POLITIEKE ONRUST OVER EUROPESE PRIVACYBESCHERMING
Het geruchtmakende onderzoek van Consumers International, waaruit bleek dat Amerikaanse websites de consumentenprivacy beter beschermen dan in Europa, heeft geleid tot kamervragen en een opnieuw oplaaiende discussie tussen de VS en de EU.
Europa mag dan strengere privacywetgeving kennen dan de VS, vooral de grote Amerikaanse websites hebben een beter privacybeleid dan hun Europese concurrenten. Dit bleek begin februari uit
onderzoek
van Consumers International, een federatie van 263 consumentenorganisaties. Consumenten kunnen op Amerikaanse sites de privacyverklaring beter vinden en krijgen vaker de gelegenheid om toestemming te verlenen als sites hun gegevens willen doorverkopen.
Opnieuw discussie VS en EU
Naar aanleiding van dit onderzoek proberen de Amerikaanse ministeries van Financiën en van Handel de Europese privacyrichtlijnen opnieuw ter discussie te stellen. De ministeries hebben de Europese Commissie een brief gestuurd, waarin ze stellen dat de EU-richtlijnen niet aansluiten op de praktijk.
Met deze brief laait een oude controverse tussen Brussel en Washington opnieuw op. De Verenigde Staten ging vorig jaar na jarenlange discussie schoorvoetend akkoord met de
Safe Harbor-overeenkomst,
waarin de uitwisseling van persoonsgegevens tussen Amerikaanse en Europese bedrijven werd geregeld. De regering-Bush wil nu, onder druk van de Amerikaanse financiële wereld, op dit akkoord terugkomen.
Kamervragen
Ook in Den Haag is onrust ontstaan over de onderzoeksresultaten van Consumers International. De VVD'ers Cherribi, Voûte-Dorste en Vos stelden kamervragen over de gebrekkige privacybescherming van Europese websites en de trage invoering van de
Wet bescherming persoonsgegevens
(Wbp).
Het ministerie van Binnenlanse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) heeft de Tweede Kamer hierover
opheldering
verschaft. Het ministerie verklaart de vertraging door het grote maatschappelijke bereik van de Wbp, waardoor veel overleg moest plaatsvinden. De Wbp is de Nederlandse variant van
EG-richtlijn 95/46/EG.
De implementatietermijn van deze richtlijn verstreek op 24 oktober 1998. Nederland is dus al 2½ jaar te laat. Op dit moment is de oude
Wet persoonsregistraties
(Wpr) nog van kracht.
De Wbp zal niet meer voor de zomer worden ingevoerd. Het wachten is op de parlementaire behandeling van het voorstel van wet tot wijziging van bepalingen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens. Daarover verscheen onlangs het verslag van de Eerste Kamer. Ook moet de Raad van State nog adviseren over vier uitvoeringsbesluiten in het kader van de Wbp, aldus het ministerie.
Het ministerie van BZK had geen duidelijk antwoord op de vraag van de VVD-kamerleden waarom het Amerikaanse systeem van zelfregulering beter lijkt te werken dan de veel striktere wetgeving. Toch verkiest het ministerie wetgeving boven zelfregulering. Wel kunnen bij de uitwerking van Wbp gedragscodes worden opgesteld, maar deze hebben slechts een aanvullende betekenis: 'Het gebrek aan zelfregulering kan worden opgevangen door middel van overheidsregulering, maar omgekeerd komt een gedragscode nooit, zoals in Amerika, in de plaats van overheidsregulering. Dit systeem vloeit dwingend voort uit richtlijn 95/46/EG.'