Zullen we het ook eens hebben over de algoritmes van de journalistiek?

Facebook deugt niet, maar wij wel?

Frances Haugen maakt geschiedenis als klokkenluider die de (on)macht van Facebook blootlegt. Allerwegen wordt op ingrijpen aangedrongen. Roepen dat Facebook, Shell en Ryanair niet deugen is een stuk makkelijker dan consumptie van schermpret, benzine en vliegvakanties minderen.

In 60 minutes van CBS News in de VS verscheen afgelopen zondag Frances Haugen, als bron van The Facebook Files in Wall Street Journal. Hardste verwijt: Facebook had het algoritme om distributie van extreme uitingen te beperken, ingevoerd met de Amerikaanse verkiezingen, daarna weer uitgezet. En zou  daarmee bijgedragen hebben aan de bestorming van het Capitool op 6 januari 2020

Wall Street Journal maakte gewag van de volgende misstanden:

1. Bevoordeling van een elite van miljoenen artiesten en atleten die met hun uitingen niet worden onderworpen aan de regels van Facebook. Ze hebben dus meer vrijheid van meningsuiting dan de gemiddelde deelnemer aan het netwerk, ook voor kwalijke uitingen. Facebook belooft dit te corrigeren.

2. Facebook kent na intern onderzoek de schadelijke invloed van Instagram op tieners. Facebook doet uitgebreid intern onderzoek naar de effecten van algoritmes, maar maakt uitkomsten niet openbaar en benut ze voornamelijk voor vergroting van de aandacht en omzet.

3. Facebook voerde in 2018 een verandering van het algoritme richting meer onderlinge communicatie tussen de ‘vrienden’, met een positievere teneur. Toen Mark Zuckerberg vernam dat de effecten juist negatief waren, weigerde hij in te grijpen uit angst voor verminderde aandacht en dus minder inkomsten.

4. De intentie van Zuckerberg om vaccinatie tegen covid-19 topprioriteit te maken liep stuk op het algoritme van Facebook, dat juist meehielp om twijfel aan besmettingsrisico’s en aan de zin van vaccinatie wijd te verspreiden.

In een reactie van Facebook staat dat aan de WSJ-serie een leugen ten grondslag ligt: dat het bedrijf wel degelijk onderzoek uitvoert met als doel ellendige communicatie te voorkomen, en de resultaten van zulk onderzoek niet onder het tapijt veegt. In een reactie van Instagram werd beterschap beloofd voor tieners.

Hypocriete media

De consternatie deze week is opvallend in het licht van het recente boek van Cecilia Kang en Sheera Frenkel van New York Times over Facebook, ‘An Ugly Truth’ (Nederlandse vertaling aangedikt tot ‘De Smerige Waarheid’). Daarin staat al helder beargumenteerd dat Facebook winst en groei zwaarder laat wegen dan maatschappelijke zorgen. Met Haugen krijgt het verzet kennelijk een gezicht dat media nodig hebben.

Toen ik in een interview met Kang over haar Facebookboek vroeg of er ook zo’n lelijk boek te schrijven was over New York Times,  was het gesprek snel ten einde. Immers, ook traditionele media hebben hun wetten om aandacht en omzet te maximaliseren en tellen oplage- en kijkcijfers beslissend. Daartoe hanteren de redacties beslisregels. Ze zijn niet zo rigide als die van Facebook, maar ook niet louter gericht op waarheid.

Zo kent het algoritme van de Volkskrant als uitkomst dat Rutte niet deugt en van De Telegraaf dat Kaag hypocriet is. Zeker de algoritmes in de hoofden van gezichtsbepalende columnisten als Sheila Sitalsing (Volkskrant) en Rob Hoogland (Telegraaf) bedienen de vooroordelen van hun lezers. En ondertussen schrijft hetzelfde journaille dat politici alleen op beeldvorming letten, en dat het volk politici niet meer vertrouwt. Hoe zou dat nou komen?

En vraag naar #ophef

Het staat buiten kijf dat Facebook de algoritmes te eenzijdig afstelt op winstmaximalisatie met maatschappelijke lasten tot gevolg. Echter, dat geldt ook voor McDonalds, Coca-Cola en in eigen land gerespecteerde bedrijven als Albert Heijn die de agrarische sector uitknijpt en klimaat schaadt. En mensen aanzet tot overvloedige consumptie, evenals Coolblue dat er nu miljarden mee ophaalt op de beurs.

Deze bedrijven hanteren ook beslisregels gericht op omzetmaximalisatie dankzij onze gemak- en hebzucht. Onze verslaving aan beeldschermen maakt Facebook zo groot en machtig. Moet je de radio als kanaal van Joseph Goebbels in de jaren dertig eenzijdig de schuld geven van de Tweede Wereldoorlog en Jodenhaat?

Deze relativeringen in een gesprekje op Radio 1 vielen niet in vruchtbare aarde. Facebook is hartstikke fout geweest, is immers het frame. Dat mag zo zijn, maar als je de oorzaken niet goed in beeld krijgt, faalt ook de aanpak. Geschiedschrijving is niet zo eendimensionaal; vandaar m’n relativeringen. Of tot het uiterste: dragen Volkskrant en Telegraaf altijd bij aan eerlijke informatievoorziening en zijn Sheryl Sandberg en Mark Zuckerberg met Facebook louter destructief?

Omslag aanstaande?

