Mijn eerste column in Netkwesties, in november 2000, had Spam als
onderwerp. Toen ontving ik per dag 10 ongevraagde commerciële
reclame-uitingen (spam) per e-mail. Inmiddels ontvang ik dagelijks rond de
40 ongevraagde commerciële e-mails. Die e-mails bieden, met
een enkele uitzondering, allemaal de mogelijkheid om aan te geven dat ik
niet geïnteresseerd bent in dit soort reclame-uitingen. Helaas hebben
mijn inspanningen om dat aan alle spammers duidelijk te maken de
hoeveelheid rommel in mijn mailbox niet verminderd, integendeel.
Er zijn op internationaal niveau een aantal beleidsontwikkelingen gaande
ten opzichte van spam. In het Europees Parlement wordt gedebatteerd over
spam, en vraagt men zich af of het verboden moet worden.
De beleidsdiscussie uit zich in jargon; het gaat over opt-in- of opt-outmogelijkheden. De direct marketeers willen een opt-outbeleid, waarin je
jezelf kunt afmelden voor ongevraagde reclame-uitingen. Doorgewinterde
internetgebruikers en de Europese consumentenorganisatie BEUC willen
een opt-inbeleid, waarin je je eerst moet aanmelden alvorens
ongevraagde e-mail te ontvangen.
Direct marketeers hebben een krachtige lobby op poten gezet om ervoor te
zorgen dat spam niet verboden wordt. Direct marketing is een groeimarkt,
en direct marketeers zien een gouden toekomst op het internet. De
Nederlandse Associatie voor Direct Marketeers (DMSA) is een actieve
promotor van het opt-outsysteem. De DMSA wil dat de eindgebruiker een
ja/nee-sticker op hun mailbox plakken. De DMSA durft zelfs te
voorspellen dat een verbod op spam de ontwikkeling van e-commerce zal
afremmen.
Pikant detail is dat DMSA in een persbericht op hun website meent dat
spam niet hetzelfde als het sturen van ongevraagde reclame via e-mail.
Blijkbaar hebben ze niet in het woordenboek gekeken, want op
www.dictionary.com staat helder beschreven wat spam precies is;
"Unsolicited e-mail, often of a commercial nature, sent indiscriminately
to multiple mailing lists, individuals, or newsgroups; junk e-mail."
Jammer dat de DMSA meent de discussie te moeten voeren op basis van
aantoonbaar onjuiste interpretaties. Het is natuurlijk niet echt deftig
om het gebruik van junk mail als marketing instrument te moeten
verdedigen; de benoeming direct marketing geeft minder negatieve
associaties. Maar dat is semantiek; junk mail, spam en direct marketing
betekenen voor de ontvanger precies hetzelfde.
VNO/NCW, ook voorstander van een opt-outregeling, gebruikt dezelfde
semantische trucs als de DMSA in een poging onderscheid aan te brengen
tussen spam en direct e-mailmarketing. In een deftig beleidsdocument
wordt gepoogd om een
onderscheid te maken tussen illegale spam en legale vormen van
'unsolicited commercial e-mail'. Het document verwijst daarbij naar een rapport
van de Europese Commissie over e-mail-spam. VNO beweert dat dit rapport
geen realistisch beeld geeft van het spamprobleem, omdat het uitgaat van
de, volgens VNO, onwaarschijnlijk hoge hoeveelheid van 15 spam e-mails
per dag. Dat is inderdaad nogal onrealistisch, in mijn mailbox komen er zo'n 40 per dag. En uit mijn omgeving weet ik dat tussen de 30 en 40 spamberichten per dag redelijk normaal is voor mensen die al een aantal jaren actief op het Internet zijn.
Opt-out klinkt mooi in een beleidsdocument. Maar in de praktijk werkt
het niet. Vrijwel alle ongevraagde reclame-uitingen bieden al een opt-outmogelijkheid; je kunt je afmelden van toekomstige berichten. Dat leidt
voor de eindgebruiker niet tot minder spam in de mailbox. Zonder strenge
overheidsmaatregelen gaat uiteindelijk elke mailbox ten onder aan een
berg reclamemeldingen.
Wat mij opvalt is dat de opt-outregeling populair is bij mensen die nog
niet zo lang op internet zijn aangesloten, of niet erg actief zijn. Als
je maar 1 of 2 ongevraagde e-mailtjes per dag krijgt valt er inderdaad
goed mee te leven. Maar als de hoeveelheid ongevraagde e-mail toeneemt
totdat het onmogelijk wordt om nog normaal te communiceren, dan wordt je
automatisch actief lid van de wereldwijde anti-spamgemeenschap.
Felipe Rodriquez (7 februari 2002)