Monopolies zijn slecht voor consumenten. Telkens weer blijkt dat diensten geleverd door monopolisten niet optimaal zijn, zoals dat het geval is bij de fysieke ijzeren 'snelweg'. Beter bekend als de NS.
Telkens weer blijkt dat er geen enkele aanleiding is voor monopolisten om de berekende prijzen in verhouding te laten zijn met de geboden kwaliteit. En telkens weer is het de consument die door gebrek aan concurrentie aan het kortste eind trekt. Overstappen van de ene aanbieder naar de andere aanbieder op de kabel is eenvoudigweg onmogelijk.
De Consumentenbond ageert hier op vele fronten al jaren tegen en lijkt nu steun te krijgen van de toezichthouders Nma en de OPTA als het gaat om open toegang tot de kabel. Op 20 maart verscheen een door beide partijen gezamenlijk opgesteld consultatiedocument over toegang tot de kabel. Het doel ervan is dat de komende maanden iedereen die dat maar wil, kan schieten op dat document. Het woord 'consultatie' zegt dat al: "wij nodigen u uit duidelijk te maken waarom wij het bij het verkeerde of het juiste eind hebben".
Natuurlijk beet UPC, één van de drie grote kabelbedrijven, het spits af. En UPC maakt meteen duidelijk dat de voorstellen in het consultatiedocument verkeerd zijn. Hoe kunnen Nma en OPTA toch opperen dat de kabel opengesteld moet worden voor meer aanbieders? Er zit toch al een aanbieder op de kabel, genaamd Chello. Die hoeft toch niet vergezeld te worden door een concullega? Volgens UPC is er al concurrentie, omdat de consument kan kiezen voor snel internetten via ADSL, gewoon over de telefoonlijn. Maar iedereen weet dat ADSL nu nog meer belofte is, dan praktijk.
Nma en OPTA stellen voor om onderscheid te maken tussen smalband en breedband internettoegang. Smalband is internetten via de telefoonlijn, Breedband is internetten via de kabel of ADSL. In de praktijk betekent dit voorstel dat beide markten ieder voor zich concurrerend moeten zijn. Internetten via de telefoonlijn kent vele providers waaruit je kunt kiezen. Daar is dus al concurrentie. Maar bij internetten via de kabel heb je in vrijwel alle regio's keuze uit 1 aanbieder, namelijk Chello (toevallig ook eigendom van UPC) en we weten allemaal, keuze uit 1 is geen keuze.
UPC had veel liever gezien dat smalband en breedband op één hoop worden gegooid, omdat die gehele markt dan kan worden bestempeld als concurrerend: tig providers waar je uit kunt kiezen. Helaas wordt dan niet duidelijk dat de keuzemogelijkheden geheel voor rekening komen van internettoegang via de telefoonlijn.
Niet alleen leidt het maken van onderscheid tussen de twee markten voor transparantie en de zo gewenste concurrentie op de kabel, maar breekt het ook de monopoliepositie van UPC in grote delen van Nederland. En niet alleen van UPC en het daarbij behorende Chello, maar ook van de twee andere grote kabelmaatschappijen Casema en Essent. Meer dienstenaabieders op 1 kabel moet natuurlijk gelden voor alle kabelmaatschappijen.
Deze week bewijst UPC met Chello weer eens waarom concurrentie op de kabel broodnodig is. Per 1 mei gaat het abonnementsgeld voor Chello-abonnees 10 gulden per maand omhoog. Consumenten die Chello-abonnee zijn hebben dan twee keuzes: gewoon betalen of voor 1 mei het abonnement opzeggen. Maar hoe moet je dan breedband internetten als je dat niet via UPC/Chello wilt?
Precies, niet! Eén ding is in ieder geval zeker: als je besluit abonnee te blijven dan ga je 120 gulden per jaar meer betalen, maar internetten via Chello/UPC wordt er niet sneller van. Ach, waarom zou UPC dat ook doen, ze hebben toch een monopolie en voelen dus geen hete adem van de concurrentie in hun nek.
Bij deze de tweede reactie op het consultatiedocument van de Nma en OPTA. Dat er maar vele in de zelfde lijn mogen volgen.
Klaas Smit
Klaas Smit is Campagneleider van de Digitale Consument van de Consumentenbond