Relativering gaat in tegen de heersende trend dat het hoog tijd wordt om Facebook een kopje kleiner te maken en Zuckerberg te lynchen op een openbaar schavot. Zelfs Economist, toch doorgaans gematigd in reactie op maatschappelijke opheft, meent dat de openbaringen van de klokkenluider een ‘turning point’ zijn in de aanpak van big tech omdat Facebook in een ‘moreel bankroet’ is terechtgekomen.

Haugen getuigde immers direct in het Amerikaanse congres. Ze toonde zich in ruim twee uur tijd (ook een samenvatting) een overtuigend spreker, en allesbehalve een vijand van Facebook en de directie. Ze vindt sociale media goed voor onze wereld; wil de macht van Facebook niet wezenlijk aantasten, maar het platform met wetgeving, filters en aanpassing van beslisregels (algoritmes) op het rechte pad brengen.

Facebook’s veiligheidschef Antigone Davis werd in de Senaat hard ondervraagd, vervolgens door CBS. Wereldvreemd en leugenachtig is de reactie van Monika Bickert, Vice President Content Policy van Facebook op de hoorzitting met Haugen. Strateeg Steve Schmidt ging er even voor zitten en fileerde het vraaggesprek tot op het bot op Twitter, met: ‘Ze creëert opzettelijk een moeras met haar vervelende, ontoegankelijke en onbegrijpelijk antwoorden.’

Het repeterende, defensieve taalgebruik na de onthullingen toont ook dat Facebook zichzelf naar de afgrond beweegt. De maker heeft een monster van Frankenstein gebaard en dat niet meer in de hand. Beleggers denken niettemin dat de #ophef overwaait: de koers van Facebook daalt weliswaar, maar kende begin september nog een top van ruim 380 dollar en staat met nu 330 dollar nog steeds veel hoger dan de 230 dollar van een jaar terug.

Welke maatregelen?

Er komt nieuwe regelgeving tegen techdominantie, misschien via de Amerikaanse-Europese Trade and Technology Council. Inmiddels passeerde al Amerikaanse regelgeving die overnames van bedrijven door big tech (Amazon, Apple, Facebook, Google, Microsoft) bemoeilijkt, en officieren van justitie meer macht geeft om in te grijpen.

Transparantie van de werking van de algoritmes is zeker nodig, door onderzoek van externe wetenschappers. Maar dan? Waar leg je de grens van ‘engagement’? Waar en hoe grijp je in? Voedingswetten beperken het gebruik van gif, en de gebruikte kleur- en smaakstoffen moeten op de verpakking worden vermeld. Toch slepen we miljoenen zakken chips en flessen cola onze woningen binnen.

Vervolgens blijft het dilemma: wil je Facebook nog meer aansprakelijk maken voor de uitingen van haar deelnemers? Zo ja, wie bepaalt dan de criteria? Waar ligt de grens tussen slecht gefundeerde meningen en nepnieuws. Desinformatie is er in overvloed.

Wat je ook bedenkt, steeds weer stuit je echter op het dilemma van de censuur en filtering versus de vrijheid van meningsuiting. Vijf jaar terug schreven we hier We hebben recht op Facebook-censuur met zinnige commentaren van Jaap-Henk Hoepman en Arnoud Engelfriet. En Nederland kende z’n eigen David vs Goliath in de vorm van fotograaf Thijs Heslenfeldt die Facebook wel even zou aanpakken om censuur van borstenfoto’s. Niets meer van gehoord

Of lees nog eens de geschiedenis van die meningsuiting zoals opgetekend door Egbert Dommering, en verwoord in een openbaar vraaggesprek; en het interview met Karin Spaink over de grenzen van de online vrijheid van meningsuiting  En een jaar terug verscheen hier De algoritmes versus de vrijheid van meningsuiting over Facebook. Het is niet pedant bedoeld, maar met een heldhaftige klokkenluider los je het probleem niet op.

Vraag of aanbod?

Sommigen roepen ‘splitsing’, maar als Insta giftig is voor meisjes dan is dat onder iedere eigenaar het geval. En als je Facebook kortwiekt, komt er TikTok of aan ander om de menselijke zwakheden te exploiteren.

Dit is geen pleidooi om Facebook met rust te laten, maar wel een relativering. Facebook is zo groot kunnen worden dankzij sublieme software die onze gemak- en hebzucht en ijdelheid exploiteert. De hypocrisie viert hoogtij. Het is juichen om de veroordeling van Shell om vervolgens weer vrolijk energievretend verder te leven.

Niemand weet eigenlijk hoe het moet met regelgeving die aanbod van technologie en media moet beteugelen. Dat staat haaks op de euforie in Washington waar Democraten en Republikeinen elkaar lijken te vinden in de noodzaak om big tech een kopje kleiner te maken. We gaan zien of dat de wereld gaat redden.

En het probleem van de vraagzijde dan? Als je op een ouderavond voorstelt dat de school met telefoongebruik van kinderen beperkt teneinde geconcentreerde aandacht te stimuleren, blijft het doodstil omdat ook veel docenten en ouders schermverslaafd zijn. Of hun schermconsumptie liever niet minderen, evenmin als van benzine, vlees en vliegvakanties. Roepen dat Facebook, Shell en Ryanair niet deugen is een stuk makkelijker…

Registreren en de nieuwsbrief ontvangen?

We gaan zorgvuldig met je gegevens om. Je krijgt ook gelijk toegang tot alle plusartikelen en je kunt reageren op de artikelen.

asdas sdf fs dfsdfsf sdffsd