NETKWESTIES magazine over maatschappij en internet kleine letters normale letters grote letters
30-04-2008 bepaal de lettergrootte
ACTUEEL COLUMNS COLOFON ABONNEER

Tussen Andrew Keen en Abram de Swaan: deel 2

Vervolg van deel 1
Keen begon nog vrolijk in Felix Merites, met het verhaal dat hij dertig jaar geleden als student met Interrail Amsterdam als eerste aandeed. En dat hij de vriend waarmee hij toen reisde dankzij internet weer had gevonden. En die vriend wist ook nog dat hij toen een links boek las dat hij nu zou verafschuwen.

Keen poogde als dotcom-ondernemer in Silicon Valley met Audiocafe.com kwalitatieve journalistiek over muziek goedkoop, dus online, mondiaal te distribueren. Met de bekentenis: "Ik was een gelovige, maar hoopte ook op snelle rijkdom en roem. Iedere ondernemer toen op internet hoopte snel rijk te worden. Iedereen die dat ontkent, liegt."

Audiocafe.com ging in 2000 op de fles, een teleurgestelde Keen achterlatend. Zijn frustratie vond aanvullende voeding bij een grote bijeenkomst over democratisering van Tim O'Reilly, ongeveer de web 2.0 uitvinder. Hij reageerde zich, gefundeerd en aanstekelijk, af in genoemd boek. De verkoop is gediend met het zelfgekozen beeld 'anti-christ van Silicon Valley'.

Google rijk maken

De drempelverlaging met slimme software om iedereen te laten participeren in content op het web, alsmede om al ruilend rechten te ontduiken ('jatten') is volgens Keen een ramp. Voor de Westerse cultuur in het algemeen, en voor 'de waarheid' en relevantie van informatie in het bijzonder.

Het verlies van poortwachters overal, van de muziekindustrie tot journalisten en wetenschappers, tart de beschaving. Het overlevende webmodel, betaling van van alles en nog wat met reclame, staat Keen ook allerminst aan.

Gebruikers zijn kritiekloos. Dat iedereen meehelpt om Google zo machtig te maken door met elke zoekopdracht en het klikken daarna Google weer iets wijzer te maken, vindt Keen een groot gevaar. Google en andere websuccessen als de sociale netten maken gebruik van het intellectueel narcisme van internetters die vooral met en voor zichzelf in de weer zijn.

Deze 'zelfrealisatie' leidt cultureel en ook economisch - beperkte waarde - nergens toe. De massa van amateurisme verdringt de kwaliteit van de elite. Waarde wordt, in aan aantal opzichten, volgens Keen vernietigd door het internet.

Persoonlijke wordt publiek

Publiciste Karin Spaink draaide de zaak om: ze betichte Keen van alles waar hij het internet met zijn amateurisme van beschuldigt: intellectuele gemakzucht, hap-snap citeren en feiten verzamelen, een eenzijdige voorstelling van zaken, overdrijving.

Waarmee Spaink maar wilde zeggen dat zoekers naar de waarheid met het boek van Keen een stuk slechter af zijn dan met, bijvoorbeeld, Wikipedia, of geselecteerde kwaliteitsblogs. Bovendien geeft internet hooguit het laatste zetje voor de neergang van gedrukte kranten, want die is al meer dan twintig jaar gaande. En veel pers onderscheidt zich allerminst kwalitatief, anders dan Keen beweert.

Volgens Spaink mist Keen volledig de kern van internet: dat wat persoonlijk is nu publiek wordt, met alle vooral mooie facetten en soms problemen van dien. Dat de gemiddelde kwaliteit door de elite bezien cultureel van weinig betekenis is, is volstrekt irrelevant:

"Je beoordeelt de tekening van je kind niet op z'n artistieke verdienste, de berichten van vrienden en bekenden niet op journalistieke pretenties. Internet is een alledaags communicatiemiddel geworden. Interessanter is waarom zo'n publiek kanaal zo persoonlijk aanvoelt. Een verklaring is dat je opinies en smaak bekendmaken de weg is om gelijkgestemden te vinden."

Niet dommer

Spaink heeft een ander gezichtspunt dan Keen ten opzichte van de nieuwe realiteit: "Wat hij fragmentatie noemt, noem ik sociale diversiteit. Wat hij codificatie noemt, noem ik cultuurverschillen wegpoetsen en debat en diversiteit verdoezelen. Wat hij onnozel narcisme noemt, noem ik het weefsel van andermens' dagelijks leven."

Om te concluderen: "Ja, we verliezen autoriteit en cultuurbewakers. Dat doen we al eeuwen. Meestal bleek dat een goede ontwikkeling, ook al raakten we er soms tijdelijk van in paniek. Anders dan Keen geloof ik niet dat we ooit door enige technologie sec dommer zijn geworden of van onze cultuur beroofd. Integendeel: we hebben elke nieuwe communicatietechnologie altijd weten om te zetten in een nieuwe manier om cultuur te produceren en te delen."

Spaink vergelijkt Keen met Allan Bloom en zijn The Closing of the American Mind, gericht tegen de popcultuur en 20ste-eeuwse beschaving. En daarmee hele bevolkingsgroepen uitsluitend.

Voedingsbodem voor dictatuur of niet

Die mening deelde ook de tweede gevraagde Keen-criticaster, Internetondernemer en idealist Michael Polman, die met Antenna ondermeer 500 maatschappelijke organisaties wereldwijd het internet op hielp. Polman zette Keen een socialistisch en idealistisch beeld van internet voor.

Volgens Polman heeft het web meer gelijke kansen dan ooit gebracht mondiaal; om zich te informeren en om te communiceren. Juist diversiteit van ideëen, beleid en informatie, zo volgde citeerde Polman prins Claus is het belangrijkste dat globalisering heeft te brengen. En internet is haar mediumdrager.

Creatie niet afhankelijk van rechten

Polman veegde de vloer aan met de uitgesproken angst van Keen dat gebrek aan mediawijsheid funest zal zijn bij de entree van 2 miljoen nieuwkomers uit ontwikkelingslanden op het net het komende decennium. Keen sprak in Amsterdam de vrees uit dat zo'n massa, eenvoudig te manipuleren met nieuwe media, de voedingsbodem kunnen vormen voor vreselijke nieuwe dictatuur.

Volgens Polman is het tegendeel het geval als de onderdrukte massa de kans krijgt zich te uiten en zich te ontworstelen aan politieke en commerciële onderdrukking van elites die zich, onder andere, bedienen van de huidige, elitaire massamedia. Internet is nu al een steun voor groepen onderdrukten in dictatoriale regimes en bleek al in veel conflicten een welkom middel tot verweer.

Volgens Polman gaat het op internet vaak om onderlinge communicatie waar geen enkel winstbejag een rol speelt. En ook bij 'hogere' cultuur zijn die poortwachters en hun beloningssysteem (vaak uitbuiting volgens Polman) niet nodig. Mozart en Van Gogh creëerden onafhankelijk van een eventuele beloning en stierven arm. Shakespeare schreef voor het publiek, niet voor zijn portemonnee. "Ik weet zeker dat geen van hen bang voor internet zou zijn." Maar dat hun rechten en werk nog heel lang geëxploiteerd worden door concerns die aandeelhouder willen bevredigen is nergens goed voor.

Vervolg in deel 3

Verder in editie 156



Netkwesties zoekt steun

En u kunt helpen! Lees verder »