet zomaar.’

Rense merkt op dat je ook vanuit kracht kunt kiezen om freelancer te worden, omdat je beter bent in een open markt: ‘Bij de NOS zijn freelancers vaak veel frisser en creatiever dan de mensen die er al heel lang werken en zitten vastgeroest in patronen en machtsrelaties. Een freelancer werkt in verschillende culturen en dat maakt ze ook scherper.’

Eindigend met een positieve noot: welke media onderscheiden zich positief. Abena Simpe noemt OneWorld en iedereen stemt in. Ze noemt ook Alien Mag. Die kent niemand, dus klik er eens op, bijzonder…

*) Foto's: PeO

Registreren en de nieuwsbrief ontvangen?

We gaan zorgvuldig met je gegevens om. Je krijgt ook gelijk toegang tot alle plusartikelen en je kunt reageren op de artikelen.

asdas sdf fs dfsdfsf sdffsd